Wat betekent lesgeven op een cluster 1-school?
Cluster 1-scholen bieden speciaal onderwijs aan leerlingen met een visuele beperking, die om diverse redenen niet in het regulier onderwijs terechtkunnen. Op een cluster 1-school leren deze leerlingen hoe ze met hun blind- of slechtziendheid om kunnen gaan. Op school, in de maatschappij en in hun toekomstige (beschermde) baan of vervolgopleiding.
Transcript
Een video van Leraar24 over het lesgeven op een cluster 1-school en de mogelijkheden van hun leerlingen. De video is opgenomen op Koninklijke Visio in Rotterdam.
Aan het woord komen docent Wouter den Engelsman, brailleleraar Stephanie van Lenningh-Dopper en leerlingcoach & docent omgangkunde Eva Slootweg.
Docent Wouter den Engelsman richt zich voor de school tot de camera.
WOUTER TEGEN CAMERA: “Welkom bij Koninklijke Visio te Rotterdam. Wij zijn een speciaal onderwijsschool voor leerlingen met een visuele beperking. Dat betekent dus dat ze blind of slechtziend zijn.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Binnen onze school hebben we drie afdelingen. We hebben een speciaal basisonderwijs afdeling. We hebben een speciaal voortgezet onderwijs afdeling waar leerlingen zitten met bijvoorbeeld MAVO, HAVO, VMBO-T advies die ook bijvoorbeeld uitstromen naar het MBO.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “En we hebben een afdeling voor leerlingen met een meervoudige beperking en daar werk ik. Kom mee en dan laat ik je zien hoe het is om te werken op een cluster 1-school.”
Wouter loopt de school binnen.
WOUTER TEGEN CAMERA: “Dan gaan we eerst even kijken bij mijn fantastische collega Stephanie. Onze braille docent. Zij gaat een kleuter braille leren lezen.”
STEPHANIE TEGEN LEERLING: “Weet jij nog welke letter je gisteren nieuw hebt geleerd?”
LEERLING 1: “S.”
STEPHANIE TEGEN LEERLING: “De S. Heel goed.”
STEPHANIE TEGEN CAMERA: “Ik geef brailleles aan kinderen door de hele school. Eigenlijk vanaf groep twee tot en met eindexamenleerlingen. Als je op een cluster 1-school komt werken is het niet verplicht dat je al braille kent. Maar zodra je op een cluster 1-school komt werken krijg je een braillecursus aangeboden.”
STEPHANIE TEGEN CAMERA: “Waarin je eerst zelf leert hoe braille in elkaar zit zodat je het zelf kan lezen. En het werk van de kinderen na kan kijken. En later leer je in een volgende cursus hoe je braille aanleert aan de kinderen.”
LEERLING 1: “Spatie. Hé, spatie is ook met een ‘s’.”
STEPHANIE TEGEN LEERLING: “Ja heel goed.”
STEPHANIE TEGEN CAMERA: “De grootste uitdaging in mijn werk is het vasthouden van de motivatie bij leerlingen. Met name als de kinderen in de puberteit komen, merk je dat de kinderen niet anders willen zijn.”
STEPHANIE TEGEN CAMERA: “Geen braille meer willen lezen, maar net als andere kinderen zwart schrift willen lezen. Ja, dat is wel eens lastig en dan probeer ik ze toch bij te brengen hoe belangrijk het is om zelf te kunnen lezen.”
STEPHANIE TEGEN CAMERA: “Want ja, als je alles doet met spraakondersteuning bijvoorbeeld.. .. ben je uiteindelijk toch een analfabeet als je niet zelf kan lezen en schrijven.”
Leerling doet een klaslokaaldeur open.
WOUTER TEGEN CAMERA: “In onze school hebben we diverse aanpassingen om het voor onze blinde en slechtziende leerlingen zo aangenaam mogelijk te maken. Zo hebben we bijvoorbeeld bij elke deur een apart stukje vloer. Zodat de leerlingen kunnen voelen dat ze bij een deur zijn.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “De muren langs de looproutes zijn voorzien van een geleiderail. Zodat de blinde leerlingen deze kunnen gebruiken als ze door het gebouw lopen. Omdat de blinde en slechtziende leerlingen natuurlijk veel met hun oren doen is een galm vervelend. Daarom zijn de ruimtes waar eventueel galm zou kunnen zijn voorzien van een speciaal akoestisch plafond.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Dit is mijn klas. De vso b2. En uiteraard de leukste groep van Nederland. Hier zitten leerlingen met een meervoudige beperking. Dus naast dat ze blind of slechtziend zijn, zijn er nog wat andere dingen aan de hand. Bijvoorbeeld een stoornis in het autistisch spectrum of motorische problemen.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Al onze leerlingen stromen uit naar een dagbestedingsplek of beschutte arbeid. En nou, ik heb er weer zin in. Gaan jullie mee?”
