Zo wordt praten over seksualiteit heel gewoon
Gesprekken voeren in de klas over seksualiteit wordt een stuk makkelijker als je weet hoe je het moet aanpakken én als je het vaker doet. Het aangeven van je seksuele grenzen en wensen en het respecteren van die van de ander zijn daarbinnen belangrijke onderwerpen. En als leraar kun je een actieve bijdrage leveren aan de seksuele vorming van je leerlingen.
Transcript
De video toont een trainingsmoment georganiseerd door Qpido waarbij twee trainers een groep van 5 docenten uit het middelbaar onderwijs laten oefenen met het vlaggensysteem om in te schatten of gedrag seksueel overschrijdend is of niet. Trainer Esmaralda de Haan geeft een korte toelichting op de inhoud. Ook geven twee deelnemers, Steffie van der Meijden, leraar SO en Ralph Voesenek, leraar VO aan wat ze van deze training hebben gevonden.
Het boek van Qpido: ‘Vlaggensysteem, reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongen’ verschijnt in beeld.
ESMARALDA DE HAAN: “Deze training wordt gegeven omdat het voor professionals die werken met kinderen en jongeren soms best lastig is om in te schatten in hoeverre seksueel gedrag grensoverschrijdend is of niet.”
Het interview met Esmaralda en de training zelf wordt gehouden in een leslokaal van een middelbare school. Tijdens de training zitten de deelnemers achter tafeltjes die in een U-vorm rondom het digibord staan waar informatie op geprojecteerd staat.
ESMARALDA DE HAAN: “Het vlaggensysteem is een tool die je daarbij kan ondersteunen die op deze manier een leidraad creëert waar je als professional je aan vast kan houden om seksueel gedrag te beoordelen en hoe je daar vervolgens op reageert.”
Deelnemer Steffie van der Meijden, leraar SO staat op de gang voor het interview. De beelden van het interview worden afgewisseld van interactiemomenten uit de training.
STEFFIE VAN DER MEIJDEN: “Ik vind het heel belangrijk om te praten als leerkrachten met elkaar over hoe je kijkt naar seksualiteit bijvoorbeeld. Ook zodat je dezelfde taal gaat spreken. Maar ook omdat ik denk dat het bij ons begint. Want het is natuurlijk ook soms ongemakkelijk om met je collega’s zo te spreken. Maar als wij het gaan normaliseren, vaker met elkaar er over gaan hebben dan ga je het ook makkelijker geven denk ik, in de les.”
Esmaralda staat voor de deelnemers, die aandachtig luisteren.
ESMARALDA DE HAAN: “Als wij een verhaal horen van kinderen, van jongeren dan maken wij daar een plaatje bij in ons hoofd. Maar dat plaatje kan echt heel anders zijn dan hoe het eruit heeft gezien. En dat is eigenlijk met al het seksuele gedrag. Het roept iets bij je op, en dat heeft te maken met; hoe ben je zelf opgevoed hoe ben je opgegroeid, wat heb je meegemaakt.”
Leraar VO Ralph Voesenek staat op de gang en geeft zijn reactie. Tussendoor verschijnt het boek van Qpido getiteld: ‘Verliefd & Seks, let’s talk about it!’. De deelnemers kijken naar de tekeningen van de zes criteria van het vlaggensysteem over seks & relaties, zo is het leuk. Een andere trainster geeft hierop een toelichting.
RALPH VOESENEK: “Dit onderwerp is eigenlijk ook echt wel bedoeld om als team over te hebben. Dus docenten onderling. Hoe ga je om in zulke situaties, wat vind jij normaal in contact met de leerlingen. Maar ook als je de leerlingen zelf spreekt in de bepaalde situaties zij iets vertellen over wat zij hebben meegemaakt in hun privéleven hetgeen wat je in de cursus terugziet van het vlaggensysteem als je dat er dan langs houdt, langs de situatie dan kan dat de ogen open voor verdere acties.”
ESMARALDA DE HAAN: (TIJDENS HET INTERVIEW): “Het vlaggensysteem is eigenlijk ontwikkeld omdat mensen best wel hun eigen normen en waarden hebben ten opzichte van seksueel gedrag. En dat je eigenlijk wil zoeken naar een eenduidige lijn daarin. Daarom zijn er zes criteria ontwikkelt. Op basis daarvan ga je met elkaar in gesprek. Om vervolgens tot een kleur vlag te komen: groen, geel, rood of zwart. Dan weet je in hoeverre iets grensoverschrijdend is of niet. Aan de hand daarvan ga je dan een reactie formuleren. Dus ga je oefenen met elkaar, wat ga je dan zeggen tegen een kind of jongere.”
