onderzoek
po
vo

Hoe kun je leerlingen intrinsiek motiveren?

Veel leerlingen leren op school omdat het moet. Dit wordt wel aangeduid als ‘moetivatie’. Maar leerlingen die leren omdat zij dat zelf graag willen, leren diepgaander en zullen ook bij een volgende taak gemotiveerder uit zichzelf aan de slag gaan. Maar hoe maak je van ‘moetivatie’ motivatie? In dit artikel krijg je negen tips die wetenschappelijk onderbouwd zijn.

De motivatie van Nederlandse leerlingen blijkt relatief laag in vergelijking met leerlingen uit andere landen (Onderwijsinspectie, 2014). Leraren kunnen moeite hebben om goed in te spelen op de verschillende behoeften in een klas, door de toenemende verschillen tussen leerlingen in prestatieniveau en achtergrond. Een overzichtsstudie laat zien dat leerlingen met verschillende achtergronden niet erg van elkaar verschillen in motivatie en dat ze allemaal profiteren van autonomie-ondersteuning, structuur en een leergerichte aanpak (Van der Veen et al., 2014). Vervolgonderzoek (Hornstra et al., 2016) toont aan dat de motivatie van vmbo-leerlingen verbetert als leraren een training ontvangen in hoe ze deze het beste kunnen stimuleren.

Ondersteuning van autonomie, structuur en leergerichte aanpak

De zelfdeterminatie-theorie (Deci & Ryan, 2000) onderscheidt gecontroleerde motivatie (ook wel ‘moetivatie’) en autonome motivatie. Autonome motivatie zorgt voor diepgaander leren, meer inzet en welbevinden, en betere leeruitkomsten op de lange termijn. Als leraren naast inhoudelijke ondersteuning structuur bieden in de vorm van duidelijke verwachtingen, weten leerlingen wat van hen wordt verwacht. Hierdoor voelen ze zich competent. Dit is een voorwaarde voor de autonome motivatie van leerlingen. Autonomie-ondersteunend lesgeven betekent dat leraren leerlingen stimuleren om deel te nemen aan het leren vanuit autonome redenen. Dat kan bijvoorbeeld door leerlingen inspraak te geven en keuzes te bieden.

De Achievement Goal Theory stelt daarnaast dat leraren met een leergerichte aanpak in plaats van een prestatiegerichte aanpak bijdragen aan de autonome motivatie van leerlingen (o.a., Maehr & Midgley, 1991; 1996). Een leergerichte aanpak houdt in dat toetsen gezien worden als middel om het leerproces inzichtelijk te maken en niet als doel op zich. De nadruk ligt op getoonde inzet en de mate waarin iedere leerling vooruit gaat. Het combineren van structuur met autonomie-ondersteuning en een leergerichte aanpak creëert voor alle leerlingen, ongeacht prestatieniveau en achtergrond, de meest optimale condities voor autonome motivatie.

Negen tips om leerlingen te motiveren

Vanuit het onderzoek naar het motiveren van leerlingen met verschillende achtergronden zijn negen tips geformuleerd:

  1. Sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen als je iets uitlegt. Maak duidelijk wat het belang is van het uitvoeren van opdrachten. Probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij belangrijke thema’s in het leven van je leerlingen.
  2. Gebruik informatieve taal in plaats van dwingende taal door bijvoorbeeld  woorden als ‘moeten’ te vermijden.
  3. Geef leerlingen de mogelijkheid om zelf te kiezen, bijvoorbeeld of ze deelnemen aan de instructie van een opdracht, welke opdracht ze willen uitvoeren, met wie ze een opdracht uitvoeren, in welke volgorde ze opdrachten uitvoeren, etc.
  4. Verplaats je in de leerlingen en voorzie of er weerstand kan ontstaan. Vraag naar de wensen en meningen van leerlingen en speel hierop in
  5. Leg geen nadruk op cijfers. Gebruik toetsen en cijfers als middel om te reflecteren. Het cijfer is geen doel op zich, maar een middel om het leerproces en de groei van een leerling in kaart te brengen.
  6. Richt je op de individuele vooruitgang en inzet van leerlingen. Stel de werkhouding en inzet van leerlingen aan de orde in plaats van hun prestaties en refereer aan individuele vooruitgang.
  7. Bied structuur op autonomie-ondersteunende wijze. Communiceer duidelijke verwachtingen, hanteer deze consequent en bied inhoudelijke ondersteuning. Door tegelijkertijd keuzes te bieden en de relevantie uit te leggen wordt structuur autonomie-ondersteunend.
  8. Ga er vanuit dat elke leerling gemotiveerd is, ongeacht zijn achtergrond. Benader leerlingen vanuit het idee dat iedereen van nature nieuwsgierig is en nieuwe dingen wil leren.
  9. Differentieer in de mate van structuur die je biedt. Iedere leerling heeft baat bij autonomie-ondersteuning, maar de ene leerling heeft meer houvast nodig dan de andere leerling. 

Meer lezen over het motiveren van leerlingen?

Thema

Pedagogiek

Onderwerpen

Motivatie

Beschrijving
Artikel waarin de verschillende typen motivatie en de relatie met de psychologische basisbehoeften (autonomie, verbondenheid, competentie) wordt beschreven.
Auteur(s)
Deci, E. L., & Ryan, R. M.
Jaar
2000

Beschrijving
Boek waarin beschreven worden hoe scholen zich meer kunnen richten op het begeleiden van het leerproces en de individuele vooruitgang van leren en minder op toetsen, cijfers en competitie.
Auteur(s)
Maehr, M. L., & Midgley, C.
Jaar
1996

Beschrijving
Deze wetenschappelijke literatuurreview laat zien dat leerlingen met verschillende achtergronden over het algemeen niet verschillen in motivatie of wat hen motiveert. Principes die werken voor alle leerlingen worden besproken.
Auteur(s)
Van der Veen, I., Weijers, D., Dikkers, L., Hornstra, L., & Peetsma, T.
Jaar
2014

Beschrijving
In dit boek wordt wetenschappelijke kennis over het aanwakkeren van de leerbereidheid van leerlingen uiteengezet en vertaald naar handreikingen voor de praktijk.
Auteur(s)
Vanhoof, J., Broek, M. van de, Penninckx, M., Donche, V., & Petegem, P. van
Jaar
2012


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.