Wouter gaat de klas in.
LEERLING 2: “Ja, hallo.”
WOUTER TEGEN KLAS: “Ja, die zijn bruin.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Leerlingen weten echt waar ze aan toe zijn. Er is heel veel structuur. Maar elke dag is echt verschillend. Er staan elke dag hele verschillende dingen op het rooster. De problemen verschillen per dag.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Als iemand bijvoorbeeld gedoe heeft gehad met de taxi, dan heb je al een andere dag en moet je daar op inspelen. Ja, je moet snel kunnen schakelen en flexibel kunnen zijn. En je moet gevoel voor humor hebben denk ik. Anders dan dan wordt het ook niks. Het is wel de bedoeling dat het ook gewoon gezellig en leuk is natuurlijk.”
LEERLING 2: “Dit gaat over de ontvoering van Heineken.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Ik ben extra blij als iets lukt wat je al een een hele tijd oefent. En dat zijn meestal hele triviale dingen. Iemand die na een heel lange tijd zelf zijn jas dicht kan doen. Daar word ik blij van.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Of van iemand die al heel lang een bepaald iets met rekenen oefent en waar ineens het kwartje valt en en het lukt hem ineens. Dat maakt me wel gelukkig ja.”
LEERLING 3: “O ja, hier zo.”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Dit is echt een enorm mooie doelgroep waar ik gewoon elke dag heel veel plezier mee heb. Het is echt een voorrecht dat ik daar mee mag werken. Ik zou iedereen aanraden om te komen kijken. Kom bij ons op visite. Ontdek hoe leuk het is. Ja dan ben je snel om denk ik.”
Wouter staat voor de groep en loopt daarna door de klapdeuren naar de gang.
WOUTER TEGEN CAMERA: “We zijn nu in het voortgezet speciaal onderwijs gedeelte van de school. Onderweg naar mijn formidabele collega Eva. Zij is mentor, stagecoördinator en omgangskunde docent. We gaan even bij haar les kijken.”
EVA TEGEN CAMERA: “Een leerlingcoach die begeleidt leerlingen op een heel breed vlak. Dus naast het schoolse met name het begeleiden in het leven. Dus leerlingen hebben veel meer nodig dan een leerling op een gewone middelbare school.”
EVA TEGEN CAMERA: “Want reizen is niet vanzelfsprekend. Koken is niet vanzelfsprekend en zelfs je boterhammen smeren niet als je blind bent. Dus hoe ga je dat dan doen? En al die dingen heb je wel nodig voordat je naar het MBO of het HBO kan.”
EVA TEGEN KLAS: “En dat kan dus alleen al zijn door iemand even aan te raken.”
EVA TEGEN KLAS: “Of door te zeggen: ‘Wat fijn dat je er bent vandaag.’”
LEERLING 4: “Dank je wel. U ook.”
EVA TEGEN CAMERA: “Leerlingen die vanuit ons naar het regulier over gaan, die hebben eigenlijk een enorm groot gat waar ze overheen moeten springen. Want hier zijn we redelijk beschermd.”
EVA TEGEN CAMERA: “Maar op het moment dat zij overgaan naar een reguliere dan is het echt. Dan is het heel veel groter dan dat het hier is. Dan hebben ze ook meer hulpmiddelen nodig. Waar ze hier weel mee wegkomen, zoals met spraak bijvoorbeeld als ze braille zouden moeten lezen.”
EVA TEGEN CAMERA: “Dan lukt dat bijna niet meer op een gewone reguliere school of het MBO of HBO. En daar proberen we ze nu al wel in in mee te nemen. Er is geen enkele les die je gewoon kan geven volgens het boekje bij ons, denk ik.”
EVA TEGEN CAMERA: “Ik kan natuurlijk niet helemaal voor andere vakken of docenten oordelen daarover of iets daarover zeggen. Maar ik denk wel echt dat je heel creatief moet zijn. En met elkaar ook. Je moet ook hulp kunnen vragen aan elkaar hier, want we zijn met elkaar zoekende naar hoe kunnen we deze leerling voor een bepaald vak laten slagen?”
EVA TEGEN CAMERA: “Maar ook hoe kunnen we zorgen dat deze leerling straks de beste overgang heeft. Dus dat is op verschillende manieren, maar creatief staat bij mij denk ik wel boven aan. Ja.”
EVA TEGEN KLAS: “Oké, wie wil er beginnen?”
WOUTER TEGEN CAMERA: “Bedankt voor het kijken. Ik hoop dat we je een goed beeld hebben gegeven van hoe het is om te werken op een cluster 1 school. Doei!”
LEERLINGEN: “Doei!”