De deelnemers hebben een kaartje met de 6 criteria van het vlaggensysteem ontvangen. De gekleurde vlaggen staan bovenaan. De zes criteria zijn:
- Wederzijdse toestemming
- Vrijwilligheid
- Gelijkwaardigheid
- Leeftijd- of ontwikkelingsadequaat
- Contextadequaat
- Zelfrespect
Tijdens de training aait Ralph met zijn pen over de arm van de deelneemster die naast hem zit.
RALPH VOESENEK: “Is dit seksueel gerelateerd, of bedoel ik hier…”
ANDERE DEELNEMER: “Misschien vind die jongen het wel helemaal niet fijn om aangeraakt te worden. Dat kan natuurlijk altijd.”
STEFFIE VAN DER MEIJDEN: (IN DE KLAS): “Er zijn jongeren bij ons, die 15 zijn die vinden een aai over de bol echt heel fijn.”
RALPH VOESENEK: “(TIJDENS INTERVIEW): In de workshop kwam het voorbeeld aan bod van een aai over de bol bij een 7-jarig kind. Dat is een situatie die voordoet waar je over gaat nadenken van is dat dan gepast en wat doet dat met het kind of de leraar? Welke intentie zit daarachter?”
STEFFIE VAN DER MEIJDEN: “Je kan gaan nadenken, oké die zes punten, wat zegt dat als we er met z’n allen naar gaan kijken. Dus het helpt heel erg om niet van je eerste emotie, wat je echt in onderwijsland wel eens tegenkomt om dat even te pauzeren of te parkeren, en dan dus echt gaat kijken wat zijn die checkpoints en zoiets gaat beoordelen.”
Op het digibord staat een tekening van het voorbeeld van een meisje van 10 dat tijdens het omkleden in het zwembad in de hokjes van de jongens gluurt.
Steffie werkt samen de deelneemster naast haar. Steffie noteert iets op het kaartje bij het eerste criterium: wederzijdse toestemming.
STEFFIE: “Vrijwilligheid? Leerkracht wel, jongetje, niet.”
RALPH VOESENEK: (TIJDENS INTERVIEW): “Je gaat dus meer nadenken over situaties die je zelf hebt meegemaakt, of in je omgeving ziet. Dat brengt wat bewustwording met je mee. Ik denk daar ook over, kan de school hier iets mee, ik denk het wel.”
STEFFIE VAN DER MEIJDEN: “Ja ik vond de training heel leuk, ik vond de training ook heel waardevol. Ik denk dat dit iets is wat op veel meer scholen mag gebeuren. Ik merk dat ik in het begin het heel lastig vond om over seks te praten met de leerlingen maar dan praat ik over drie jaar geleden. Ik merk dat het voor mij nu makkelijker is. Dus nu kan ik er wel heel makkelijk over praten maar dat is echt omdat ik dit soort dingen heb gedaan. Dat ik trainingen heb gevolgd.”
Gedurende het interview verschijnen interactiemoment tijdens de training waarbij deelnemers ontspannen, maar ook soms ongemakkelijk lachend reageren. De trainers staan zelfverzekerd en met een open, vriendelijk gezicht voor de groep.
STEFFIE VAN DER MEIJDEN: “En ik vind wel dat ik een bijdrage heb voor de ontwikkeling van onze kinderen in de klas. Dus daarbij, ik wil hun leren dat zij er ook over kunnen praten.”
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst Leraar24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.
Ambassadeurs van Leraar24 Ralph Voesenek en Steffie van der Meijden volgden samen met hun collega’s een training van Qpido over seksualiteit. In deze training staat het vlaggensysteem centraal. Trainer Esmaralda de Haan vertelt waarom deze tool goed werkt bij het bespreekbaar maken van seksueel gezond én overschrijdend gedrag. “Je reageert in situaties vaak vanuit je eigen normen en waarden. In deze training oefenen we met voorbeeldsituaties en leggen we ze naast zes criteria om te toetsen of bepaald gedrag passend of grensoverschrijdend is. Met elkaar bespreken we welke kleur vlag volgens ons van toepassing is op die situatie (groen is seksueel aanvaardbaar gedrag, geel is licht seksueel grensoverschrijdend, rood ernstig seksueel overschrijdend gedrag en zwart is zwaar seksueel overschrijdend gedrag). Dit geeft houvast bij het adequaat beoordelen en bespreekbaar maken van seksueel gedrag en leert je gepast te reageren.”
