Praktijk

Vriendelijk orde houden

Redactie Leraar24 | Gepubliceerd op 02 oktober 2017

  • VO
Ordeproblemen komen vaak voor en de honger naar kennis en tips is dan ook groot. Op Pieter Nieuwland College zochten leraren naar een goede manier om orde te houden zonder boos te hoeven worden. Na kennisuitwisseling met verschillende onderwijsexperts en Stichting Rapucation hebben zij daar een manier voor gevonden: Vriendelijk orde houden. De aanpak voorkomt frustraties over het lesgeven en resulteert in een betere sfeer en effectievere lestijd. ‘Vriendelijk orde houden’ bestaat uit zes duidelijke richtlijnen en een competentieprofiel. Iedere docent kan de richtlijnen naar eigen inzicht inzetten, onafhankelijk van doelgroep en persoonlijkheid. Leerlingen geven aan deze manier van orde houden prettiger te vinden dan wanneer docenten boos zijn en er geen orde is in de klas.
Vriendelijk orde houden

Aanpak

Orde houden en een vriendelijke houding lijken met elkaar in tegenspraak. De rol van politieagent lijkt onlosmakelijk verbonden met rust in de klas. Toch is het mogelijk vriendelijk te blijven én duidelijk je grenzen aan te geven. Als je je als leraar vriendelijk opstelt en je weet te voorkomen dat je uit je vel springt, dan nemen leerlingen dat vriendelijke gedrag over het algemeen over. Een klein percentage leerlingen neemt jouw vriendelijke gedrag niet over. Ook deze leerlingen zijn met een duidelijke maar ook vriendelijke houding bij te sturen.

Actief orde houden

De eerste denkstap die leraren moeten zetten is verandering van tactiek: van passief orde houden naar actief orde houden. Van afwachten tot conflict en reageren vanuit emotie, naar werken met een eigen systeem voor klassenmanagement volgens een duidelijk kader en stappenplan. Iedere leraar is anders en dat maakt onderwijs ook zo mooi. Leraren maken daarom zelf een vertaling van ‘Vriendelijk orde houden’ naar een persoonlijk (of schoolbreed) ontwikkelplan hoe om te gaan met ongewenst gedrag.  Dit plan wordt ontwikkeld aan de hand van richtlijnen met als doel het verbeteren van de relatie met de leerlingen.

Richtlijnen

  1. Verwachtingsmanagement
  • Zorg ervoor dat de leerlingen het gewenste gedrag kennen
  • Geef duidelijk instructie en ben duidelijk in wat je van de leerlingen verwacht
  1. Wees altijd vriendelijk
  • Lichaamstaal is 55% van de boodschap. Gebruik je eigen lichaamstaal en observeer die van de leerlingen
  • Wees vriendelijk en meelevend
  • Zorg voor een veilige en ontspannen sfeer
  1. Zoek verbinding
  • Geef de leerlingen een hand bij binnenkomst
  • Toont interesse in de leerlingen
  • Besteed aandacht aan de kennismaking
  • Werk aan een relatie door meer over de interesses en hobby’s van de leerlingen te weten te komen. De leerlingen verbinden zich zo ook met elkaar
  1. Zorg voor een duidelijke communicatie
  • Gebruik gebaren bij het lesgeven ook bij reprimandes
  • Observeer de lichaamstaal van leerlingen
  1. Waarschuw efficiënt
  • Waarschuw weinig (maximaal drie keer)
  • Observeer of iedereen de waarschuwingen opmerkt
  • Stuur onacceptabele verstoringen bij met een (beperkt) aantal non-verbale waarschuwingen.
  • Zorg dat leerlingen weten wanneer er (bijna) een grens is bereikt en wat de consequentie is overschrijden van deze grens
  • Noteer de waarschuwingen
  1. Stuur gedrag effectief bij
  • Geef een effectieve sanctie
  • Gebruik sancties die de leerling tijd kost en het probleem oplost bijvoorbeeld een reflectieverslag
  • Geef de sanctie op een vriendelijke manier

Vervolgens maakt de leraar aan de hand van alle richtlijnen een eigen systeem dat past bij zijn doelgroep, persoonlijkheid en omgeving.

Competentieprofiel

Nadat de leraar een persoonlijk systeem heeft ontwikkeld dat het mogelijk maakt om op een vriendelijke manier orde te houden, begint het échte werk pas. Het systeem toepassen tijdens de lessen en doorzetten! Dit vraagt om enkele belangrijke competenties. De methode ‘Vriendelijk orde houden’ heeft  deze in een competentieprofiel beschreven. Het profiel bestaat uit vijf competenties met concreet waarneembaar gewenst gedrag. De leraar kiest maximaal drie concrete gedragingen als ontwikkelpunt. Na een half jaar bepaalt de leraar aan de hand van een feedback formulier of dit is verbeterd. Daarna worden er weer drie nieuwe competenties gekozen.

  • Competentie 1: Veranderen en Innoveren

Bijvoorbeeld ‘Ik sta open voor feedback van leerlingen en collega’s’ of ‘Ik treed buiten mijn comfortzone’.

  • Competentie 2: Doorzetten

Bijvoorbeeld ‘Ik volg geruime tijd een ingeslagen weg’ of ‘Ik vat gedrag van leerlingen niet persoonlijk op’.

  • Competentie 3: Observeren

Bijvoorbeeld ‘Ik weet welk gedrag ik wens van mijn leerlingen’ of  ‘Ik observeer de leerlingen individueel zodat ik verstoringen van de les snel weet te plaatsen’.

  • Competentie 4: Voorbeeldfunctie

Bijvoorbeeld ‘Het gedrag dat ik van mijn leerlingen vraag, toon ik tijdens de les aan de leerlingen’ of ‘Ik erken fouten die ik maak en bespreek deze met de leerling of met de klas’.

  • Competentie 5: Consequent en efficiënt bijsturen van gedrag.

Bijvoorbeeld ‘Ik vervang gesproken orde maatregelen door non-verbale actie’ of ‘Voordat we echt aan het werk gaan leg ik duidelijk uit welk gedrag ik van de leerlingen vraag’.

Succesverhalen

Bekijk hier de verhalen en ervaringen van verschillende onderwijsexperts, filosofen, docenten en leerlingen.

Links

Dit artikel is in samenwerking Wietske Tijssen van Stichting Rapucation tot stand gekomen.

Meer weten?
Meer weten?

Voor vragen over deze methodiek kun je contact opnemen met Wietske Tijssen.

Nog vragen?

Leraar24, het LerarenOntwikkelFonds en de Kennisrotonde helpen je graag.

Stel je vraag!

Geef jouw waardering: (klik om te waarderen)

Schrijf zelf een reactie

Als je je e-mailadres invult kunnen wij reageren op je reactie. Het e-mailadres wordt niet op de site getoond.

Leraar24 staat het delen, aanpassen en gebruiken van de gepubliceerde content op deze website toe, tenzij anders aangegeven, onder de voorwaarden in de Disclaimer.

Gerelateerd