Zo combineer je cultuur met taalontwikkeling
Veel basisscholen willen graag meer doen met cultuur, maar taalontwikkeling heeft ook veel aandacht nodig. De werkvorm kunsttaalroutines maakt het mogelijk om de twee te combineren. Dat biedt extra kansen, want juist bij culturele activiteiten gebruik je een heel andere taal dan wanneer je een boek leest.
Transcript
Deze video geeft uitleg over het combineren van cultuur met taalontwikkeling.
LERAAR: “Melis, jij kan heel goed Engels. Wat betekent Follow the leader?”
MELIS: “Volg de leider.”
LERAAR: “Volg de leider. In het begin ben ik de leider en jullie gaan mij dus nadoen.”
Kinderen dansen in een kring.
LERAAR: “Rens. Hoe dans jij traag? Echt in de slow motion.”
Nina Ruge, vakdocent Factorium.
NINA: “Ik ben zelf dansdocent, dus ik ben verantwoordelijk voor de dansroutines die op een school worden geïmplementeerd. Maar voor alle andere disciplines zijn er ook routines. Dus voor drama, muziek, beeldend, literatuur.
In de dansroutine of in een dansles zit taal eigenlijk verweven in alle bewegingen die de dansers doen. Neem de opwarming die de kinderen hebben gedaan en waarbij ze hun voet moeten gaan draaien. Daar kan de leerkracht al mee roepen we zijn aan het draaien. En hoe draai je eigenlijk heel langzaam of juist vliegensvlug?”
Carla de Hond, leraar groep 5.
CARLA: “Tot nu toe hebben we eigenlijk alleen tekst en muziek aangeboden en dat is nu aangevuld met dans en dramaonderwijs.”
NINA: “Tijdens een dans-taal routine zijn de leerlingen op verschillende manieren bezig met taal. Ze leren nieuwe begrippen. Dat kunnen dans specifieke begrippen zijn, net als over tijd, bijvoorbeeld vliegensvlug of traag. Of dat kunnen begrippen zijn die rondom een thema bedacht zijn van een leerkracht, bijvoorbeeld over beroepen of over dieren. Ze leren overleggen, ze moeten reflecteren op het eind van de dans-taal routine. En ze zijn bezig met de expressieve taal, bijvoorbeeld door over hun emotie te praten.”
CARLA: “Je ziet samenwerkingen tussen kinderen die er anders niet zijn en dat vind ik gewoon zelf heel erg leuk om te zien.”
NINA: “Voordat de leerkracht zelf aan de slag kunnen gaan met de dans routines, krijgen ze van mij eerst een teamscholing. In de teamscholing gaan ze zelf meemaken hoe zo’n routine in elkaar zit. Ze gaan in groepjes zelf aan de slag en beleven zelf de routine, zodat ze hem later aan hun leerlingen kunnen aanleren. Daarna geef ik wat voorbeeldlessen aan hun eigen klas en dan kan de leerkracht kijken hoe het in elkaar zit. En dan, stapje voor stapje, gaan de leerkrachten steeds een deel van de routines zelf geven.”
CARLA: “In het begin was het wel even wennen met de routines aan de slag te gaan. Want zelf dansen en toneelspelen is natuurlijk heel anders dan als dat je in een keer les moet gaan geven in de kunst-taal routines. Maar je krijgt hele goede begeleiding vanuit de kunst-taal routines. Zij coachen je lessen en dan wordt het een stuk makkelijker. Daarnaast heb je de website waar heel veel kunst-taal routines op staan die jij zelf aan kunt passen en die jij helemaal naar jouw les kunt zetten met betrekking tot woordenschat en taal.”
NINA: “Tot nu toe is mijn ervaring met de dansroutines dat de leerkrachten die daarmee aan de slag zijn, vooral het enthousiasme van hun leerlingen zien. De kinderen willen graag dansen en met dans en muziek aan de slag gaan. En dan kunnen de leerkrachten de dansroutines gebruiken om daarmee weer met taal aan de slag te gaan.”
CARLA: “Ik denk dat het voor heel veel scholen weggelegd is. Voor regulier onderwijs, zoals deze school. Maar ik denk dat het zeker ook voor SBO en voor speciaal onderwijs een hele goede toepasbare routine is. Kinderen leren op allerlei manieren en de ene kind is juist wat praktischer ingesteld en die leert vooral door te doen. De andere kinderen leren beter uit een boekje. En zo heb je een hele diverse invalshoek om met taal om te gaan.”
