Wat betekent lesgeven op een cluster 3-school?
praktijk
so

Wat betekent lesgeven op een cluster 3-school?

Cluster 3-scholen zijn er voor leerlingen met verstandelijke en/of lichamelijke beperkingen en langdurig zieken. Omdat deze leerlingen extra zorg en ondersteuning nodig hebben, werken leraren binnen en buiten de klas samen met verschillende zorgverleners. Dat betekent veel afstemmen, plannen, keuzes maken en steeds opnieuw kijken wat de leerlingen nodig hebben. 

  • Deze video kan worden embed
Transcript

Een video van Leraar24 over lesgeven op een cluster 3-school. Corine Voermans is middenbouwleerkracht op SO Het Kasteel en zij geeft een rondleiding door de school.
Aan het woord komen:

  • Corine Voermans, middenbouwleerkracht afdeling 3
  • Rachel van Opstal, onderbouwleerkracht afdeling 1
  • Jurgen Versendaal, bovenbouwleerkracht afdeling 2
    De sprekers richten zich tot de camera en de video wordt ondersteund met beelden van de lessen.

Op de dak van het schoolgebouw in kleurige hoofdletters de naam van de school: het kasteel, waar leren een avontuur is.

Leerkracht Corine Voermans staat voor de ingang en richt zich tot de camera.

CORINE: “Welkom op mijn school, SO het Kasteel, cluster 3-onderwijs. Wij bieden zorg en dienstverlening in de regio Breda, voor verstandelijk en lichamelijk beperkte leerlingen en ook onze langdurig zieke leerlingen.
Wij werken veel samen met onze zorgverleners om te kijken van wat hebben onze kinderen nodig. Samen kijken wat de beste doelen zijn. Ik zou zeggen kom met me mee, dan nemen we een kijkje in de school.”

Via de ingang gaat het beeld over op een themamuur over dieren. De muur heeft houten vakjes, waar in en op concrete voorwerpen binnen het thema staan. Dan een muur in een klaslokaal met de tekst erop: ‘wij passen samen in groep 2E’. Deze tekst is met puzzelstukjes en knutselwerkjes omringd. Op het raam is een wollig schaap op een schommel geschilderd.

CORINE: “We beginnen bij juffrouw Rachel. Zij is leerkracht in onze onderbouwgroep. De leerlingen in haar groep hebben veel veiligheid en structuur nodig. Daarnaast staan welbevinden en betrokkenheid voorop.”

Juffrouw Rachel heeft een cowboyhoed op en een verrekijker om haar nek. Ze loopt richting de kleine kring met leerlingen met een knuffelleeuw. Ze toont de manen van de leeuw aan de kinderen. Op het raam hangen verschillende kindertekeningen van leeuwenkoppen.

CORINE: “In deze groep wordt gekeken naar welke afdeling de kinderen gaan uitstromen. Afdeling 2, waar het perspectief is vervolgonderwijs van praktijkonderwijs tot het vwo. Of naar afdeling 3, waar het perspectief is dagbesteding of belevingsgericht-arbeid.

De leerlingen worden één voor één ontvangen in klaslokaal.

RACHEL: “Goedemorgen Lyana.”

Een huppelende leerling in het klassenruimte.

RACHEL: “De kinderen komen ’s ochtends de klas binnen. Ze krijgen allemaal even persoonlijk de aandacht. En even een rustmoment aan tafel.”

In de klas zit juffrouw Rachel aan een tafelsje bij een leerling die aan het kleuren is.

RACHEL: “Welke kleur vind jij het mooist voor de leeuw?”

Het meisje pakt een oranje stift uit een witte bak. De leerling kleurt de kleurplaat van een leeuw verder in.

RACHEL: “Daarna beginnen we de dag meestal in een kring. In een kring kijken we ook naar een dagprogramma, dat wordt weergegeven met picto’s. En ter ondersteuning
gebruiken we daar ook gebaren bij. We starten de
activiteit altijd met een lied.”

De leerkracht, een andere volwassen vrouw en de leerlingen springen mee.

RACHEL: “Je merkt dat bij ons in de klas regelmatig mensen binnenkomen of kinderen uit de klas halen. Omdat zij een therapie hebben, bijvoorbeeld fysiotherapie.
In de onderbouw werken we altijd thematisch. En de thema’s liggen zo dicht mogelijk bij de belevingswereld van de kinderen. En we geven de lessen altijd spelende wijze en bewegend.”

Een meisje in rode trui rent vanaf het groepje kinderen richting juffrouw Rachel. Rachel zit gehurkt aan de overkant van het klaslokaal. Ze begeleidt het tellen met de vingers van het meisje en maakt daarna bewegingen met haar armen om haar opdracht te verduidelijken.

RACHEL: “1, 2. Ja, rennen, rennen, rennen.”

CORINE: “Dan gaan we nu kijken in mijn eigen groep. Ik ben leerkracht van de middenbouw. Ik heb kinderen in de leeftijd
van 8 tot en met 12 jaar. Kinderen stromen uit naar arbeid. Al wel niet in een beschutte omgeving. De kinderen bij mij in de
klas hebben kenmerken van autisme. Kunnen eventueel gedragsproblemen hebben NT2-problematiek of fysieke problemen.”

