Praat met leerlingen over internet: 4 tips en voorbeeldvragen

Kennisnet | 19 april 2019

Internet speelt een belangrijke rol in het leven van ieder kind. Omdat internet ook gevaren met zich meebrengt, is het verstandig om met leerlingen te praten over hun digitale ervaringen. Maar hoe doe je dat? Met 4 praktische gesprekstips en voorbeeldvragen helpen we je om te praten over internet.
Lerares praat mer 2 leerlingen, een leerling houd smartphone vast

Leerlingen zijn digitaal zeer actief. Ze appen met elkaar via WhatsApp, sturen elkaar berichtjes via Snapchat, bekijken video’s op YouTube en publiceren soms zelf vlogs en blogs. Om erachter te komen wat leerlingen op internet doen en waar hun online interesses liggen, kun je aan de hand van een aantal gespreksvaardigheden leerlingen digitaal wijzer maken.

Hoe praat je met leerlingen over internet?

Tip 1: Stel open vragen
Stel open vragen om met je leerlingen over internet te praten. Soms is een gesloten vraag nodig om verder te komen in een gesprek. Maar waarschijnlijk krijg je een betere interactie met vragen, zoals:

  • Wanneer gaat iemand te ver op WhatsApp, waar ligt jouw grens? Als iemand een fatsoensgrens overgaat in de app-groep, wanneer verdient hij of zij een straf?
  • Welke straf vind jij dan passend?

Tip 2: Stel prikkelende vragen
Door leerlingen serieus te nemen, stimuleer je ze na te denken en een mening te geven. Dit doe je door ze uit te dagen met vragen waarmee je ze aan het denken zet. Stel daarom prikkelende vragen die de verbeelding van leerlingen aanspreekt, zoals:

  • Welke foto’s mag Facebook van jou verkopen aan bedrijven om ze te gebruiken in reclamecampagnes? En wat voor soort foto’s niet?

Tip 3: Steek het gesprek positief in
Het is een misvatting om te denken dat leerlingen zich aan de lopende band misdragen op internet. Tussen jongeren bloeit kameraadschap en liefde volop, ook digitaal. Op WhatsApp, Snapchat en Instagram regent het geen gifpijlen maar liefdeshartjes. Steek een gesprek over de online activiteiten van leerlingen dan ook positief in, zodat het gesprek over moeilijke onderwerpen mogelijk is. Gebruik bijvoorbeeld onderstaande voorbeeldvragen:

  • Hoe ontstaan online conflicten? Hoe los je ze weer op? Hoe voorkom je ze? Begin het gesprek positief, niet vanuit je zorgen over de dingen die mis kunnen gaan. Ga uit van de kracht van jongeren en hun vermogen om de (digitale) wereld positief te veranderen. Vraag juist ook naar het goede.
  • Wat is het mooiste dat iemand voor jou heeft gedaan of tegen je heeft gezegd via internet, bijvoorbeeld via WhatsApp?

Tip 4: Houd rekening met leeftijd en niveau van de leerling
Jonge leerlingen zijn benieuwd naar je mening, en die kun je dus best zo nu dan geven. Dat helpt ze. Bij leerlingen doe je er meestal beter aan te wachten met het geven van je mening. Geef ze de ruimte om zelf tot een mening te komen, al is dat niet voor iedereen even makkelijk. Er zijn twee soorten vragen die je kunt stellen:

  • Vraag leerlingen om hun digitale leefwereld te beschrijven. Dit kan door een ‘plaatje’ te maken. Bijvoorbeeld: wat is de grappigste Snapchat-emoji die je hebt gekregen? Wil je deze eens laten zien?
  • Vraag naar meningen en argumenten. Facebook zegt dat kinderen, jonger dan 13 jaar, geen account aan mogen maken. Waarom denk je dat dit zo is? Ben je het ermee eens?

25 vragen over internet

Om het gesprek met leerlingen nog beter te voeren, publiceert Kennisnet op leraar24.nl de reeks 25 vragen over internet. De reeks bestaat uit 4 artikelen, die ieder 25 hulpvragen bevat om te praten met leerlingen over internet:

De artikelreeks 25 vragen over internet’ is een bewerking van de bijlagen uit het Handboek Digitale geletterdheid van Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet en expert op het gebied van jeugd en digitale media.

In gesprek

Laat ict werken voor het onderwijs.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Laat ict werken voor het onderwijs.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.