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst Leraar24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl
In Nederland volgen de meeste kinderen met een visuele beperking regulier onderwijs. Hier krijgen ze extra ondersteuning en gebruiken ze aangepaste leermiddelen. Voor ongeveer 20 tot 25 procent van de blinde en slechtziende leerlingen is dit niet voldoende: zij gaan vanwege andere beperkingen of sociaal-emotionele problemen naar een cluster 1-school in het speciaal onderwijs. Daar vind je bijvoorbeeld ook klassen voor meervoudig beperkte leerlingen. Wouter den Engelsman is mentor van zo’n klas bij Visio in Rotterdam. “Mijn leerlingen hebben naast hun visuele beperking bijvoorbeeld autisme, zijn zeer moeilijk lerend of hebben motorische problemen. Ze zijn tussen de 15 en 20 jaar. Ik bereid ze voor op hun uitstroom naar een begeleide werkplek of een dagbesteding met ondersteuning.”
Werken aan zelfstandigheid
Om zijn leerlingen voor te bereiden op hun leven buiten school, werkt Den Engelsman het eerste kwartier van de schooldag altijd aan kritische succesfactoren. Dat zijn vijf succesfactoren die eraan bijdragen dat mensen met een visuele beperking beter kunnen meekomen in de maatschappij. “Denk hierbij aan inzicht krijgen in je eigen visuele beperking en de vaardigheden om hiermee om te gaan.” De rest van de dag werken Den Engelsmans leerlingen aan hun dag- of weektaak en krijgen ze praktijklessen. Sommige leerlingen gaan op interne of externe stage, bijvoorbeeld in een fietswinkel, de supermarkt of een bioscoop. Het leukste aan zijn baan? Engelsman: “Dat ik elke dag kan bedenken wat ik ga doen om mijn leerlingen verder te helpen.” Daarvoor moet je volgens hem in ‘kleine’ dingen grote stappen kunnen zien. “Ik heb een leerling gehad die na een jaar oefenen zelf zijn jas kon dichtdoen. Daardoor kon hij ’s ochtends zelfstandig de deur uit, dat is een enorme mijlpaal.”
Van handloep tot braille
Op cluster 1-scholen sluit het onderwijs aan op de onderwijsbehoeften van slechtziende of blinde leerlingen. Daarvoor maken leraren en ondersteuners onder andere gebruik van leermiddelen en methodieken die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen vergroten. Denk hierbij aan een handloep, beeldschermloep, spraakcomputer, brailleleesregels, brailletypemachine, vergrote werkbladen en een beeldscherm waarop ze letters kunnen vergroten en extra contrast kunnen aanbrengen. Stephanie van Lenningh-Dopper is brailleleerkracht bij Visio. Zij geeft brailleles aan individuele leerlingen en kleine groepjes. “De meeste kinderen die ik lesgeef in groep 2, 3 of 4 leren net lezen. Ik leer ze letters en woordjes. Halverwege groep 4 oefenen de leerlingen leestechniek, en later komen ze opnieuw bij mij langs om bijvoorbeeld nieuwe leestekens te leren. Niet alle leerlingen leren trouwens braille. Een deel van de leerlingen kan met andere hulpmiddelen uit de voeten.”
Hulp bij de vervolgstap
Eva Slootweg is leerlingcoach en docent omgangskunde bij Visio. Zij begeleidt vso-leerlingen bij hun vervolgstap en alles wat daarbij komt kijken. Van de school of stage zelf tot alles eromheen. Denk aan vrienden maken, zelfstandig reizen en de overstap van het speciaal naar het regulier onderwijs. Slootweg: “We willen de overstap van een beschermde naar een onbeschermde omgeving voor iedere leerling zo soepel mogelijk laten verlopen. Dat vraagt om maatwerk, want iedere leerling krijgt met andere uitdagingen te maken. Sommige leerlingen hebben bijvoorbeeld andere boeken nodig dan hun klasgenoten in het regulier onderwijs. Bij ons op school hoeven ze daar niet over na te denken. Al het lesmateriaal heeft spraakbesturing, kan vergroot of in braille aangeboden worden. Dat zijn onze leerlingen gewend, daarom bereiden we ze erop voor dat ze in het regulier onderwijs op tijd hun boeken met de juiste ondersteuning moeten bestellen. We trainen ze in die zelfstandigheid, want in het regulier onderwijs moeten ze dit allemaal zelf regelen.”
Meer weten?
- Lees hoe je blinden en slechtzienden helpt bij exacte vakken.
- Wouter den Engelsman schreef een column waarin hij een lans breekt voor zijn meervoudig beperkte leerlingen die willen meedoen met de maatschappij.
- Wil je slechtziende leerlingen leestips geven, kijk dan op bibliotheekservice Passend lezen.
- Lees meer over de organisatie van het onderwijs in clusters op de website van de rijksoverheid.