Wat zijn de leereffecten van kunstonderwijs?

LKCA | bijgewerkt op 10 november 2015

Bij kunstonderwijs maken leerlingen kennis met kunst en cultuur. Bijvoorbeeld door musea te bezoeken en gedichten te lezen. Of met tekenen, handvaardigheid, muziek en dans. Maar wat leren leerlingen nu eigenlijk van kunsteducatie? En wat is er uit onderzoek bekend over de leereffecten van kunstonderwijs? In dit artikel gaan we in op intrinsieke en extrinsieke effecten.

We onderscheiden twee soorten effecten:

  • Intrinsieke effecten:
    leerresultaten met betrekking tot kunstzinnige kennis, vaardigheden en houdingen.
  • Extrinsieke effecten:
    andere opbrengsten van het leerproces, niet uniek voor kunstonderwijs.

De grens tussen intrinsieke en extrinsieke effecten is niet altijd scherp te trekken. Het ligt eraan hoe een effect wordt uitgewerkt. Je kunt creativiteit bijvoorbeeld zien als denkvermogen dat behoort tot het domein van de kunsten, als eigenschap van het kunstzinnige product of proces. Maar ook als de algemene gedraging om nieuwe, zinvolle ideeën en oplossingen te produceren, of als kenmerk van een omgeving.

Wat weten we?

Intrinsieke effecten

Het leerproces in de kunstvakken heeft als uitkomst kennis, vaardigheden en houdingen waaronder (Harland & Hetland, 2008):

  • Kennis van, inzicht in en waardering en interesse voor kunstdisciplines;
  • Begrip van kunstvormen in sociale en historische context;
  • Beheersing van artistieke technieken en expressievormen (beeld, geluid, beweging, tekst);
  • Artistieke creativiteit en kunstzinnige denkvaardigheden;
  • Onderzoeken en uitdrukken van betekenis in kunst of door middel van kunst;
  • Reflecteren op eigen werk en proces en op dat van kunstenaars.

Kunstonderwijs kan een veelheid aan kunstzinnige leereffecten bewerkstelligen zoals esthetisch beoordelingsvermogen, verbeeldingskracht, expressie, waarnemingsvermogen, motoriek, een open houding ten aanzien van kunst en kunstenaars etc. Het kan affectieve effecten bereiken zoals plezier, trots en een gevoel iets bereikt te hebben. En het kan leerlingen voorbereiden om professionele kunstproducties te beleven en te beoordelen.

Extrinsieke effecten

Kunstzinnige leeractiviteiten kunnen bijdragen aan opbrengsten als persoonlijke ontwikkeling, zelfbeeld, identiteitsvorming en burgerschapscompetenties. Ook kan via kunstonderwijs gewerkt worden aan algemene cognitieve vaardigheden als reflectievermogen, creativiteit en kritisch denken. En aan communicatieve en sociale vaardigheden, zoals samenwerken, empathie en zelfvertrouwen. Er is echter te weinig onderzoek gedaan naar effecten op dit soort opbrengsten om sterke conclusies te trekken.

Er zijn veel claims over mogelijke transfereffecten van kunstonderwijs, bijvoorbeeld op onderwijsprestaties bij taal en rekenen. Dit type onderzoek berust vaak op schijnverbanden. Er blijkt bijvoorbeeld sprake van samenhang tussen kunstonderwijs en een verondersteld effect, maar een causaal verband is daarmee niet aangetoond. Vaak is niet genoeg rekening gehouden met de verstorende of versterkende invloed van andere factoren, zoals het niveau van de leerkracht, de instructietijd of ouderlijke socialisatie.

Wel bewezen (OESO, 2013) is dat muziekonderwijs luistervaardigheid en gehoor verbetert wat taalvaardigheden (inclusief lezen, schrijven en het leren van vreemde talen) ten goede komt. Er is een duidelijk verband vastgesteld tussen muziek spelen en ruimtelijk inzicht. En tussen les in drama en taal- (lezen en tekstbegrip) en sociale vaardigheden. Goed leren kijken naar kunstobjecten traint de waarneming.

Dat betekent voor de praktijk

Wees niet te snel met het geloven van claims over transfereffecten, deze zijn moeilijk aan te tonen. In onderzoek wordt vaak niet voldoende duidelijk gemaakt waarom het plausibel is dat veronderstelde effecten zouden optreden. De rol die effectonderzoek kan spelen in het debat over de positie van kunst in het onderwijs is bescheiden. Een enkel onderzoek heeft te weinig bewijskracht en wanneer er meer onderzoeken over eenzelfde effect zijn, spreken de resultaten elkaar vaak tegen.

Een nadruk op extrinsieke effecten brengt kunstonderwijs in een zwakke positie. Het wordt dan ‘hulpmiddel’, ter ondersteuning van wat ‘echt belangrijk’ is. Bovendien, deze effecten kun je net zo goed – of wellicht zelfs beter – met andere middelen bereiken. Het is sterker kunstonderwijs te legitimeren vanuit de waarde van kunst als onderdeel van de menselijke ervaring, en daaraan verbonden competenties als creatief denken, esthetisch oordeel, expressie, begrip van betekenis (zowel in de kunsten als in maatschappelijke en sociale kwesties) en persoonlijke ontwikkeling.

Onderzoek naar effecten is nuttig om leren en lesgeven te verbeteren. Naast weten wat je wilt bereiken, is het goed om te weten welke effecten je kúnt bereiken met leerlingen wanneer je de doelen van je kunstlessen vaststelt. Per kunstdiscipline (muziek, beeldende kunst, drama, dans) zijn de resultaten van onderwijs anders. Het maakt bijvoorbeeld uit of er sprake is van een individuele of collectieve leeractiviteit. En er is verschil tussen disciplines met een fysiek product of met uitvoering als doel. Naast discipline zijn de duur en intensiteit van een les of project van invloed op de effecten die bereikt worden. Alsook de bijdrage van professionele kunstinstellingen en kunstenaars aan het leerproces en de mate van ervaring die een leerling al heeft met kunst. Didactische aanpakken of methodes zijn altijd een belangrijke factor in het bereiken van leereffecten, want wat leerlingen leren hangt mede af van wat en hoe het gedoceerd wordt.

Effect van eigen opvattingen over kunstonderwijs

Voor kunstonderwijs zijn er weinig regels en voorschriften. Daarom zijn individuele opvattingen vaak bepalend voor de praktijk. Wat jij als leraar gelooft dat goed is voor je leerlingen bepaalt welke kennis, vaardigheden en houdingen je overdraagt en welke niet. Dit is geen neutrale keuze, maar een keuze die een waardeoordeel bevat. Vanwege de grote mate van vrijheid om invulling te geven aan kunstonderwijs is het belangrijk om je bewust te zijn van de opvattingen die je daarbij gebruikt.

In het juli 2015 nummer van het Amerikaanse tijdschrift Art Education stond een (niet uitputtende) lijst van 50 doelen voor kunstonderwijs. Samen met de kennis over te bereiken leereffecten is deze lijst bruikbaar om te reflecteren op je eigen opvattingen, of die van de organisatie waar je voor werkt. Welke geven de opvattingen weer die jij gebruikt om doelen te stellen en vorm te geven aan je kunstlessen?

Meer weten?

Wil je meer informatie over kunstonderwijs? Of ben je op zoek naar inspiratie? Bezoek dan de website van het LKCA.

referenties

In Gesprek

Voor vragen kunt u contact opnemen met Vera Meewis, medior onderzoek cultuureducatie bij het LKCA.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Voor vragen kunt u contact opnemen met Vera Meewis, medior onderzoek cultuureducatie bij het LKCA.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.