Respect voor jezelf en de ander
De thema’s seksualiteit en seksuele diversiteit zijn kerndoelen van het onderwijs. Daarmee zijn scholen verplicht hieraan aandacht te besteden; ze kunnen wel zelf bepalen hoe zij dit doen. Het lijken misschien ingewikkelde onderwerpen, maar ze maken ook dat je als leraar kunt bijdragen aan de ontwikkeling van je leerlingen en ze kunt leren met respect naar zichzelf en de mensen om zich heen te kijken. Steffie van der Meijden is mentorleerkracht in het speciaal onderwijs en vond het aanvankelijk ook een lastig onderwerp, maar ze ziet het als haar taak om leerlingen hier meer over te leren. “Seksuele vorming en praten over seksualiteit begint bij ons. Als wij er als leraren vaker over praten en het normaliseren, dan wordt dat in de klas ook steeds makkelijker.
Gesprekstips
Met deze tips wordt het – ook voor leerlingen – gemakkelijker om te praten over seksualiteit.
Normaliseer en stimuleer gezond seksueel gedrag
Als je zelf weet welk gedrag passend is bij welke leeftijdsgroep kun je gezond gedrag stimuleren. Spelen twee kleuters doktertje? Het is normaal dat kinderen op die leeftijd nieuwsgierig zijn. Benoem dit, maar vraag ook of ze het allebei leuk vinden om te doen.
Reageer altijd rustig en passend
Probeer, zelfs als het een grensoverschrijdende situatie is, rustig te reageren. Een boze reactie sluit de deur en maakt een gesprek onmogelijk. Bespreek het voorval met de betrokkenen en leg daarbij goed uit wat de passende omgangsvormen zijn.
Zorg voor een veilig klimaat
Voor leerlingen is praten over seksualiteit niet altijd makkelijk. Ze moeten het gevoel hebben dat ze vrij en open kunnen spreken. Wees niet bang dat je niet deskundig genoeg bent. Om seksuele vorming te geven is het niet nodig om seksuoloog te zijn; aan basiskennis en een open houding heb je voldoende. Laat ook gerust merken dat je niet alles weet en ga samen op zoek naar antwoorden.
Denk na over jouw grenzen
Bedenk vooraf op welke vragen je wel of geen antwoord gaat geven. Bedenk ook welke woorden wel en welke niet gebruikt kunnen worden in de les. Benadruk dat er geen eenduidige seksuele en relationele norm of waarheid is, maar dat deze verschilt per persoon. Stelt een leerling een vraag die je liever niet beantwoordt? Dan hoef je geen antwoord te geven. Probeer wel op de vraag in te gaan en te ontdekken waarom de leerling deze vraag stelt en ga daarop in.
Welke vragen hebben leerlingen?
Kies een onderwerp of thema aan de hand van wat leerlingen nodig hebben. Dat kun je bijvoorbeeld doen door leerlingen hun vragen anoniem te laten opschrijven. Bedenk dat er ook onderwerpen en vragen naar voren kunnen komen waarvan je zelf schrikt, dus bedenk vooraf hoe je hiermee omgaat.
Meer weten?
- Uit onderzoek van Rutgers blijkt dat een groot deel van ondervraagde ouders (91,6%) vindt dat relationele en seksuele voorlichting verplicht moet zijn binnen het onderwijs.
- Op de Van Koetsveldschool in Amsterdam krijgen alle cluster 3-leerlingen lessen in weerbaarheid en seksuele vorming. Dat heeft gunstige effecten: ze leren beter hun eigen grenzen aangeven en hebben meer respect voor diversiteit.
- Naast trainingen biedt Qpido achtergrondinformatie over liefde, diversiteit, grooming en loverboys.
- De wegwijzer Seksualiteit online biedt leraren, ouders en schoolteams adviezen, stappenplannen en meldpunten voor (preventie van) online seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren.
- Bekijk de tips voor seksuele vorming in het voortgezet onderwijs met informatie, lesmateriaal en voorbeelden van hoe andere scholen deze lessen aanpakken.
- Voor het onderwijs ontwikkelden School & Veiligheid, Rutgers en Soa Aids e-learnings over het thema gezonde relaties en seksualiteit. Na inloggen zijn de e-learnings gratis beschikbaar.
- In de kennisbank van Gendi.nl vind je lesmateriaal over seksuele diversiteit.
- Lees meer over seksuele vorming in het primair onderwijs.
- Na hun succesvolle serie op YouTube nemen ‘de sekszusjes’ Marcelle en Krista de seksuele voorlichting van jongeren onder de loep met hun programma Naakt voor de klas.