Gewenst gedrag bij leerlingen stimuleren
praktijk
vo mbo

Gewenst gedrag bij leerlingen stimuleren

In het voortgezet onderwijs en het mbo werken leraren dagelijks aan de motivatie, verantwoordelijkheid en sociale interactie van en met leerlingen. Hoe kun je leerlingen stimuleren om positief en gewenst gedrag te laten zien? Vier methoden bieden inspiratie en houvast.

© Rijksoverheid/Ruben Jorksveld

Gedrag van leerlingen komt ergens vandaan. Voor leraren is het waardevol om te begrijpen wat leerlingen beweegt en welke behoeften achter het gedrag zitten. In de puberteit ontwikkelen jongeren hun eigen identiteit. Ze ontdekken wie ze zijn door zich te onderscheiden van anderen, eigen keuzes te maken en verbinding te zoeken met leeftijdsgenoten. Zich afzetten tegen opvoeders hoort daar ook bij. 

Duidelijke verwachtingen en een veilige structuur helpen leerlingen in hun ontwikkeling. Wanneer leerlingen weten welk gedrag gewenst is en waarom bepaalde afspraken gelden, ontstaat er ruimte voor wederzijds respect, vertrouwen en een positief leerklimaat.

Onderstaande vier methoden helpen bij het stimuleren van gewenst gedrag van leerlingen.

1. Geboden: positief geformuleerde, duidelijke regels

Werken met positief geformuleerde regels of geboden is een manier om leerlingen te motiveren tot gewenst gedrag. De meeste leerlingen vinden het fijn als er een duidelijke structuur is met regels en afspraken die voor iedereen gelden en waaraan iedereen zich houdt. Regels worden duidelijker als je ze concreet en positief formuleert. Dus niet: geen rommel maken, maar: gooi afval in de prullenbak.

Je kunt leerlingen positieve feedback geven als ze zich aan die regels houden. Dan ontstaat er een positief klimaat in de klas. Bekijk in de video hoe teamleider Barrie Hoogsteyns van het Christelijk College Zeist (CCZ) dit in de praktijk brengt. Ze wijst ook op het belang van keuzevrijheid en ruimte geven aan leerlingen. 

  • Deze video kan worden embed

2. Provocatieve begeleiding: doorbreek patronen

Provocatieve begeleiding is een creatieve en humoristische manier van reageren op het ongewenste gedrag van leerlingen. De leraar zegt wat hij denkt, maar doet daar een flinke schep bovenop, ontregelt en doorbreekt vaste patronen. Door een grappende toon en non-verbaal spiegelen van gedrag, krijgen leerlingen een realistischere kijk op zichzelf en hun omgeving.

3. Herstelrecht: los conflicten zelf op

Herstelrecht is de tegenhanger van straf. De kern van herstelrecht is leerlingen een grote rol laten spelen in het oplossen van conflicten, door ze zelf naar een oplossing te laten zoeken. Het uitgangspunt daarbij is om in een conflict het slachtoffer te laten vertellen wat hem is aangedaan en de dader in de gelegenheid te stellen de schade die hij heeft aangericht te herstellen. Bij herstelrecht staan drie vragen centraal:

  • Wat is er gebeurd?
  • Wie is hierdoor geraakt?
  • Hoe kan dat anders?

Door herstelrecht worden de ontstane problemen opgelost en de verhoudingen hersteld.

4. Straf: als het niet anders kan 

Soms is het geven van straf onvermijdelijk. Een goed gekozen straf leert ongewenst gedrag af en zorgt voor het herstel van fouten. Straffen zijn hulpmiddelen. Ze kunnen een leerling helpen zich sterker medeverantwoordelijk te voelen voor zijn eigen gedrag.

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.