Hoe kun je leerlingen intrinsiek motiveren?

NRO | bijgewerkt op 03 februari 2017

Veel leerlingen leren op school omdat het moet, dit wordt ook wel aangeduid als ‘moetivatie’. Echter, wanneer leerlingen leren omdat zij zelf graag willen (‘motivatie’), leren zij diepgaander en zullen zij ook bij een volgende taak gemotiveerder uit zichzelf aan de slag gaan. Door het bieden van autonomie, structuur en met een leergerichte aanpak kunnen docenten eraan bijdragen dat moetivatie motivatie wordt. Deze aanpakken blijken motiverend voor leerlingen van verschillende achtergronden.

De motivatie van Nederlandse leerlingen blijkt relatief laag in vergelijking met leerlingen uit andere landen (Onderwijsinspectie, 2014). Doordat er in toenemende mate verschillen zijn tussen leerlingen in prestatieniveau en achtergronden, kan het voor docenten lastig zijn goed in te spelen op de verschillende motivationele behoeften binnen een klas. Een recente overzichtsstudie laat zien dat leerlingen met verschillende achtergronden niet erg van elkaar verschillen in motivatie en allen profiteren van autonomie-ondersteuning, structuur en een leergerichte aanpak (Van der Veen et al., 2014). Vervolgonderzoek (Hornstra et al., 2016) laat zien dat de motivatie van vmbo-leerlingen verbeterde wanneer docenten een training ontvingen in deze strategieën.

Ondersteuning van autonomie, structuur en leergerichte aanpak

De zelfdeterminatietheorie (ZDT; Deci & Ryan, 2000) onderscheidt gecontroleerde motivatie (ook wel ‘moetivatie’) en autonome motivatie. Autonome motivatie zorgt voor diepgaander leren, meer inzet, welbevinden en betere leeruitkomsten op de lange termijn. Door structuur te bieden in de vorm van duidelijke verwachtingen en inhoudelijke ondersteuning, weten leerlingen wat er van hen wordt verwacht. Hierdoor voelen leerlingen zich competent en dit is een voorwaarde voor de autonome motivatie van leerlingen. Autonomie-ondersteunend lesgeven betekent dat docenten leerlingen stimuleren om deel te nemen aan het leren vanuit autonome redenen, bijvoorbeeld door leerlingen inspraak en keuzes te bieden.

De Achievement Goal Theory (AGT) stelt daarnaast dat docenten met een leergerichte aanpak in plaats van een prestatiegerichte aanpak bijdragen aan de autonome motivatie van leerlingen (o.a., Maehr & Midgley, 1991; 1996). Een leergerichte aanpak houdt in dat toetsen gezien worden als middel om het leerproces inzichtelijk te maken en niet als doel op zich. De nadruk ligt op getoonde inzet en de mate waarin iedere leerling vooruit gaat. Het combineren van structuur met autonomie-ondersteuning en een leergerichte aanpak creëert voor alle leerlingen ongeacht prestatieniveau en achtergrond de meest optimale condities voor autonome motivatie.

Negen principes bij het motiveren van leerlingen

Vanuit het onderzoek naar het motiveren van leerlingen met verschillende achtergronden zijn een negental praktijkprincipes geformuleerd.

  1. Geef betekenisvolle uitleg en sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen.
    Geef betekenisvolle uitleg over het belang van het uitvoeren van gegeven opdrachten. Sluit aan bij belangrijke thema’s in hun leven nu en in de toekomst.
  2. Gebruik informatieve taal in plaats van dwingende taal.
    Instrueer de leerlingen door informatieve, niet-dwingende taal te gebruiken, in plaats van woorden als “moeten” of bevelen.
  3. Bied betekenisvolle keuzes.
    Geef leerlingen de mogelijkheid om te kiezen, bijvoorbeeld om deel te nemen aan de instructie, keuzes in opdrachten, partner, volgorde, tijdstip, werkplek, methode van aanpak of manier van uitwerken.
  4. Verplaats je in de leerlingen en erken weerstanden.
    Vraag naar de wensen en meningen van leerlingen. Erken weerstanden en probeer je in te leven in het perspectief van leerlingen.
  5. Leg geen nadruk op cijfers. Gebruik toetsen en cijfers als middel om te reflecteren.
    Laat het cijfer niet het doel op zich zijn, maar gebruik toetsen als middel om te reflecteren.
  6. Richt je op de individuele vooruitgang en inzet van leerlingen.
    Breng de werkhouding/inzet van leerlingen aan de orde in plaats van hun prestaties en refereer aan individuele vooruitgang.
  7. Bied structuur op autonomie-ondersteunende wijze.
    Communiceer duidelijke verwachtingen, hanteer deze consequent en bied inhoudelijke ondersteuning. Door tegelijkertijd keuzes te bieden en de relevantie uit te leggen wordt structuur autonomie-ondersteunend.
  8. Ga er vanuit dat elke leerling, ongeacht zijn of haar achtergrond, gemotiveerd is.
    Benader leerlingen vanuit het idee dat iedereen van nature nieuwsgierig is en nieuwe dingen wil leren.
  9. Differentieer in de mate van structuur die je biedt.
    Iedere leerling heeft baat bij autonomie-ondersteuning, maar de ene leerling heeft meer houvast nodig dan de andere leerling. Varieer daarom in de mate van structuur.

Referenties

  • Hornstra, L., Weijers, D., Van der Veen, I., & Peetsma, T. (2016). Onderzoeksverslag Het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en achtergrondkenmerken. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Hornstra, L., Weijers, D., Van der Veen, I., & Peetsma, T. (2016). Motiverend lesgeven. Handleiding voor docenten. Utrecht: Universiteit Utrecht. – Deze handleiding, gebaseerd op principes vanuit de zelfdeterminatietheorie en achievement goal theory, beschrijft aan de hand van een negental praktijkprincipes hoe docenten kunnen bijdragen aan de motivatie van leerlingen.
  • Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11, 227–268. – Artikel waarin de verschillende typen motivatie en de relatie met de psychologische basisbehoeften (autonomie, verbondenheid, competentie) wordt beschreven.
  • Maehr, M. L., & Midgley, C. (1996). Transforming school cultures. Westview Press. – Beschrijving: Boek waarin beschreven worden hoe scholen zich meer kunnen richten op het begeleiden van het leerproces en de individuele vooruitgang van leren en minder op toetsen, cijfers en competie.
  • Van der Veen, I., Weijers, D., Dikkers, L., Hornstra, L., & Peetsma, T. (2014). Een praktijkreviewstudie naar het motiveren van leerlingen met verschillende prestatieniveaus en sociale en etnische achtergrond. Amsterdam: UvA en Kohnstamm Instituut. – Deze wetenschappelijke literatuurreview laat zien dat leerlingen met verschillende achtergronden over het algemeen niet verschillen in motivatie of wat hen motiveert. Principes die werken voor alle leerlingen worden besproken.
  • Vanhoof, J., Broek, M. van de, Penninckx, M., Donche, V., & Petegem, P. van (2012). Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren: Principes die motiveren, inspireren én werken. Leuven: Acco. – In dit boek wordt wetenschappelijke kennis over het aanwakkeren van de leerbereidheid van leerlingen uiteengezet en vertaald naar handreikingen voor de praktijk.
In gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Lisette Hornstra, universitair docent Universiteit Utrecht.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In gesprek

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met Lisette Hornstra, universitair docent Universiteit Utrecht.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.