Geef startende mbo-docenten de begeleiding die ze verdienen
praktijk
mbo

Geef startende mbo-docenten de begeleiding die ze verdienen

De vraag naar mbo-docenten is groot, een derde van de vacatures op mbo-instellingen is na 3 maanden nog steeds niet ingevuld. Hoe zorg je er als team voor dat een startende collega niet voortijdig het onderwijs verlaat? Steun vanuit het team, een takenpakket dat in balans is en erkenning van het vakmanschap van de starter dragen hieraan bij.

© Joost Hoving

Ruim 80 procent van de startende mbo-docenten staat vanaf de eerste werkdag zelfstandig voor de klas. En dat terwijl het eerste jaar in het onderwijs ontzettend pittig is, ziet Fabian van Aarle, lerarenopleider aan de eenjarige kopopleiding van de HAN: “Een beroep leren in een jaar is al een flinke uitdaging, maar daarna staan starters er echt helemaal alleen voor. Vaak dragen ze meteen al veel verantwoordelijkheid. Als starters in die periode de juiste begeleiding krijgen, maakt dat een groot verschil in hoe ze het vak ervaren.”

In het diepe gegooid

    • 6 procent van de startende zij-instromers in het mbo volgde een inwerkprogramma voordat hij zelfstandig voor de klas stond.
    • 11 procent liep mee met een ervaren collega.
    • 12 procent gaf een tijdje les in dubbele bezetting.
    • 80 procent stond vanaf de eerste werkdag zelfstandig voor de klas.

Bron: Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren po, vo en mbo 2023

Maar in de praktijk ziet Van Aarle dat de begeleiding van startende mbo-docenten lang niet op iedere school goed geregeld is. “Als lerarenopleider wijs ik startende docenten op hun rechten, zoals de wettelijke vastgelegde tijd die ze krijgen om aan inwerkactiviteiten te besteden. Ons samenwerkingsverband dat we met mbo’s hebben, ondersteunt bij het opzetten van inductieprogramma’s. Maar sommige scholen worstelen met het invullen van het rooster. Dat maakt het niet altijd makkelijk om tijd vrij te maken voor coaching, begeleiding of feedback.”

Van vakman naar docent

Eenzelfde beeld komt naar voren in het proefschrift van Michel Jehee, die onderzoek deed naar zij-instromers in het mbo. Hij volgde twee jaar lang 12 zij-instromers vanaf het moment dat ze begonnen als docent op een ROC. Ontwikkelmogelijkheden blijken in de praktijk niet altijd even goed als op papier afgesproken, of er is helemaal geen specifiek beleid voor startende zij-instromers. Ook voelen veel starters door de ervaren werkdruk niet de ruimte om te reflecteren op hun werk of om aan hun eigen ontwikkeling te werken.

Daarnaast wordt er door mbo-instellingen vaak voorbijgegaan aan de jarenlange kennis en het vakmanschap dat een zij-instromer bezit. Volgens Jehee is het een valkuil om startende docenten direct volledig voor de klas te zetten. “Een zij-instromer heeft veel kennis en kunde, maak daar gebruik van en laat een expert geleidelijk groeien in het docentschap. Daar mogen best uitdagende taken bij zitten, maar zorg dat duidelijk is bij wie een starter terechtkan als het niet loopt, zodat hij zich gesteund voelt. De focus van veel scholen ligt op het invullen van het rooster, de ontwikkeling van de zij-instromer heeft minder prioriteit.”

Taken in balans

Hoewel een deel van goede startersbegeleiding afhangt van beslissingen op beleidsniveau, kunnen ook directe collega’s bijdragen aan een zachte landing van een starter, zegt Van Aarle. “Als team moet je je echt bewust zijn van de situatie van een startende leraar en de taken die je hem toebedeelt moet je daarop afstemmen. Bekijk met elkaar: hoe geven we deze nieuwe collega een uitgebalanceerd takenpakket? Schuif dus niet de taken die vorig schooljaar zijn blijven liggen aan de nieuwe collega door, maar zorg voor een evenwicht tussen uren voor de klas en aanvullende taken.”

Extra uitdaging komt later

Ten slotte adviseert Van Aarle starters om zelf heel bewust keuzes te maken. “Ik zie studenten die ontzettend ambitieus zijn en die in hun eerste werkjaar gelijk mentor worden. Ik snap dat zoiets leuk kan lijken, maar ik adviseer ze om zich eerst te concentreren op het lesgeven en het leren kennen van de school. Al die andere taken kun je beter oppakken als je het idee hebt dat je je lespraktijk onder controle hebt.”

Tips voor het ondersteunen van startende mbo-docenten

Blijf informeren

Vraag een beginnende collega regelmatig waar hij hulp bij kan gebruiken. Doe dat niet alleen de eerste twee weken, maar blijf het de eerste jaren doen. Als zich een nieuwe situatie voordoet – zoals een toetsweek of nieuw rooster – is dat nog belangrijker.

Balanceer de taken

Het takenpakket van een starter bestaat idealiter uit verschillende taken, waarvan lesgeven er een is. In het geval van uitdagende taken moet de starter zich daarbij gesteund, begeleid en gefaciliteerd voelen.

Maak tijd voor begeleiding

Zorg dat de startende collega voldoende tijd krijgt voor begeleiding. Faciliteer lesbezoeken en gesprekken met collega’s, teamleiders of een buddy. Maak een startersdraaiboek: 1 plek waar alle procedures en overige belangrijke informatie te vinden zijn.

Verbind starters

Organiseer momenten waarop starters kennis met elkaar kunnen delen en ervaringen kunnen uitwisselen. Bespreek tijdens deze bijeenkomsten niet alleen vakinhoudelijke situaties, maar ook onderwerpen zoals mentale belasting.

Ruim tijd in voor inwerken

Startende docenten in het mbo mogen de eerste twee jaar 6,25 procent van de normjaartaak aan inwerkactiviteiten besteden. Dat geeft bijvoorbeeld extra ruimte om aan lesvoorbereiding te werken.

Neem werkervaring serieus

Houd bij zij-instromers rekening met de beroepservaring en -competenties. Ontwerp een inwerktraject op maat, zodat de starter geleidelijk kan groeien in het docentschap.

 Meer weten?

Blijf op de hoogte

Vandaag in je mailbox. Morgen toe te passen in de klas. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang praktische tips, actuele informatie en ideeën voor jouw dagelijkse onderwijspraktijk.