Vrij Lezen: een motiverende leesaanpak

KNOW | bijgewerkt op 09 februari 2012

De traditionele aanpak op het gebied van lezen richt zich met name op het vlotter technisch lezen of op het verhogen van het denken over en begrijpen van teksten. In de aanpak ‘Vrij lezen’ worden leesmotivatie en het vergroten van de achtergrondkennis en woordenschat als uitgangspunten genomen.

Wat weten we?

Leesmotivatie
Uit onderzoek van Atwell (2007), Smith en Wilhelm (2002) en Marzano (2004) blijkt dat bij leerlingen die een interventieprogramma volgden (waarbij aangesloten werd bij de interesses van leerlingen) de leesvaardigheid en de leesmotivatie vooruit gingen.

Achtergrondkennis en woordenschat
Volgens Stanovich en Cunningham (Marzano, 2004) bestaat er tussen lezen en achtergrondkennis een sterk verband. Kennis van de wereld, diepe kennis over woorden en concepten geven context aan dat wat leerlingen lezen. Leerlingen die over weinig achtergrondkennis en een kleine woordenschat beschikken, zijn minder goed in staat om over een tekst na te denken en deze te begrijpen. Volgens Marzano (2004) kan achtergrondkennis vergroot worden door meerdere teksten en boeken over hetzelfde onderwerp te lezen.

Dat betekent voor de praktijk

Deze wetenschappelijke inzichten hebben geleid tot de leesaanpak Vrij Lezen, waarbij leerlingen veel lezen en daardoor hun achtergrondkennis en woordenschat vergroten, en waarbij de leerlingen zelf mogen kiezen wat ze lezen. De aanpak is in concrete zin gebaseerd op de volgende drie programma’s:

  • Sustained silent reading – Pilgreen (2000)
    Pilgreen formuleerde acht voorwaarden waar een interventieprogramma ter bevordering van leesvaardigheid en leesmotivatie aan moet voldoen: toegankelijkheid, aantrekkingskracht, bevorderlijke omgeving, aanmoediging, teamtraining, non-verantwoordelijkheid, vervolgactiviteiten en verspreide leestijd.
  • 5-stappenaanpak – Marzano (2008)
    Het gaat om de volgende stappen van ‘interesse verbredend lezen’:
    Stap 1. Leerlingen verwoorden hun interesses.
    Stap 2. Leerlingen kiezen leesmateriaal dat aansluit bij hun interesses.
    Stap 3. Leerlingen hebben tijd om ongestoord te kunnen lezen.
    Stap 4. Leerlingen leggen hun reactie op het leeswerk vast.
    Stap 5. Leerlingen gaan interactief aan de slag met de informatie.
  • De leescirkel – Chambers (2002)

Handreikingen

In de aanpak ‘Vrij Lezen’ brengen leerlingen allereerst hun interesses in kaart. Vervolgens verzamelen zij daar passend leesmateriaal bij. Wezenlijk is dat leerlingen vrij worden gelaten in datgene dat zij willen lezen, hierdoor starten zijn met plezier met lezen.
Via het vergroten van het leesplezier, wordt de leesmotivatie verhoogd, waardoor het aantal afgelegde leeskilometers vermeerdert. Dit laatste resulteert in een verbeterde leesvaardigheid met alle positieve effecten op kennisverwerving en -verwerking van dien.
De laatste belangrijke stap is het verwerken van de informatie die leerlingen hebben opgedaan tijdens het lezen. In dit project zijn verwerkings- en verdiepingsopdrachten ontwikkeld die leerlingen helpen om interactie aan te gaan met de tekst en met andere leerlingen of docenten.

Door de aanpak ‘Vrij Lezen’ worden leerlingen aangezet om na te denken over wat ze gelezen hebben. De opdrachten zijn dusdanig geformuleerd dat ze aansluiten bij leerlingen zodat het geen saaie verplichting wordt. Ze zijn kort en krachtig en kunnen individueel of in groepjes worden gedaan. Voorbeelden zijn: schrijf een boze mail aan de hoofdpersoon, teken een andere kaft, verzamel moeilijke woorden, doe een boektalk of geef je boek een cijfer met motivatie. Uiteindelijk wordt door dergelijke opdrachten de informatie opgeslagen in het geheugen en levert het een bijdrage aan het vergroten van de achtergrondkennis.

Sinds 2008 experimenteert CSG Reggesteyn met het leesproject ‘Vrij Lezen’. Iedere brugklasleerling heeft één extra uur lezen in de week. In dat lesuur lezen de leerlingen ongeveer dertig minuten en de resterende vijftien minuten houden zij hun leesportfolio bij. Hierin schrijven zij welke boeken zij lezen en maken zij verwerkingsopdrachten bij het gelezen boek. De boeken die zij hier lezen, mogen ze op de leeslijst voor Nederlands zetten. CSG Reggesteyn heeft bekeken welke factoren het succes van het leesproject bevorderen of juist belemmeren. Nauwe samenwerking met de mediatheken bleek van belang. Zij ondersteunen de betrokken docenten en leerlingen bij het promoten van en zoeken naar passende boeken. Het helpt ook dat er structureel tijd wordt vrijgemaakt voor het leesuur. Docenten zijn zich bewust van de doelen van het leesuur, maar deze zouden nog duidelijker op schoolniveau geformuleerd mogen worden. Belemmerend voor het leesproject kan werken dat niet alle docenten het leesuur op een vergelijkbare wijze invullen. Aandacht op school- of locatieniveau voor de afstemming van de invulling van het leesuur kan het leesuur effectiever maken. Op de locaties waar de locatieleider meer betrokken was bij de inrichting van het leesuur bleken docenten en leerlingen bovendien gemotiveerder voor het leesproject. Betrokkenheid van de leiding lijkt dus ook een bevorderende factor te zijn.

Opvallend waren de bijeffecten van het leesproject. Het werd rustig in de drukste klassen. Ook jongens vinden lezen leuk als ze maar dat lezen wat hen interesseert. Docenten stonden in de rij om mee te doen. Daarnaast hebben de leerlingen leesvoer in de tas. Dus na een toets of bij een inval uur wordt er gelezen.

Alle informatie over de aanpak Vrij Lezen is te vinden in de publicatie Leeskilometers maken op school. In deze publicatie vindt u een beschrijving van de aanpak en een dvd met een docentenhandleiding en alle materialen bij de stappen, zoals werkbladen voor leerlingen en docenten.

referenties

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.