praktijk
po

Coöperatief leren in de rekenles met mix en koppel

Coöperatief leren is een ander woord voor samenwerkend leren. Leerlingen leren van en met elkaar. De achterliggende gedachte is dat leerlingen niet alleen leren van de interactie met de leraar, maar ook van de interactie met elkaar. Jan Raemaekers en Carmen Weerts vertellen hoe zij coöperatief leren in de praktijk brengen, onder andere in de rekenles.

  • Embedcode

Coöperatieve werkvormen kun je in elke les en bij elke leeftijd toepassen. Coöperatief leren is uitermate geschikt als onderdeel van de les. Als leraar neem je tijdens een coöperatieve werkvorm een observerende rol aan en je bewaakt het proces.

Bij coöperatief leren zijn alle leerlingen actief betrokken en telt de bijdrage van elke leerling. Andere voordelen zijn:

  • Interactie motiveert.
  • Verschillen tussen leerlingen zijn kansen om van elkaar te leren.
  • Het levert een bijdrage aan een goed pedagogisch klimaat.
  • Leerlingen oefenen sociale en communicatieve vaardigheden.

Mix en koppel

Om leerlingen op een gestructureerde manier te laten samenwerken zijn er diverse werkvormen bijvoorbeeld ‘mix en ruil’. De leerling doorloopt de volgende stappen bij mix en koppel:

1. De leerling loopt rond met een kaart of voorwerp in de hand.

2. Op het teken van de leraar vormt de leerling een tweetal met een andere leerling.

3. Eén leerling stelt de vraag van de kaart, de ander geeft antwoord. Hierna wisselen ze van rol.

4. De leerlingen ruilen de kaart om en vormen een nieuw tweetal met een andere leerling.

Andere werkvormen voor coöperatief leren

Andere leuke coöperatieve rekenactiviteiten zijn bijvoorbeeld:

  • Zoek de valse 1. De leraar geeft de opdracht: schrijf vijf sommen op waarvan er één som fout is.

    2. De leerlingen krijgen denktijd.

    3. Iedere leerling schrijft vijf sommen en antwoorden op waarvan één fout.

    4. De leerlingen bepalen zelf wie begint.

    5. De leerling die aan de beurt is, leest de sommen en antwoorden voor.

    6. De leerlingen overleggen met elkaar en noemen de valse som.

  • Dobbelen 1. De leerlingen vormen duo’s.

    2. Leerling 1 dobbelt met een dobbelsteen, leerling 2 bedenkt bij dit getal een som. Bij het getal zes noemen de leerlingen bijvoorbeeld sommen zoals 3+3, 9-3, 10-4 en 5+1.

    3. De leerlingen wisselen van rol.

  • Placemat 1. Iedere groep krijgt een vel papier. In het midden staat een rechthoek.

    2. De leraar geeft een opdracht: noem zoveel mogelijk keersommen met het antwoord 100.

    3. De leerlingen schrijven individueel hun ideeën op.

    4. Na de individuele denktijd komen de groepsleden gezamenlijk tot het beste antwoord, dit schrijven ze in de rechthoek.

  • Flitsen 1. De leerlingen maken zelf flitskaarten met een som.

    2. De leerlingen gaan in tweetallen tegenover elkaar zitten. Leerling 1 flitst de opdracht met de flitskaart, leerling 2 geeft antwoord.

    3. De leerlingen wisselen van rol.

Meer goede coöperatieve werkvormen vind je via het artikel Coöperatief leren van Wij-leren.nl.

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Samenwerkend leren


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.