Excellente leerlingen hebben baat bij keuzevrijheid
onderzoek
Hoogbegaafdheid vo

Excellente leerlingen hebben baat bij keuzevrijheid

Excellente leerlingen in het voortgezet onderwijs presteren beter als ze een deel van hun lestijd mogen besteden aan eigen projecten. Bovendien kiezen deze leerlingen vaker voor een natuur en techniek-profiel en, na de middelbare school, voor als zwaarder beschouwde studies.

© Rijksoverheid/Marieke Duijsters

Ferry Haan, leraar economie op het Jac.P. Thijsse College in Castricum, deed promotieonderzoek naar de effecten van de aanpak van excellente leerlingen. Onderzoek naar deze effecten is moeilijk, omdat het de betere leerlingen zijn die deze programma’s volgen. Daardoor kan moeilijk worden bepaald waarom deze leerlingen zo goed presteren: ligt dat aan het programma of aan de capaciteiten die de leerlingen toch al hebben?

Talentprogramma voor hoogbegaafde leerlingen

Haan kon in zijn onderzoek gebruikmaken van data van het Stedelijk Gymnasium Nijmegen (SGN). Deze school selecteert leerlingen uit de brugklas voor zijn talentprogramma op basis van een test. Daarmee wordt gekeken naar intelligentie, motivatie en welbevinden van de leerling. Door leerlingen die net wel mochten meedoen aan het talentprogramma te vergelijken met leerlingen die net buiten de boot vielen, kon Haan het effect van het talentprogramma inschatten. Zowel in wiskunde, talen, als in andere vakken presteerde de eerste groep leerlingen beter.

Leerlingen die deelnemen aan het talentprogramma van het SGN kiezen een onderwerp dat ze willen uitzoeken. In overleg met een docent-begeleider van school bepaalt de leerling het leerdoel en stelt hij of zij een werkplan op. De leerling bepaalt ook welke lessen hij kan missen om aan het project te werken. De docent moet hier mee instemmen. Het eindproduct van het onderzoek kan een werkstuk zijn, maar ook een computerprogramma of kunstwerk. De leerling presenteert dit aan het eind van het jaar aan ouders, docenten en medeleerlingen.

Positieve effecten toetsen

Om te zien of hij het positieve effect van het talentprogramma op een andere plek kon herhalen, deed Haan nader onderzoek. Op drie scholen van de Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland (SVOK), waaronder zijn eigen school, keek hij naar de effecten van het vergelijkbare talentprogramma Flexcellent. Dit programma had Haan zelf ontwikkeld op basis van het talentprogramma van het SGN.

Bij de start van het experiment werd geloot welke afdelingen mee mochten doen aan het programma en welke afdelingen als controlegroep zouden fungeren. Door de resultaten van de leerlingen die deelnemen aan het programma te vergelijken met een controlegroep, kon Haan de effecten schatten. Flexcellent blijkt vergelijkbare positieve effecten te hebben als het talentprogramma van het SGN. Daarbij lijken de sterkere leerlingen meer te profiteren dan de wat minder talentrijken. Bovendien blijken de deelnemers aan Flexcellent in de vierde klas vaker te kiezen voor het als zwaarder beschouwde natuur en techniek-profiel.

Meer weten?

Referenties

Titel
In pursuit of excellence: Four (natural) experiments in the economics of education
Publicatie
Universiteit van Amsterdam
Auteur(s)
Haan, F. H. G.
Jaar
2018

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.