NINA: “Als de kunst-taal routines nog nieuw zijn voor een klas, dan kost het de leerkracht even wat tijd en moeite om het voor te bereiden. Materiaal bij elkaar zoeken, muziek bij elkaar zoeken. Maar als de kunst-taal routine één keer bekend is bij de kinderen, dan kunnen ze daarmee zelf aan de slag.”
CARLA: “Het bevordert in mijn klas vooral de woordenschatontwikkeling. Dat vinden ze in mijn klas wel een dingetje; woordenschat. Het bevordert ze in die zin doordat ze met elkaar in gesprek gaan over wat ze doen. Dus ze gebruiken de woorden die ze leren en ze leren nieuwe woorden erbij. En woordclusters. Bijvoorbeeld bij het onderdeel zwembad komen er allerlei woorden aan bod die met zwemmen te maken hebben, en bewegingen, en maken ze daar een dansroutine van.”
Carla staat voor de klas.
CARLA: “We hebben ook kaartjes van kracht. Daar staat bijvoorbeeld op: heel log dansen. Bijvoorbeeld een olifant noemen ze ook wel een log dier.”
NINA: “Schroom niet om ook moeilijke woorden te gebruiken. Balanceren lijkt een heel erg moeilijk woord voor kleuters. Maar als kinderen als kleuters één keer heel rustig op een lijntje gaan lopen en daarbij het woord balanceren horen, dan kunnen ze ook echt wel dit moeilijke wordt leren.”
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop.
Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.
De Tilburgse cultuurmakers van Factorium merkten een aantal jaar geleden dat de basisscholen waarmee ze samenwerkten graag meer wilden doen met cultuur. Tegelijkertijd hoorden ze dat taalontwikkeling zoveel aandacht nodig had, dat er weinig tijd overbleef om aan cultuur te besteden. Zo ontstond het idee voor kunsttaalroutines, een werkvorm waarbinnen dans, muziek, drama, literatuur en beeldende kunst op gelijke voet staan met taal. De kern van de werkvorm is dat leerlingen tijdens de culturele activiteiten nieuwe begrippen leren, praten over emoties, expressieve taal gebruiken en zo hun taalvaardigheid uitbreiden met kennis die ze juist niet opdoen bij het lezen van een tekst.
Verschillende disciplines
De inzet van kunsttaalroutines is altijd afgestemd op de school. Maartje Knoop is onderwijsconsulent bij Factorium en legt uit hoe dat gaat. “Welke routines je kiest als school, kun je zelf bepalen. Er zijn scholen die nog helemaal geen cultuuronderwijs hebben en voor een combinatie van routines kiezen, maar er zijn ook scholen die al veel aan muziek doen en zich met de routines juist willen richten op dans.” Een van de scholen die met kunsttaalroutines werkt, is de Jan Ligthartschool Rendierhof in Tilburg. In de video laat de school zien hoe dat in de praktijk gaat.
Wennen aan de werkvorm
“Scholen die net beginnen met kunsttaalroutines moeten de tijd nemen om iedereen aan deze werkvorm te laten wennen”, zegt Knoop. “De routines zijn een basis die je je als leerkracht eigen moet maken. Als het een routine wordt, kun je nog meer aandacht besteden aan de taalontwikkeling en kun je het ook toepassen op andere taalthema’s. Leerlingen weten na een tijdje ook precies wat er van ze verwacht wordt. Zien ze een bepaald icoon, dan weten ze wat ze moeten doen.” Nu het programma vier jaar loopt, ziet Knoop enthousiaste leraren, maar ook leraren die de routines lastig vinden. “Dat heeft vooral te maken met kunstdisciplines die uitdagend zijn. Daar begeleiden we scholen in. Dit traject heeft tijd nodig en een verandering van mindset. De directe opbrengst is niet te meten, maar scholen zien – naast het plezier bij leerlingen – zeker dat het werkt voor de taalontwikkeling.”
Meer weten?
- Deze lesmethode combineert drama en taal.
- Zo kun je leerlingen motiveren met cultuurgebaseerd onderwijs.
- Wat leren leerlingen eigenlijk van cultuuronderwijs?