Corine staat in haar klaslokaal bij een digibord met afbeeldingen van broodjes en soep. Enkele leerlingen zien het beeld van het digibord op een tablet op de eigen tafel.

CORINE: “Wat hebben we nou eigenlijk nodig om dit te maken?”

Een leerling grabbelt in een bakje met muntjes.

CORINE: “En je moet 3,99 maken. Wat zou je dan kunnen doen?”

Corine richt zich tot de camera.

CORINE: “Het maakt mijn baan bijzonder dat ik praktisch
kan werken met de kinderen. Kinderen stromen uit naar
het voortgezet speciaal onderwijs. Waar ze straks in
beroepen terecht gaan komen. Waar ze ook iets
met hun handen moeten doen. Dus we proberen echt al aan
die vaardigheden te gaan werken. Dus we gaan boodschappen doen met de kinderen. We gaan koken in de
keuken bij ons op school.”

Corine staat met leerlingen om zich heen in de grote keuken van de school. De kinderen snijden groente, roeren in een pan soep en smeren broodjes.

CORINE: “Jij mag zo meteen al het beleg er op gaan leggen.”

Een leerling belegt broodjes met kaas en ei.

CORINE: “Lopen we die kant op.”

Een leerling loopt naar een ruimte waar een eettafel staat. Hij legt servetjes en bestek op de tafel.

CORINE: “Daarom kijken we rondom thema’s naar onze woordenschat. Daar probeer ik dan mijn reken- en taaldoelen aan te koppelen. En tegelijkertijd is bewegend leren een hele belangrijke werkvorm. Om kinderen ook op een andere
manier te laten ervaren dat ze kunnen leren.”

Corine staat op het schoolplein met een klein aantal leerlingen om zich heen. Ze heeft kaartjes op de grond gelegd.

CORINE: “Maar je moet de tijden pakken. Kijk, hier zie je allemaal tijden liggen. 10 uur, 9 uur en 1 uur. Ga hem er maar ophouden? Heel goed. Dan ga je daar de digitale tijd zoeken van 1 uur. En als die groen wordt, dan is die goed.

Met een langwerpig apparaatje scannen de leerlingen kaartjes die op de grond van het speelplein liggen. Iedere leerling heeft zo’n apparaatje in de hand. Het lampje wordt groen.

CORINE: “Daar gaan we nu kijken bij meester Jurgen. Hij is bovenbouwleerkracht in afdeling 2. Dat betekent dat
hij les geeft aan langdurig zieke kinderen en kinderen met motorische problemen. Bij hem in de klas zitten
kinderen die uitstromen naar praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo en een enkeling naar de havo. Tegelijkertijd doen ze daar een doorstroomtoets om te kijken wat het niveau is van de leerlingen.

In de klas staat meester Jurgen bij een leerling met aangepast meubilair.

JURGEN: “Wacht even, dan maak je er een vraagzin van. We zijn aan het draaien met die zinsdelen.”

Jurgen richt zich tot de camera.

JURGEN: “Wat ik voor mijn leerlingen kan betekenen, is in ieder geval zorgen dat ze weer met plezier naar school toe gaan. Ze kunnen in het verleden allerlei zaken hebben meegemaakt, maar school is weer leuk.”

Een leerling lacht.

JURGEN: “Ieder ontwikkelt zich op zijn eigen niveau. Ik vind dat mensen in ieder geval moeten weten van cluster 3-onderwijs dat het heel breed is. Van zeer moeilijk lerende kinderen in zorgklassen, langdurig zieke kinderen, kinderen met een lichamelijke handicap.
Dit jaar zijn we begonnen met de gymlessen te splitsen. En dan maken we een motorisch wat sterkere groep. En kinderen die wat meer problemen hebben met bewegen. En dan kunnen ze op hun eigen niveau sporten. De kinderen die wat zwakker zijn worden niet meteen als eerste afgetikt. En de motorisch sterke kinderen, die kunnen wat harder gooien met een bal.”

Op de gang van de school staan een aantal lege rolstoelen aan de zijkant.

Jurgen staat voor in zijn klas.

JURGEN: “Duidelijk? Oké. Boek open.”

Jurgen richt zich tot de camera.

JURGEN: “Kinderen moeten hun doelen behalen. En als dat met kronkelweggetjes of bergweggetjes moet, dan doen we dat. Het kan wat langzamer of met kleinere stapjes, maar we zorgen dat ze er komen.”

CORINE: “Bedankt voor het kijken naar deze video. Ik hoop dat jullie nu een beter beeld hebben gekregen van cluster 3-onderwijs. Tot ziens.”

Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst Leraar24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl

“In het cluster 3-onderwijs sta je als leraar met veel verschillende mensen in verbinding”, zegt Rachel van Opstal, onderbouwleerkracht op Het Kasteel in Breda. “Iedere leerling in mijn klas heeft een andere onderwijs- en zorgbehoefte.” 

