Uitval van leerlingen voorkomen? Dit kun je als leraar doen
actueel
Zorgen om leerlingen po vo mbo so

Uitval van leerlingen voorkomen? Dit kun je als leraar doen

Het aantal thuiszitters neemt al jaren toe. Hoe houd je deze leerlingen binnenboord? De oplossing kan liggen in extra aandacht, een aanpassing in je onderwijs, een externe leerplek of een combinatie hiervan. Drie experts vertellen over hun aanpak. 

Veel jonge breinen kunnen het huidige onderwijs niet aan. Dat ziet Martin Schravesande, die zich als docent van een thuiszittersklas, trainer en schrijver al ruim tien jaar bezighoudt met thuiszitters en leerlingen die dreigen uit te vallen. Tegelijkertijd ziet hij dat veel van deze leerlingen niet uit hadden hoeven vallen als ze de juiste aandacht of aanpassingen hadden gekregen. Een vorm van aanpassing kan een externe leerplek zijn, zoals De Sleutelplaats in Leiden, waar leerlingen hun brein tot rust kunnen brengen en zintuiglijk en fysiek uitgedaagd worden. 

Martijn Verkaar-Verheij en Ron van Klaveren richtten samen De Sleutelplaats op met als doel schoolverzuim te voorkomen. Leerlingen die vastlopen in het onderwijs kunnen een dag(deel) per week in deze werkplaats terecht om uit hun hoofd te komen en met hun handen aan de slag te gaan. Doordat ze les krijgen in een andere context en succeservaringen opdoen, komen veel leerlingen de rest van de week ook beter mee op school. Leerlingen blijven naar De Sleutelplaats komen zolang ze het nodig hebben, met als doel ze uiteindelijk weer volledig mee te laten draaien op school. In de video zie je hoe dit in de praktijk werkt.

  • Deze video kan worden embed

Waarom leerlingen uitvallen

“Steeds meer leerlingen staan niet in de breinstand die nodig is om het onderwijs zoals wij dat hebben ingericht te kunnen volgen. Ze voelen zich niet veilig genoeg om zich te kunnen focussen op de lesstof en houden het niet vol een hele dag op school te zitten”, legt Martin Schravesande uit. 

De redenen voor dit onveilige gevoel zijn uiteenlopend en complex. “Dat gaat van schermverslaving tot trauma, onzekerheid over de wereld, een onveilige thuissituatie, een ontwikkelingsstoornis of een ongezond dag-nachtritme. In de meeste gevallen spelen er allerlei oorzaken tegelijk. Maar het resultaat is dat het brein op iets anders gericht is dan op leren. Bij sommige leerlingen is dat tijdelijk, bij anderen permanent.”

Wat je als leraar kunt doen

Vooropgesteld: dé oplossing om schooluitval te voorkomen bestaat niet. Toch denkt Martin Schravesande dat de meerderheid van zijn thuiszittersklas met de juiste aandacht en aanpak niet had hoeven uitvallen in het reguliere onderwijs. In verbinding blijven met de leerling en zijn ouders is daarbij het allerbelangrijkste, gevolgd door het bieden van oplossingen op maat.

1. Investeer in de verbinding

Investeer in leerlingen voordat er problemen zijn. Dat hoeft niet veel tijd te kosten en kan op lange termijn een groot verschil maken, legt Schravesande uit. “In elke klas zitten leerlingen die extra uitdagingen hebben. Maak aan het begin van het jaar met die leerlingen een wandeling rond de school, of ga een uurtje pingpongen. Maak echt contact, zodat je meer te weten komt over hun leefwereld en over hoe hun brein werkt.” Vragen die je bijvoorbeeld kunt stellen zijn: Wat vind je moeilijk op school? Wanneer gaat jouw brein op stand-by? Met hoeveel energie kom je thuis? Wat zijn jouw energieslurpers? 

Neem in de verbinding met de leerling ook ouders en eventueel hulpverleners mee. “Bel de ouders van een leerling eens op met de mededeling: ‘Het gaat hartstikke lekker, vandaag heeft uw kind goed doorgezet.’ Dat is een investering die weinig tijd kost, en die zich echt terugbetaalt.

