Hoe begeleid je leerlingen met een angst- of dwangstoornis?
praktijk
po vo mbo so

Hoe begeleid je leerlingen met een angst- of dwangstoornis?

Leerlingen met een angst- of dwangstoornis hebben goede begeleiding nodig. Wat kun je doen om die te bieden en hoe herken je de signalen? Docent Justine Sombekke vertelt hoe ze een student met een sociale angststoornis ondersteunde.

De leerlingen op de foto komen niet voor in het artikel.  © Rijksoverheid/Marieke Duijsters

Iedere leerling is weleens bang of angstig. Zeker als kinderen jong zijn, hoort dat bij hun normale ontwikkeling. Als ze opgroeien en ouder worden, leren de meeste kinderen daarmee omgaan en groeien ze over hun angsten heen. Toch kan angst een probleem worden, vooral als die vaak voorkomt, lang duurt of heftig is. Een ingrijpende gebeurtenis kan ook een rol spelen.

Belangrijke rol voor de leraar

Er zijn diverse vormen van angst- en dwangstoornissen, zoals sociale angst, posttraumatische stressstoornissen, paniekaanvallen of schoolfobie. Het is belangrijk dit soort stoornissen, fobieën en angsten bij leerlingen te herkennen, zodat ze niet verergeren en leiden tot een depressie. De landelijke Angst-, Dwang- en Fobiestichting benadrukt dat leraren angststoornissen niet kunnen oplossen, maar ziet een belangrijke rol voor leraren bij het ondersteunen van angstige leerlingen en studenten.

Tips voor leraren in het omgaan met angstige leerlingen:

  • Erken en accepteer de angst van de leerling of student.
  • Zoek contact met de ouders, bespreek wat je ziet.
  • Zorg voor een veilige sfeer in de klas.
  • Geef positieve bevestiging aan de leerling en creëer succeservaringen.
  • Help de leerling of student bij het vergroten van de weerbaarheid.
  • Schakel professionele hulp in als dat nodig is. Betrek ouders in dit proces.

Niet meteen herkenbaar

Justine Sombekke, zorgcoördinator, docent aan de Entree-opleiding op het ROC van Flevoland en ambassadeur van Leraar24, ontdekte pas na een tijd dat een student in haar klas leed aan een sociale angststoornis. “Hij had een angst voor grote groepen mensen en sociale interactie, maar zei dat niet. Tijdens de lessen kreeg hij weleens een paniekaanval. Hij vertrok naar het toilet en kwam vervolgens niet meer terug. Als team dachten we eerst dat hij ongemotiveerd was en er met de pet naar gooide.”

Zorgteam in actie

Uiteindelijk ontdekte Sombekke tijdens gesprekken met de student dat er meer speelde. Omdat de student vaak verzuimde kwam het zorgteam in actie. Een jeugdarts constateerde uiteindelijk dat hij last had van sociale angst. De student ging hiervoor ook in behandeling. 

Sombekke: “Ik ben zorgcoördinator, dus ik praatte er met hem over. Hij gaf al snel aan dat hij het opnieuw op school wilde proberen. Doordat ik bekend was met zijn problematiek, snapte ik als docent beter wat er aan de hand was. Ik lette meer op hem tijdens de lessen en stelde soms voor dat hij even een rondje mocht lopen. Hij voelde zich daardoor gezien en had minder last van stress en angst.”

Meebewegen en meedenken

Docenten moeten hun signaleringstaak voor angst- en dwangstoornissen serieus nemen, vindt Sombekke. “We zien studenten best vaak. Bij studenten die zich niet goed voelen is er geen onderwijs mogelijk. Het is bovendien belangrijk om je eigen ideeën of vooroordelen aan de kant te zetten. Je weet namelijk niet wat er speelt. Het kan lijken alsof een student geen zin heeft de lessen te volgen, maar met die verwachtingen help je hem niet.” 

Wat wel helpt? “Meebewegen, meedenken en de leerling of student doorverwijzen naar iemand van het zorgteam. Bij de student met de sociale angststoornis hielp dat om hem terug te laten komen naar school. Uiteindelijk is in goed overleg besloten dat hij ging werken. Dat was voor hem een oplossing die passend en succesvol bleek.

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.