Bij de kleuters leg je de basis voor goede rekenvaardigheid
praktijk
po

Bij de kleuters leg je de basis voor goede rekenvaardigheid

In groep 1 en 2 leg je de basis voor het latere rekenonderwijs. Kleuters hebben van nature vaak interesse in cijfers en getallen. Door daar op aan te sluiten met spontane en geplande rekenactiviteiten ontwikkelen ze elementair getalbegrip.

© Nieke Martens

In groep 1 en 2 leg je de basis voor het leren van ‘echt’ rekenen. Daarom is het belangrijk om er regelmatig mee bezig te zijn. Grijp alledaagse situaties aan om met tellen en getalbegrip te werken en bedenk hoe je het tellen kunt ondersteunen. Sta ook stil bij hoe de ontwikkeling van het tellen tot stand komt in deverschillende fasen van de kleuterleeftijd:

  • In groep 1 moet de leraar aandacht besteden aan het ordenen van voorwerpen tijdens het tellen. Door bijvoorbeeld een voorwerp weg te schuiven nadat het bijbehorende getal is genoemd of de te tellen voorwerpen aan te wijzen. 
  • Rond de overgang van groep 1 naar groep 2 komt er aandacht voor het resultatief tellende leerling weet dat het tellen met 1 begint, maar ook dat het alle voorwerpen slechts eenmaal mag tellen én dat het laatstgenoemde telwoord de totale hoeveelheid is. 
  • In de loop van groep 2 komt de kleuter tot resultatief verkort tellen. Dat is niet meer vanzelfsprekend bij 1 beginnen met tellen, maar bijvoorbeeld bij het zien van 5 rode en 2 witte kralen op een rekenrekje de 5 als vaststaand deel van het geheel herkennen en van daaruit doortellen: 5, 6, 7.

Waarom is tellen zo belangrijk?

Opvallend is dat bij veel kinderen, die op latere leeftijd (9 of 10 jaar oud) rekenen moeilijk vinden, het resultatief verkort tellen nog niet (goed) ontwikkeld is. Deze kinderen blijven bij optel- en aftreksommen hardnekkig tellen en dan ook nog steeds beginnend met 1. Zo wordt 6+2 opgelost door de telrij te benoemen en veelal tegelijkertijd de bijbehorende vingers te gebruiken.  Voor kleuters die de voorbereidende rekenvaardigheid onvoldoende beheersen is de leerlijn Op weg naar rekenen met een eenduidige opbouw en gerichte instructie ontwikkeld.

Tellen en rekenen

Veel kleuters oefenen thuis het opzeggen van de telrij, maar sommigen krijgen van huis uit weinig telervaring mee. Of ze kennen een anderstalige telrij. Daarom is het belangrijk om in groep 1 en 2 te oefenen met telrijmpjes, liedjes of bewegingen.

Kleuters lossen aanvankelijke rekenproblemen tellend op. Flexibel kunnen tellen van hoeveelheden in allerlei situaties is de basis van het aanvankelijk rekenen. Er zijn drie niveaus van elementair getalbegrip die kleuters doorlopen:

  • Context-gebonden tellen en rekenen
  • Object-gebonden tellen en rekenen
  • Puur tellen en rekenen

Context-gebonden tellen en rekenen

Wanneer kleuters op school komen, tellen ze vaak niet synchroon. Ze noemen een willekeurige telrij op: bijvoorbeeld 1, 2, 3, 4, 1, 2, 5. Dit kun je corrigeren door de leerlingen context te bieden. Context-gebonden tellen en rekenen gaat het beste aan de hand van betekenisvolle, aansprekende situaties. Denk bijvoorbeeld aan zes kaarsjes die in een rondje staan op een verjaardagstaart.

Object-gebonden tellen en rekenen

Bij het tweede niveau, het object-gebonden tellen en rekenen, begrijpen leerlingen direct gestelde hoeveel-vragen als ze betrekking hebben op concrete objecten.  Denk hierbij aan vragen als:

  • Hoeveel pepernoten zie je?
  • Hoeveel kinderen hebben een jas aan?

De overgang van het context-gebonden tellen naar het object-gebonden tellen en rekenen maak je door de context langzaam naar de achtergrond te plaatsen. Kijkend naar de verjaardagstaart, stelt de leraar eerst de vraag: ‘Hoe oud is dit kind?’ Later verandert dit in de vraag ‘Hoeveel kaarsen staan er?’  De taart, en daarmee de context, verdwijnen hiermee steeds meer naar de achtergrond, terwijl de kaarsen, de objecten, geteld worden.

Puur tellen en rekenen

Als leerlingen bij het derde niveau zijn beland, het pure tellen en rekenen, wordt een vraag als ‘Hoeveel is 5 eraf 2?’ juist beantwoord. De overgang van niveau 2 naar niveau 3 wordt didactisch aangeboden via zogenaamde bedek-spelletjes; het uitblazen van kaarsen of het wegnemen van objecten. Doordat de echte objecten wegvallen, zijn leerlingen genoodzaakt om te zoeken naar vervangers in de vorm van vingers of andere representaties, zoals misschien wel cijfers.

Maak het leuk

Spelletjes, liedjes, verhaaltjes, boeken en rijmpjes op het gebied van cijfers zijn welkome aanvullingen. Maar ook de inrichting van de klas; rekenhoeken, weegschalen, klokken en simpelweg de aanwezigheid van cijfers zijn belangrijk. En natuurlijk het belangrijkste: zorg in ieder geval dat het tellen en rekenen leuk is. Meten met je voeten of rekenstructuren herkennen door een optocht in de klas, dat wil elke kleuter wel.

Meer weten?

Blijf op de hoogte

Vandaag in je mailbox. Morgen toe te passen in de klas. Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang praktische tips, actuele informatie en ideeën voor jouw dagelijkse onderwijspraktijk.