Leraar24 logo
Meer maatwerk door minder les
praktijk
vo

Meer maatwerk door minder les

Dankzij het Nationaal Programma Onderwijs krijgen scholen extra geld om vertragingen die door corona zijn ontstaan weg te werken. Hoe zet je dit potje duurzaam in? Bij het Candea College in Duiven ging het lesrooster twee jaar geleden op de schop om leerlingen maatwerk te kunnen leveren. Daar plukt de school nu de vruchten van.

Docent bespreekt lesstof met leerlingen.
Foto: Bart Versteeg

Toen de eerste lockdown werd aangekondigd, vermoedden ze bij het Candea College al dat dat vertragingen kon gaan opleveren. De vraag was alleen: waar en bij wie. “Gelukkig had onze school al een transitie doorgemaakt,” vertelt coördinator Josje Wubs. “Dankzij die transitie waren we in staat met maatwerk meteen op vertragingen in te spelen.” 

Ondersteuning, verrijking en verdieping

De transitie die het Candea College doormaakte, volgde op de conclusie dat niet elke leerling dezelfde leercurve heeft en dat veel leerlingen beter tot hun recht komen als er ruimte is voor maatwerk. “We besloten 20% tot 30% van onze lessen af te schaffen, zodat we dat maatwerk ook daadwerkelijk konden bieden,” zegt Josje Wubs. “Elke vaksectie inventariseerde welke lesstof noodzakelijk was en welk deel achterwege kon blijven. De ruimte die daardoor ontstond, vulden we in met zogenoemde maatwerklessen in ondersteuning, verrijking of verdieping. Toen de pandemie uitbrak, hadden veel leerlingen maatwerklessen in verrijking of verdieping gekozen. Door zo’n les te vervangen voor een op maat gemaakte ondersteuningsles, konden we als team meteen aan de slag met vertragingen als gevolg van het thuisonderwijs.”

Inventariseer de behoeftes

Het team begon met een grote inventarisatie. “Daarvoor gebruikten we de input van de mentoren – die het dichtst op de leerlingen staan – de observaties van vakdocenten, maar ook de uitkomst van driehoeksgesprekken tussen ouders, leerlingen en mentoren,” zegt strategisch adviseur Babs Hermsen. “Tijdens die gesprekken werden vragen gesteld als: ‘Waar loop je tegenaan?’, ‘Wat heb je nodig?’ en: ‘Waarover maak je je zorgen?’ Op basis van die inventarisatie hebben we gekeken wat leerlingen nodig hadden. Die behoeften clusterden we. Opvallend was dat leerlingen van de brugklas tot en met de examenjaren op alle niveaus behoefte hadden aan ondersteuning op het gebied van plannen en organiseren. Verder was er ook veel vraag naar extra vakinhoudelijk aanbod, vooral bij havo/vwo-leerlingen. Het mooie was dat collega’s meteen klaarstonden met dat extra aanbod. Sommige collega’s hadden daar al ruimte voor, maar we hebben ook contracten uitgebreid. Onze dienst Expertise en Ondersteuning, die veelal uit remedial teachers en orthopedagogen bestaat, heeft vooral het plannen, organiseren en de sociaal emotionele ondersteuning opgepakt.”   

Win-winsituatie

Omdat er ook collega’s ziek thuis waren of preventief in quarantaine zaten, kon niet alles ondervangen worden door het docententeam. Daarom nam Babs Hermsen studenten van de lerarenopleidingen in dienst als onderwijsassistenten. “Aan stagiaires vroeg ik: ‘Zou je naast je stage een of twee dagen per week een bijbaan willen?’ Sommige ruilden meteen hun bijbaan in omdat ze hier beter verdienden en relevante werkervaring konden opdoen. Voor ons was het fijn om hen in dienst te nemen omdat ze op hun lerarenopleiding al pedagogische en didactische vaardigheden hadden opgedaan en ze onze school al kenden. Het was een win-winsituatie.” Als docenten vanuit huis lesgaven, konden de lessen op school dankzij de onderwijsassistenten gewoon doorgaan. “Zij waren op die momenten bij een klas aanwezig, zodat zij de leerlingen konden ondersteunen en het geen chaos werd,” vertelt Josje Wubs. “Daardoor hebben we denk ik ook veel vertraging weten te voorkomen. Nu we leerlingen over twee, of soms zelfs drie, lokalen verdelen, bieden die onderwijsassistenten ook uitkomst. Zij begeleiden de leerlingen in de lokalen waar de docent afwezig is, zodat die niet heen en weer hoeft te rennen, en zodat leerlingen gewoon hun vragen kunnen stellen.” 

