Hoe signaleer je hoogbegaafdheid?
onderzoek
Hoogbegaafdheid po vo

Hoe signaleer je hoogbegaafdheid?

Hoogbegaafdheid komt in elke klas voor, maar wordt niet bij alle leerlingen even makkelijk herkend. Dat kan onderpresteren en gedragsproblemen tot gevolg hebben. Het is daarom belangrijk om begaafdheidskenmerken vroeg te signaleren om zo je leerlingen het juiste onderwijsaanbod te kunnen geven. Maar hoe doe je dat?

Bij sommige leerlingen zit het brein anders in elkaar dan gemiddeld, dat noem je neurodivergentie. Denk hierbij aan ADHD, hoogbegaafdheid en ASS. Het signaleren van kenmerken van hoogbegaafdheid kan lastig zijn. Dat komt doordat schoolprestaties vaak als uitgangspunt genomen worden. Hoogbegaafdheid gaat echter om veel meer dan cognitieve prestaties. Zo kan een groot vermogen tot creatief denken er bijvoorbeeld ook op duiden dat een leerling meer in zijn of haar mars heeft. 

Gedragsproblemen en onderpresteren

Leerlingen bij wie hoogbegaafdheid niet tijdig herkend wordt, ervaren een mismatch tussen hun ontwikkelbehoeften en -potentieel en dat wat de onderwijsomgeving biedt. Dat kan resulteren in gedrag dat niet direct geassocieerd wordt met hoogbegaafdheid, zoals onderpresteren, verzuim of gedragsproblemen. Leerlingen met een migratieachtergrond of afkomstig uit een kansarme omgeving worden minder snel herkend als hoogbegaafd. Daarnaast passen hoogbegaafde meisjes zich vaak sneller aan aan de klas en lopen ze meer risico om onopgemerkt te blijven.

Profielen van hoogbegaafde leerlingen

Om bepaalde kenmerken bij leerlingen makkelijker te herkennen, beschreven de Amerikaanse wetenschappers George Betts en Maureen Neihart mogelijke kenmerken van hoogbegaafde leerlingen en verdeelden die in zes profielen:

1. Aangepast succesvolle profiel

Dit is het profiel waarbinnen de grootste groep leerlingen valt. Het gaat om leerlingen die eigenlijk niet opvallen. Ze beantwoorden aan de verwachtingen van het schoolsysteem. Ze zijn daarbij vaak vooral extern en niet intrinsiek gemotiveerd. 

2. Onderduikende profiel

Hier vallen leerlingen onder die risico’s vermijden en liever hun capaciteiten niet laten zien.

3. Uitdagend creatieve profiel

Dit zijn leerlingen die zich juist wel – en vaak te veel – laten gelden.

4.Dubbel bijzondere profiel

Leerlingen die naast hoge capaciteiten ook een leer- of gedragsstoornis hebben.

5. Risicoleerlingen

Risicoleerlingen zijn leerlingen die zich terugtrekken uit het schoolse leerproces.

6. Zelfsturende (autonome) leerlingen

Goed functionerende hoogbegaafde leerlingen, die weten wat ze kunnen en willen, uitdagingen durven aan te gaan en presteren naar hun mogelijkheden.

Het is verleidelijk om leerlingen op basis van deze profielen te gaan labelen, maar dat is nadrukkelijk niet de bedoeling. Voor alle profielen geldt dat deze niet statisch zijn. Leerlingen kunnen zich afhankelijk van bijvoorbeeld de omgeving anders profileren in verschillende situaties. Door goede begeleiding of het ontbreken daarvan kan een leerling van het ene naar het andere profiel verschuiven. De verschillende kenmerken van de profielen kunnen wel helpen hoogbegaafdheid te herkennen en op basis daarvan je aanpak aan te passen.

Combineer analyses en observaties

Juist door verschillende analyses, signalen en observaties te combineren kan hoogbegaafdheid eerder gesignaleerd worden. Dat kan al vanaf groep 1. Leerlingen wennen zich soms vanaf groep 1 al aan om zich aan te passen aan leeftijdsgenoten om niet op te vallen. Onderstaande middelen kunnen je helpen om hoogbegaafdheid tijdig vast te stellen:

  • Observeren: dit is vooral waardevol bij jonge leerlingen. Wat voor (complexe) taal gebruiken ze? Welke werkjes kiezen ze? Hoe maken ze die? Hoe tekent een leerling?
  • Luisteren naar de ouders: ouders kennen hun kind het best. Vaak realiseren ouders zich alleen niet dat een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, omdat zij het gedrag van hun kind niet afwijkend vinden. Het komt vaak voor dat hoogbegaafde leerlingen zich op school voorbeeldig gedragen en thuis tegenovergesteld gedrag vertonen.
  • Vragenlijsten en screeningsinstrumenten: gebruik vragenlijsten en screeningsinstrumenten. Zowel leraren als ouders kunnen deze invullen. Er zijn verschillende signaleringsinstrumenten beschikbaar om kenmerken van begaafdheid in beeld te brengen.
  • Toetsresultaten: leraren en andere begeleiders kunnen ook naar toetsresultaten kijken, al zeggen die niet alles. Het afnemen van een intelligentietest kan leerbehoeftes identificeren en helpen faalangst en gedragsproblemen te identificeren. Het helpt een beeld te schetsen van de sterke kanten van een leerling en de ondersteuningsbehoefte. Zo’n test wordt vaak door een (externe) deskundige afgenomen.
  • Stimulerend signaleren: door uitdagend materiaal aan te bieden wat soms wat misschien te hoog gegrepen lijkt, komen soms leerlingen bovendrijven die je eerder niet waren opgevallen.

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.