Omgaan met rouw en verdriet in de klas? Deze tips helpen je op weg
praktijk
po vo mbo so

Omgaan met rouw en verdriet in de klas? Deze tips helpen je op weg

Een dierbare verliezen, ouders die gaan scheiden of een uithuisplaatsing. Het zijn ingrijpende gebeurtenissen waar kinderen mee te maken kunnen krijgen en die invloed hebben op hun gevoel van vertrouwen en veiligheid. Leerlingen die rouwen hebben daarom behoefte aan steun en begrip van de mensen om hen heen. Rouwexpert Simone Janssen geeft tips voor het in de klas omgaan met rouw en verlies.

© Peter Verleg

Wanneer er iets ingrijpends gebeurt in het leven van kinderen zijn volwassenen geneigd kinderen te beschermen en ze weg te houden van de pijn. Dat zegt jeugdhulpverlener Simone Janssen, die veel ervaring heeft met rouwverwerking bij kinderen en jongeren. Soms zijn volwassenen bang om dingen op te rakelen, zelf emotioneel te worden, of het kind emotioneel te zien worden. Maar kinderen hebben juist informatie van volwassenen nodig om te begrijpen wat er is gebeurd en wat dat betekent voor nu en in de toekomst. Ze hebben steun en begrip nodig om de heftige gevoelens en gedachten waarmee ze ineens te maken krijgen een plek te kunnen geven. Er zijn verschillende manieren waarop je in de klas kunt omgaan met rouw en verdriet. Janssen deelt vijf tips:

1. Luister naar de leerling

Het onderwerp bespreekbaar maken kan tijdens een kringgesprek, maar lang niet elke leerling wil over zijn verlies en verdriet praten. Respecteer dat en luister goed naar de leerling als hij eraan toe is om erover te vertellen. Dat kan ook een-op-een zijn. Janssen: “Talige kinderen kunnen hun gevoelens makkelijker verwoorden. Minder talige leerlingen kunnen hun emoties misschien op een andere manier kwijt. Richt bijvoorbeeld een herinneringshoekje in waar de leerling tastbare herinneringen zoals een foto kan neerzetten.” 

2. Heb oog voor de situatie

Geef een leerling tijdens de rouwperiode extra persoonlijke aandacht en laat blijken dat zijn verdriet er mag zijn. “Ook na die eerste periode is het belangrijk om oog te houden voor de situatie van de leerling”, zegt Janssen. Hier kun je de klas ook bij betrekken. Laat leerlingen zien dat er verschillende thuissituaties zijn en dat dat oké is. Pas opdrachten hier eventueel op aan. “Stel: je geeft leerlingen de opdracht om hun huis te tekenen, bespreek dan dat je ook in meerdere huizen kunt wonen omdat je ouders bijvoorbeeld gescheiden zijn. Uiteraard mogen deze leerlingen meer huizen tekenen.”

3. Schakel hulp van buitenaf in

Rouwverwerking kan per situatie en per leerling verschillen, dat maakt het complex. Daarom is het niet gek om hulp van buitenaf in te schakelen. “Zoek bij jou in de buurt een trainer of therapeut in rouw en verlies”, adviseert Janssen. “Die kan leraren hierin trainen of zelf met leerlingen aan de slag gaan. Zij bieden vaak verschillende werkvormen aan en kunnen kijken welke vorm het beste aansluit bij de situatie en de leerling.” 

In onderstaande video zie je hoe een rouwtherapeut een jongen begeleidt die zijn vader verloor:

  • Deze video kan worden embed
Transcript

In deze video informeert Leraar24 de kijkers over het werk van rouwtherapeute Tineke van Asseldonk, die kinderen helpt bij het verwerken van het verlies van een dierbare.

Vijf jonge kinderen lopen met begeleiders naar een uitvaartcentrum

TIJMEN: “Ik ben Tijmen.”

MEDEWERKSTER CREMATORIUM: “Dag Tijmen.”

MARTE: “Marte.”

MEDEWERKSTER CREMATORIUM: “Hallo”

ELSA: “Elsa.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Tijmen is hier vorig jaar al een keer geweest. Toch, Tijmen?”

TIJMEN: “Ja.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Want waarom kwam jij toen hier naar het crematorium?”

TIJMEN: “Papa werd gecremeerd.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Ja, papa werd gecremeerd he? En bij de andere kinderen is ook al eens iemand dood gegaan. Daarom willen wij met deze kinderen gewoon eens weten wat er gebeurt in een crematorium. En Tijmen wil ons dat heel graag vertellen.”

TIJMEN: “Dit is volgens mij de wachtruimte. Ik weet niet meer hoe lang we moesten wachten. Maar toen moesten we door die deur.”

Met rouwtherapeute Tineke van Asseldonk lopen de kinderen door het crematorium. In de grote zaal staan stoelen en een vleugel.

TINEKE VAN ASSELDONK: “Dus Tijmen, jullie kwamen binnen. En jullie waren toen de belangrijkste mensen, hè? En waar was jullie papa toen jullie hier binnenkwamen? Was die hier ook?”

TIJMEN: “Ja, die lag hier.”

