praktijk
po
vo

Discussiëren kun je leren

De Stichting Discussiëren kun je leren (DKJL) ontwikkelde een lesprogramma om leerlingen op speelse wijze discussievaardigheden aan te leren. Leerlingen leren een mening vormen en deze onder woorden te brengen. Daarnaast leren ze om naar de mening van een ander te luisteren en hier respect voor te hebben. Zo leidt een discussie niet tot ruzie en biedt het programma een manier om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken.

  • Embedcode

Het programma van DKJL stimuleert niet alleen de ontwikkeling van communicatieve vaardigheden en de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen. Het vergroot ook de maatschappelijke betrokkenheid door op een goede manier ingewikkelde maatschappelijke problemen te bespreken. Dat bevordert de ontwikkeling van burgerschapscompetenties en het zorgt ervoor dat kinderen socialer en toleranter worden. 

Gesprekstechnieken gebruiken

Discussiëren kun je leren speelt in op de actualiteit. Door op een goede manier met elkaar te discussiëren leren kinderen omgaan met maatschappelijke problemen als agressie, fundamentalisme en racisme. De rol van de leraar is heel belangrijk. Hij reikt de leerlingen   verschillende gesprekstechnieken aan, zoals leren luisteren naar elkaar. Leerlingen oefenen met rollenspel en op een positieve manier feedback geven. Tips voor het begeleiden van een discussie zijn bijvoorbeeld:

  • Spreek de betekenis van de woorden stelling, feit, mening en argument goed door met de leerlingen.
  • Oefen regelmatig het bepalen van de hoofdgedachte van een tekst met de leerlingen. 
  • Leer leerlingen om voorbeelden te geven bij hun argumenten. Hiervoor kun je het ABC-schema ‘ik vind….omdat…’ gebruiken. Hiermee kunnen leerlingen zich goed voorbereiden op het debat. 
  • Geef leerlingen voldoende denktijd om hun mening te formuleren, start hierna pas met de werkelijke discussie. 
  • Oefen het reageren op stellingen met behulp van de werkvorm Sta op. De leerlingen moeten gaan staan als een stelling op hen van toepassing is.
  • Bereid subvragen voor die je kunt stellen wanneer een discussie stilvalt.
  • Besteed veel aandacht aan procesgerichte feedback. ‘Ik zie… Mag ik je een tip geven?’. Eventueel kun je tijdens de discussie een time-out inlassen voor het geven van tips en tops. 
  • Bespreek op het einde van de les van wie de mening gaandeweg de discussie veranderd is. Je kunt hiervoor ook een overloopdebat als werkvorm gebruiken. Na het voorlezen van de stelling, vraag je de voorstanders van de stelling om aan de ene kant te zitten en de tegenstanders aan de andere kant. Tijdens het debat mogen de leerlingen van mening veranderen en naar de andere kant lopen.
  • Zorg ervoor dat iedereen het woord krijgt. Dit kan bijvoorbeeld door met een voorzitter en tijdbewaker te werken. 

Discussiëren kun je leren heeft een vaste structuur 

Een les van Discussiëren Kun Je Leren heeft een vaste structuur en kent de volgende fasen: 

Opzetfase 

In de opzetfase wordt het thema gepresenteerd. Bestaande kennis wordt geactiveerd. Leerlingen leren nieuwe woorden, die hen in een latere fase van de les kunnen helpen om nuances aan te brengen in de discussie. 

Beeldvormingsfase

In de beeldvormingsfase wordt nieuwe feitenkennis aangedragen die aansluit bij bestaande kennis over het betreffende onderwerp. Dit is een belangrijke fase omdat leerlingen eerst kennis nodig hebben waarover ze een mening vormen. 

Meningsvormende fase 

In de meningsvormende fase worden de leerlingen gestimuleerd om voorzichtig een mening te vormen en deze uit te wisselen. 

Verdiepingsfase

In deze fase discussiëren de leerlingen met elkaar en leren zij onder andere om de ‘ik-boodschap’ te gebruiken en voorbeelden te geven bij hun argumenten. 

Evaluatiefase 

In de evaluatiefase leren de leerlingen zichzelf en elkaar feedback te geven, bijvoorbeeld door het geven van tips en tops.

Lees meer over de structuur van de methode in de proefles over zakgeld

Spelregels voor een goede discussie

De methode DKJL leert leerlingen enkele spelregels waarmee een discussie op een constructieve manier verloopt. Voorbeelden van spelregels zijn:

  • Laat elkaar uitpraten
  • Gebruik de ik-boodschap. Zeg: ‘Ik vind….’ 
  • Geef voorbeelden bij je argumenten. Zeg: Ik vind…….omdat….’
  • Wees eerlijk
  • Probeer ieders mening te begrijpen
  • Voorkom vriendjesproblematiek
  • Let op je lichaamstaal en stemgebruik

Je kunt elke les een spelregel centraal stellen, en deze op het einde van de les evalueren. Op deze manier leer je de spelregels diepgaand en duurzaam aan. 

Meer weten?

Thema

Curriculum

Onderwerpen

Mens & maatschappij


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.