In Van Opstals klas zitten onder andere leerlingen met een chromosoomafwijking, een taalontwikkelingsstoornis (TOS), hartaandoeningen en epilepsie. Dat vraagt om maatwerk. “Samenwerken met zorgverleners en ouders is heel belangrijk. Samen kijken we hoe we het beste uit elke leerling naar boven kunnen halen.” 

Dit gebeurt met extra zorg en ondersteuning. Gedurende de dag worden leerlingen regelmatig uit de klas gehaald voor therapie of sluit er een therapeut aan bij een activiteit. 

Verschillende leerroutes

In haar klas biedt Van Opstal haar leerlingen veiligheid en structuur. Welbevinden en betrokkenheid staan daarbij voorop. Ook kijkt Van Opstal naar welke afdeling haar leerlingen – die op afdeling 1 zitten – kunnen uitstromen. Afdeling 2 is bedoeld voor leerlingen met perspectief op vervolgonderwijs, van praktijkonderwijs tot vwo. Afdeling 3 is er voor leerlingen met perspectief op dagbesteding of belevingsgericht arbeid. 

In de onderbouw van Het Kasteel leren de leerlingen thematisch, belevend, bewegend en spelenderwijs. Van Opstal: “Stel dat het thema circus is, dan zit ik maandagochtend verkleed als clown met een rode neus en grote clownsschoenen in de klas. Alle vakken koppel ik aan dat thema en vaak doen we een thematisch circuit, waarbij leerlingen dan bijvoorbeeld bewegen als clown en tellen hoeveel balletjes ze overgooien.” 

Werken met je handen

Corine Voermans geeft les aan de middenbouw, afdeling 3. Haar leerlingen stromen uiteindelijk uit richting arbeid, al dan niet in een beschutte omgeving. Ook zij heeft een diverse groep leerlingen: van leerlingen met een autismespectrumstoornis tot NT2’ers, en van leerlingen met gedragsproblemen tot leerlingen met fysieke beperkingen. Als die de school verlaten, gaan ze iets met hun handen doen. 

“Ik vind het bijzonder dat ik ze daarin op weg kan helpen, vaak aan de hand van een thema. Terwijl we praktisch bezig zijn, neem ik ook het cognitieve stuk mee. Zo oefenen we met woordenschat en koppel ik reken- en taaldoelen aan de opdrachten. Ook in mijn klas is bewegend leren een belangrijke leervorm. Leerlingen leren zo door te ervaren.”

Voermans vindt het vooral een mooie uitdaging om leerlingen op een hoger niveau te krijgen en de kleine stapjes die ze maken, te blijven zien. “Niet alleen voor mij, maar juist ook voor de leerlingen zelf. Ik vraag regelmatig: ‘Waar ben je trots op, wat kun je al en wat wil je nog leren?’ Zo worden ze zich bewust van datgene waarmee ze bezig zijn.”

Elk jaar op schoolkamp

Het leerniveau van de leerlingen in de bovenbouwklas van Jurgen Versendaal verschilt nogal. Hij heeft een afdeling 2-groep en geeft les aan leerlingen die langdurig ziek zijn of motorische problemen hebben. Die stromen uit richting vervolgonderwijs, van praktijkonderwijs tot vwo. 

“Per vak verschilt het niveau van groep 3 tot en met 8, daarom werken we met niveaugroepen. Bij vakken als taal en rekenen vertrekken sommige leerlingen naar een andere klas en leerlingen uit andere klassen komen naar mijn klas.” 

Sinds kort heeft de bovenbouw ook motorische niveaugroepen voor gym, zodat zwakke kinderen niet altijd als eerste afgetikt worden en sterkere kinderen harder met de bal kunnen gooien. 

Versendaal stoomt zijn leerlingen klaar voor een nieuwe fase in hun leven: het voortgezet onderwijs. “Ik wil ‘schoolverlatersgedrag’ bij ze zien en wijs ze daar ook op. Zodat ze stevig in hun schoenen staan als ze die stap maken.” 

‘Ik ben voorstander van speciaal als het moet en gewoon als het kan’

Dat gaat vaak via kronkelpaadjes en bergweggetjes en meestal wat langzamer dan in het reguliere onderwijs. Maar een stapje terugdoen voordat je er weer een vooruit kunt zetten, is ook prima, vindt Versendaal. “Ik ben voorstander van speciaal als het moet en gewoon als het kan. Zo gaan we elk jaar op schoolkamp in tentjes op het grasveld bij school. Als dat motorisch of medisch gezien niet kan, slapen leerlingen op school of thuis. Ook dat is maatwerk.”

Soorten cluster 3-scholen

Cluster 3-onderwijs is een breed type onderwijs, met zeer moeilijk lerende kinderen in de zorggroepen, kinderen met een motorische of verstandelijke handicap en langdurig zieke kinderen. Op Het Kasteel komen al deze doelgroepen bij elkaar. Het cluster 3-onderwijs kent ook speciale ZML-scholen voor leerlingen met een verstandelijke beperking, mytyl- en tyltylscholen voor leerlingen met een lichamelijke beperking of een combinatie van beperkingen, en LZK-scholen voor langdurig zieke kinderen met medische problemen. 

Lees meer

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.