MARTE: “Hoe lag die?”

TIJMEN: “Ja gewoon in een kist eigenlijk. Hier stond de kist op. Wij zaten hier in het midden. Mama helemaal in het midden en Rein en ik ernaast.”

MOEDER: “Was eigenlijk nog wel een beetje grappig. Weet je nog? Toen moest je hier erg naar de wc.”

Er klinkt gelach.

TIJMEN: “Het duurde eigenlijk best wel lang.”

MOEDER: “Ja, en ook omdat het ook wel een beetje spannend was toch?”

TIJMEN: “Ja.”

MOEDER: “Ja, het is toch wel heel spannend wat je dan meemaakt.”

TIJMEN: “Het zat toch helemaal vol?”

MOEDER: “Ja.”

Tijmen kijkt rond in de zaal. Daarna komen hij en zijn moeder bij Tineke in de praktijk.

TINEKE VAN ASSELDONK: “Hallo. Dan gaan wij weer beginnen vandaag. Heb je de foto van papa meegenomen?”

Tijmen zet de foto bij een kaars, die hij aansteekt.

TIJMEN: “Ik heb dit al vaker gedaan hoor.”

Ja, dat klopt.

TIJMEN: “Tineke is een aardige vrouw en die kan je helpen als een familielid of een vriend is dood gegaan. Dan doe je allemaal dingen. Daar ga je je dan beter door voelen.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Kijk ondertussen maar meteen of er kaartjes bij zitten, waarvan je denkt dat was bij papa ook zo. Die mag je er wel uit pakken.”

TIJMEN: “Toen moest ik er een paar kaarten uithalen en toen moest ik het verhaal neerleggen. Ik heb er hier al twee. Hij zit nu in onze achteruin in een urn.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Kijk nog maar of er nog meer kaartjes bij liggen waarvan je denkt dat was er ook wel een beetje bij. Welke van de plaatjes hier horen bij het moment dat jij het verdrietigst was?”

TIJMEN: “Bij het crematorium.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Bij het crematorium.”

TIJMEN: “Er was ook een televisie met een fotoshow steeds. Daarvan werd ik verdrietig.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Oké. Foto’s van papa? Papa thuis, op zijn werk en bij jullie?”

TIJMEN: “Niet op zijn werk.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Of van papa met vrienden of op vakantie?”

TIJMEN: “Ja.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Daar ging je papa ook een beetje van missen natuurlijk.”

Tijmen knikt. Hij en Tineke zitten op de grond en kijken naar alle plaatjes.

TINEKE VAN ASSELDONK: “Nou wat ik dan op de puzzelstukjes wil laten tekenen zijn juist de hele mooie herinneringen aan papa. Iets waarvan jij zegt, dat wil ik echt nooit vergeten van papa. Waar denk jij dan aan?”

TIJMEN: “Dat hij me in het water heeft gegooid.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Dat papa jou in het water ging gooien bij het zwemmen? – Ja.”

TIJMEN: “Ja.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Dat is een hele goede. Die kunnen we hier wel op tekenen.”

Tineke en Tijmen zitten aan tafel. Tijmen tekent met een blauwe viltstift.

TINEKE VAN ASSELDONK: “Wil je de puzzel een keertje maken?”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Zullen we eens kijken of die werkt?”

TIJMEN: “Oké.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “En vertel je op school ook weleens over papa?t”

TIJMEN: “Nee. Eigenlijk niet.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “En waarom wil je dat niet? Kun je dat vertellen?”

Tijmen maakt een legpuzzel van de tekening die hij net gemaakt heeft.

TIJMEN: “Ik kon het gewoon niet.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Je kon het gewoon niet. Want?”

TIJMEN: “Als ik te lang praatte dan werd ik te verdrietig.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “En vond je het niet fijn om op school verdrietig te worden?”

TIJMEN: “Nee.”

TINEKE VAN ASSELDONK: “Wou je dat liever bewaren voor thuis bij mama?”

Tijmen knikt. De puzzel is af. Hij blaast het kaarsje uit en neemt de foto van zijn vader weer mee. Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar 24.nl.

4. Stel een rouwprotocol op 

Een overlijden komt misschien niet vaak voor op school, maar juist daarom vindt Janssen het belangrijk dat elke school een rouwprotocol heeft. Ook hier kan een rouwtherapeut bij helpen. “Zet kort en bondig – 1 A4’tje is genoeg – op papier hoe je als school handelt bij een ingrijpende gebeurtenis. Wat is nodig? Wie staat aan het roer? Welk intern of extern zorgteam biedt ondersteuning? Als je een draaiboek hebt klaarliggen, loop je niet achter de feiten aan.

5. Werk samen met thuis

Sla de handen ineen met ouders en/of verzorgers. Bespreek hoe het thuis gaat en hoe jullie kunnen samenwerken om de leerling te ondersteunen. Tijdens een periode van rouw kunnen de leerprestaties een tijdje wat minder zijn, maak daar geen groot ding van. Janssen: “Je kunt wel samen met ouders en/of verzorgers een stip op de horizon zetten. Bespreek waar jullie over twee maanden willen staan en evalueer dat ook met elkaar.”

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.