2. Ontdek waar de blokkades zitten

Hoe meer je weet over hoe een leerling een schooldag ervaart of hoe zijn brein werkt, hoe beter je hem kunt helpen als hij niet tot leren komt of dreigt uit te vallen. Ontdekken welke blokkades daarvoor zorgen, kan ingewikkeld zijn. “Maar hoe vaker je een blokkade ontrafelt, hoe beter je er in wordt. Dat kan ook voor jezelf heel verrijkend zijn.”

Inmiddels ziet Schravesande bepaalde patronen in de blokkades. Hij onderscheidt drie domeinen waarin de blokkades zich kunnen bevinden: het schooldomein, het thuisdomein en het interne domein. Hij ziet dat problemen in een van deze domeinen eigenlijk nooit tot uitval leiden. Het wordt pas problematisch als er problemen zijn in meerdere domeinen tegelijk. “Een kind met ADHD met een ondersteunende thuissituatie op een goede school kan probleemloos een diploma halen. Maar bij een verstoring in twee of zelfs drie domeinen neemt de kans op uitval aanzienlijk toe.” Daarom adviseert Schravesande altijd verder te kijken dan wat voor de hand ligt. “Als een leerling de diagnose ADHD krijgt, bestaat er een kans dat alle ‘schuld’ voor de blokkade daar naartoe gaat. Terwijl er vaak ook andere oorzaken meespelen.”

3. Erken je onmacht

Gesprekken die vastlopen, ouders die niet willen meewerken, scholen die star vasthouden aan hun werkwijze: het is niet wenselijk en de leerling wordt er de dupe van. Toch ziet Schravesande het regelmatig gebeuren. “Verklaarbaar, want ouders, leraren, hulpverleners en leerplichtambtenaren hebben allemaal andere belangen. Maar die helpen de – potentiële – schooluitvaller vaak niet verder.” 

Wat wel werkt? Erkennen dat je het ook niet weet. “Ik zie keer op keer gebeuren dat er een omslag ontstaat wanneer betrokkenen toegeven dat ze even niet weten hoe het verder moet met een leerling. Die gedeelde onmacht geeft ruimte om samen te zoeken naar wat wel kan werken.”

Maak van breinverschillen niet een probleem, maar de norm

4. Zoek oplossingen en blijf bijsturen 

Houd niet te star vast aan ‘hoe het hoort’, maar zoek oplossingen op maat. “Een plek als de Sleutelplaats (zie video, red.) is bijvoorbeeld fantastisch voor een bepaalde groep leerlingen om hun brein weer tot rust te kunnen brengen. Daardoor groeit hun welbevinden en kunnen ze weer leerplezier ervaren.” 

Maar ook als er geen externe leerplekken aan de school verbonden zijn, kun je creatief zijn of buiten de lijntjes kleuren. “Kan een leerling de schooldag misschien wél volhouden als hij een aantal uur in het technieklokaal doorbrengt? Of heeft hij het nodig om de pauzes in een eigen ruimte door te brengen? Maak dat dan mogelijk.” 

Verbind daar geen tijd aan en blijf goed monitoren wat een leerling nodig heeft. Dat kun je doen door regelmatig te polsen hoe het gaat. “Ik vraag dan of een leerling het ziet zitten om bijvoorbeeld weer met wiskunde te starten. Ik krijg vaak een antwoord als: ‘Ik wil graag iets nuttigs doen, dus wiskunde opstarten wil ik wel. Maar aan toetsen maken ben ik nog niet toe.’ 

5. Richt je onderwijs in op diverse breinen

Van diversiteit de norm maken en je onderwijs inrichten met ruimte voor breinverschillen, kan helpen voor leraren, ziet Schravesande. “Breinverschillen tussen leerlingen zijn niet het probleem, maar de norm. In de natuur zijn het juist de verschillen die een ecosysteem sterk maken. Uit onderzoek weten we dat mensen in de oertijd in groepen leefden van ongeveer vijftien personen die ontzettend divers waren. Dat vergootte hun overlevingskans. Diversiteit is de kracht van een gezonde samenleving.”

Misschien nog wel belangrijker: diversiteit draagt ook bij aan een leuke klas. “Een klas vol precies dezelfde leerlingen, daar is niets aan. Juist de diversiteit maakt lesgeven interessant.  De uitdagingen die dat oplevert, zouden geen reden hoeven vormen voor schooluitval. Het schijnt dat Albert Einstein in zijn tijd moeite had met het schoolsysteem. Gelukkig is hij binnenboord gebleven.”

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.