Waarom een klassikale aanpak werkt bij verschillen in executieve functies
De ene leerling raakt overprikkeld van drukte op de gang, de andere loopt vast wanneer de planning uitloopt en een derde is afgeleid van een hoestende klasgenoot. Hoe ga je om met al die verschillen tussen leerlingen als het gaat om executieve functies en prikkelverwerking? “Probeer het zoveel mogelijk klassikaal aan te pakken”, adviseert Sanne Adams, orthopedagoog en opleidingsdocent Onderwijskunde en Pedagogiek aan de Marnix Academie.

Verschillen in executieve functies komen onder andere voort uit de oefening die kinderen thuis hebben gehad, bijvoorbeeld met wachten op hun beurt, zelfstandig taken uitvoeren of spullen organiseren. Daarnaast spelen karaktereigenschappen en genetische factoren, zoals verschillen in organisatievermogen of impulscontrole, een belangrijke rol. Daardoor kan de ene leerling ontploffen als hij heel even op zijn beurt moet wachten, terwijl de andere onverstoorbaar doorwerkt aan haar rekentaak. Hoewel ieder kind zijn eigen uitdagingen heeft, is het niet nodig om voor iedere leerling afzonderlijke interventies te ontwikkelen, stelt opleidingsdocent Onderwijskunde en Pedagogiek Sanne Adams. “Juist een schoolbrede aanpak blijkt vaak effectief. Mijn advies is om werken aan executieve functies als team gezamenlijk op te pakken.”
Dezelfde taal spreken
Hoe je dat in de praktijk doet? “Het begint met het spreken van dezelfde taal”, legt Adams uit. “Kies als team metaforen of beelden die aansluiten bij de school en de leerlingen. Neem bijvoorbeeld de executieve functie flexibiliteit. Door flexibiliteit te vergelijken met een elastiekje, krijgen leerlingen een concreet beeld: een flexibel elastiekje kan meebewegen en zich aanpassen aan veranderingen.”
Er zijn verschillende methodes die deze taal aanbieden, zoals Wijzer in Executieve Functies van Zien in de Klas of de Spiekbrief Executieve Functies van Leren leren Nederland. Die gezamenlijke taal kan door de hele school worden gebruikt. Een leraar kan gedrag benoemen en versterken door bijvoorbeeld tegen een leerling te zeggen: ‘Ik zie een flexibel elastiekje, want het lukt je goed om van de ene taak naar de andere te schakelen.’ Sanne Adams: “Doordat iedereen dezelfde woorden gebruikt, herkennen leerlingen de vaardigheden sneller en leren ze deze bewust in te zetten. Maar daarin speel je als leraar wel een cruciale rol: het is aan jou om gedrag te herkennen en de juiste taal in de juiste situaties te gebruiken.”
Nuttig voor iedereen
Het voordeel van deze klassikale aanpak? Dat ondersteuning niet beperkt blijft tot enkele leerlingen, maar dat de hele groep ervan profiteert. Adams: “Wat noodzakelijk is voor de een, is nuttig voor iedereen, zoals pedagoog Mirella van Minderhout vaak zegt. Kijk bijvoorbeeld naar de Geef me de 5-methode. Die methode is bedoeld voor kinderen met autisme, maar van de structuur in deze methode heeft de hele klas profijt. Onderbrekingen zoals een energizer of even buiten uitwaaien, zijn niet alleen nuttig voor een leerling die overprikkeld is.”
Rekening houden met elkaar
Ook voor prikkelverwerking is een klassikale aanpak doeltreffend. Zelfs als de verschillen onderling groot zijn. Sanne Adams: “Natuurlijk is het goed om de behoeftes van individuele leerlingen in kaart te brengen, maar het is ieders verantwoordelijkheid dat iedereen in de klas prettig kan werken.” Adams noemt een voorbeeld: “Vraag aan het begin van het schooljaar aan je leerlingen hoe ze de klas ervaren, wat hen zou helpen om prettig te werken, en op welke momenten ze het te druk vinden. Veel leerlingen zullen vergelijkbare antwoorden geven. Bijvoorbeeld dat ze het lastig vinden als veel leerlingen tegelijk praten of geluid maken.”
Leerlingen zelf oplossingen laten aandragen, levert meestal verrassende ideeën op, vindt Adams. “Zelfs kleuters kunnen al meedenken over manieren om het in de klas rustiger of prettiger te maken. Leerlingen leren zo niet alleen rekening te houden met hun eigen behoeften, maar ook met die van anderen. Door open met elkaar in gesprek te gaan, ontstaat een leeromgeving waarin prikkelverwerking bespreekbaar is. Dat geeft eigenaarschap en zorgt voor autonomie en motivatie om samen een prettige leeromgeving te creëren.”
Door open met elkaar in gesprek te gaan, ontstaat een leeromgeving waarin prikkelverwerking bespreekbaar is
De rustruimte is voor iedereen
Uitzonderingen maken voor leerlingen die moeite hebben met prikkels, is volgens Adams niet nodig als je een inclusieve aanpak hanteert. “Toen ik lesgaf in groep 8 had ik op de gang een rustplek. Voor een aantal leerlingen was dat noodzaak, maar we spraken af: iedereen die even rust nodig heeft, mag daar zitten. Natuurlijk waren er leerlingen die uit nieuwsgierigheid de plek uitprobeerden, maar dat was juist leerzaam. Ze ontdekten zelf hoe prettig rust en concentratie kunnen zijn.”
Betrek je collega’s
Hoe waardevol een preventieve en schoolbrede aanpak ook is, er zullen momenten blijven dat een individuele leerling even alle aandacht nodig heeft. “Een plotselinge woede-uitbarsting bijvoorbeeld, heeft veel impact op jou als leraar, omdat het een beroep doet op je eigen emoties”, legt Sanne Adams uit. “Maar bij een woede-uitbarsting raakt een leerling buiten zijn ‘window of tolerance’: de zone waarin je voldoende rustig en alert bent om prikkels te verwerken, na te denken en je gedrag te sturen. Om een leerling daar weer terug te krijgen, helpt het om hem iets te laten doen wat ontspannend is voor hem.”
Om een woedeaanval in de toekomst te voorkomen, kun je proberen te herkennen wanneer het misgaat. Adams gebruikt daarvoor vaak een ABC-observatie. “Stel dat je ziet dat een leerling na het buitenspelen elke keer moeite heeft om tot rust te komen. Dan wordt het makkelijker om preventief te handelen. Je kunt samen terugkijken op de situatie, vragen naar wat er gebeurde en hoe dat in de toekomst te voorkomen is.”
Het is nuttig daarbij de hulp van collega’s in te roepen, zegt Adams. “Het begeleiden van leerlingen is een gezamenlijke opdracht van het hele schoolteam. Hulp vragen aan een collega of een ib’er is geen teken van onvermogen, maar juist van professioneel handelen. Een frisse blik levert vaak waardevolle inzichten op en kan vervolgens het hele schooljaar richting geven.”
Meer weten?
- Onderzoekers van Universiteit Utrecht beantwoorden de vraag hoe je omgaat met neurodiversiteit in de klas.
- De praktische gids Executieve functies bij kinderen en adolescenten geeft meer achtergrond voor leraren.
- In het boek Gedragsoplossingen voor de moeilijke groep staan veel praktische tools om tegemoet te komen aan de behoefte van leerlingen en hoe je met tact kunt reageren op leerlingen die ‘storend gedrag’ laten zien.
- Wat hebben leerlingen met ADHD nodig?
- 5 tips voor het omgaan met leerlingen met autisme.
- Zo kun je duidelijker communiceren met leerlingen met autisme.