Oog voor elke leerling

Hoewel er veel aandacht is voor leerlingen die vertraging hebben opgelopen door het thuisonderwijs, benadrukt Babs Hermsen dat er ook veel leerlingen zijn die cognitief juist goed gedijen. Het is volgens haar een valkuil deze leerlingen door hun goede cijfers over het hoofd te zien. “We hebben deze periode bij alle docenten die verrijking aanbieden, zoals yoga- en fotografielessen, geïnventariseerd of we die verrijking moeten omzetten in extra ondersteuning. Een aantal daarvan heeft aangegeven dat dat een goed idee is, maar een ander deel zegt dat de leerlingen waarmee het goed gaat ook behoefte hebben aan iets extra’s. Alle leuke dingen, zoals schoolfeesten en reizen, zijn immers al weggevallen. Deze leerlingen halen juist energie uit verrijkingslessen. Daarom blijven we die aanbieden, als onderdeel van het maatwerk.”

Soepele overgang

Een andere vorm van maatwerk zijn de taskforces die schoolbreed zijn opgezet. Deze bestaan uit groepjes collega’s die iets met een bepaald leerjaar, onderwerp of doelgroep hebben. “Neem de nieuwe brugklassers, dus de huidige groep 8-leerlingen,” zegt Babs Hermsen. “Onze orthopedagogen stelden dit schooljaar vast dat er veel meer angstige brugklasleerlingen waren dan jaren ervoor. De overstap was groter, dat deed sociaal-emotioneel wat met ze. Daarom is een taskforce nu bezig die overgang zo soepel mogelijk te maken.” Josje Wubs: “De brugklasleerlingen van het afgelopen schooljaar hebben geen live open dag gehad. Daarom rekken we de introductiedagen komend schooljaar op van twee dagen naar een volle week, zodat we rustig kunnen opstarten en veel tijd kunnen nemen voor de groepsdynamiek. Op dit moment is de taskforce al bij basisscholen aan het inventariseren waar achterstanden zitten of waaraan behoefte is, zodat we daar vanaf de start mee aan de slag kunnen gaan. Denk aan extra aanbod op het gebied van begrijpend lezen. Dat is essentieel voor alle vakken.”

Kans voor vernieuwing

Babs Hermsen realiseert zich dat de vertragingen die door thuisonderwijs zijn ontstaan niet zomaar zijn weggewerkt. Daarom heeft ze de richtlijnen van het Nationaal Programma Onderwijs niet afgewacht, maar de contracten met de onderwijsassistenten alvast verlengd. “Ik ben ook ontzettend blij dat wij al een transitie hebben doorgemaakt. Ik kan het elke school aanbevelen. Het programma begint met de woorden dat het ook een kans kan zijn voor vernieuwing, maar als je verder doorleest lijkt de insteek toch wat traditioneel. Het zou jammer zijn als je als school nu geen stap zet richting een duurzame oplossing. Volgens mij zit de oplossing altijd in dicht aansluiten bij de leerling. Mijn tip voor andere scholen is dan ook: probeer op een duurzame manier met het geld om te gaan. Voor mij vallen verlengde schooldagen en zomerscholen daar niet onder. Kijk liever wat er minimaal nodig is per vak. In normale omstandigheden kun je de thema’s van a tot z doorlopen, maar nu kun je beter tijd kopen voor andere zaken. Niemand wordt beter van extra lesuren. Er wordt al zoveel van iedereen gevraagd.”

Meer lezen?

Onderwerpen

Onderwijsvisie

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.


Leraar24 is een samenwerking tussen