praktijk
po

Kind-coachgesprek: met goede feedback leerdoelen halen

Gesprekken zijn een krachtig middel om leerlingen verder te helpen in hun leerproces. Door goed te luisteren ontdek je waar ze staan in het leerproces en wat ze nodig hebben om de volgende stap te zetten. Op basisschool De Fonkeling worden er daarom in alle groepen wekelijks kind-coachgesprekken gevoerd. In kleine groepjes bespreken leerlingen met elkaar persoonlijke leerdoelen. In de loop van de week helpen ze elkaar bij het behalen van deze doelen. Goede feedback is een sleutelwoord.

  • Embedcode

Bij het werken vanuit leerdoelen waarbij leerlingen veel autonomie hebben, is feedback een essentieel element. Wil je dat de gegeven feedback in het kind-coachgesprek waardevol is, dan is het belangrijk de juiste vorm van feedback te geven. Volgens Hattie en Timperley (2007) bestaan er vier niveaus van feedback te weten:

  • Feedback op de taakuitvoering
  • Feedback op het proces
  • Feedback op zelfregulerend leren
  • Feedback op de persoon

Met feedback op de taakuitvoering krijgt een leerling inzicht of hij de opdracht kan uitvoeren. Feedback op het proces maakt duidelijk hoe een persoon zich informatie eigen maakt. Feedback gericht op zelfregulerend leren is effectief als het de leerling leert reflecteren over de opbrengst van het leerproces. Bij feedback op de persoon is het belangrijk om dit vanuit een positieve context te doen.

Drie soorten feedback

Van der Schaaf en Oosterbaan (2009) onderscheiden naast bovengenoemde niveaus drie soorten feedback:

  • Correctieve feedback
  • Uitleggevende feedback
  • Ondersteunende feedback

Het belangrijkste doel van alle genoemde niveaus van feedback is, zowel voor de feedbackontvanger als voor de feedbackgever, om zich bewust te worden van zijn  ontwikkelingen. Tijdens feedbackgesprekken laat je kinderen zelf doelen stellen (met ondersteuning en coaching van de leraar). De leraar stelt gerichte en begeleidende vragen met als doel dat de leerling het gevoel krijgt zelf keuzes te mogen maken. Zo ontwikkelt hij zelfregulerend leren. Bij ondersteunende feedback geeft de leraar suggesties om een gesteld doel te bereiken. Volgens van de Schaaf en Oosterbaan (2009) is die vorm van feedback het meest effectief.

Coachen van leerlingen met de GROW-methode

Op De Fonkeling worden kinderen onder andere gecoacht via de GROW-methode. GROW staat voor:

  • Goal: vaststellen doel.
  • Reality: onderzoeken van de werkelijkheid, situatie waar het gesprek over gaat.
  • Options: samen verkennen van mogelijkheden, opties, strategieën of handelswijzen.
  • Wrap up: maken van concrete afspraken.

Bij elke fase kun je de volgende vragen stellen in het gesprek:

Fase 1: Verhelderen van het doel

  • De vorige keer hebben we afgesproken om samen nog een keer een gesprekje te hebben over….
  • Het doel van dit gesprek is…
  • Op welke vragen wil je antwoord krijgen?
  • Welk eindresultaat wil je bereiken? Wanneer ben je tevreden over je werk? Hoe ziet dat er dan uit?
  • Wat heb al bereikt?
  • Moet je je leerdoel bijstellen?

Fase 2: Onderzoeken van de huidige situatie

  • Wat vind je….
  • Hoe ga je…
  • Wat gaat goed?
  • Waar ben je trots op?
  • Wat wil je leren?
  • Waar wil je aan werken?
  • Wat weet je er al van? Wat vind jij?
  • Wat is jouw inschatting: kun je dit maken/oplossen?

Fase 3: Verkennen van mogelijke oplossingen

  • Wat zou jou kunnen helpen?
  • Wat heb je nodig?
  • Wie heb je nodig?
  • Wat kun je zelf doen?
  • Welke ideeën heb je tot nu toe verzameld?
  • Hoe wil je dat in de toekomst doen?

Fase 4: Maken van afspraken

  • Wat spreken we af?
  • Hoe zullen we het opschrijven?
  • Hoe zullen we het tekenen?
  • Als het niet lukt, wat doen we dan?
  • Ben je tevreden over de afspraak?
  • Wat vond je ervan?
  • Hoe ga je het aanpakken?
  • Wat zijn jouw stappen?
  • Wat doe je eerst en wat dan?
  • Hoeveel tijd heb je nodig om dit te doen?

Opbouw van de onderbouw naar de bovenbouw

In alle groepen, van groep 1 tot en met 8, voeren leraren kind-coachgesprekken. In de onderbouw leren de leerlingen wat er van ze wordt verwacht tijdens het voeren van een gesprek. Denk aan luisterhouding en maken van oogcontact. De leraar is in de onderbouw meer sturend in dit gesprek, hij reikt doelen aan of helpt bij het kiezen van bepaalde opdrachten.

In de onderbouw vinden deze gesprekken één keer per twee maanden plaats. Er is dus een opbouw vanuit de onderbouw naar de bovenbouw groep 8. Door dit zo aan te pakken, is het voor de leerlingen een gewoonte met elkaar in gesprek te gaan, open te zijn en doelen te durven stellen.

Tips en tools

Deze publicatie is tot stand gekomen in samenwerking met Anja van Hirtum.

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Zelfgestuurd leren


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.