Wat er niet klopt aan de meervoudige-intelligentietheorie
De meervoudige-intelligentietheorie die de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner in 1983 presenteerde, heeft veel navolging gekregen in het onderwijs. Maar deze theorie wordt vaak verkeerd gebruikt, zegt ook Gardner zelf. Pedagoog en onderzoeker Pedro de Bruyckere deed er onderzoek naar en legt uit wat er wel én niet klopt aan deze theorie.
Transcript
Deze video geeft uitleg over de meervoudige intelligentietheorie. De gesproken tekst in deze video wordt ondersteund door een animatie die dat wat vertelt wordt in beelden weergeeft.
Het logo van Leraar24 verschijnt in beeld.
Beeldtitel:
Meervoudige intelligentietheorie
Wat klopt er wel en wat niet?
VOICE-OVER: “Onderwijspsycholoog Howard Gardner publiceerde in 1983 zijn meervoudige intelligentietheorie. Die heeft veel invloed gehad in het onderwijs, maar de theorie is nooit wetenschappelijk bewezen. Wat klopt er wel en niet aan deze theorie? En welke gevolgen heeft dat voor het onderwijs?
De kern van de meervoudige intelligentietheorie is dat er acht typen intelligenties bestaan.”
In beeld worden de 8 intelligenties opgesomd:
- Muzikaal-ritmisch
- Verbaal-linguïstisch
- Intrapersoonlijk
- Visueel-ruimtelijk
- Logisch-mathematisch
- Interpersoonlijk
- Naturalistisch-ecologisch
- Lichamelijk-kinetisch
VOICE-OVER: “Intelligentie is je vermogen om iets te leren, te begrijpen en te onthouden en de vaardigheid om die kennis te gebruiken bij het oplossen van problemen. Gardner heeft later toegegeven dat hij het woord intelligentie verkeerd heeft gekozen. De intelligenties die hij beschrijft in zijn theorie zijn eigenlijk talenten.
Het onderscheiden van de verschillende intelligentiecategorieën is lastig, omdat ze vaak samengaan met het geheugen en de algemene intelligentie. Meervoudige intelligentietests hebben daarom weinig zin bij het identificeren van de sterke en zwakke punten van leerlingen.
Wat wel klopt aan de theorie is dat iedereen andere interesses en talenten heeft, en het is belangrijk om die te erkennen. Het betekent echter niet dat je als leraar de lesstof moet aanpassen aan deze interesses of talenten. Het is juist jouw taak om leerlingen breed uit te dagen en te stimuleren om al hun capaciteiten te ontwikkelen. Creëer daarom een groepscultuur in de klas waarin je focust op het proces in plaats van op de resultaten. Leer je leerlingen dat ze zich op alle gebieden kunnen blijven verbeteren.”
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop.

Wat bedoelt Gardner met meervoudige intelligentie (MI)?
“Gardner introduceerde de meervoudige-intelligentietheorie als alternatief voor het idee dat intelligentie één entiteit is, die met een IQ-test gemeten kan worden. Hij onderscheidt meerdere intelligenties, zoals de visueel-ruimtelijke, de muzikaal‐ritmische, de lichamelijk-kinesthetische en de naturalistische intelligentie.”
Wat klopt daar wetenschappelijk gezien niet aan?
“Het filosofische uitgangspunt dat mensen verschillende interesses hebben klopt, maar de rest van de theorie en de consequenties daarvan in de praktijk hebben weinig basis. Gardner heeft een paar jaar geleden zelf een essay geschreven waarin hij terugkijkt op zijn wetenschappelijke leven. Daarin zegt hij onder andere dat MI een wetenschappelijke theorie is, maar dat die ingezet wordt als leerstijl. Dat is niet zoals hij het bedoeld had en Gardner zegt dan ook dat het op die manier niet klopt. Ook schrijft hij dat hij het woord intelligentie vooral gebruikte om zijn theorie gepubliceerd te krijgen.”
Wat zeggen andere experts van deze theorie?
“Er is veel onderzoek gedaan naar MI, waaruit onder andere naar voren komt dat de benaming intelligentie onterecht is. Intelligentie verwijst naar denkmogelijkheden die iemand succesvol kunnen maken op school. Waar Gardner in feite op doelt, zijn talenten. Bovendien is de theorie niet wetenschappelijk te bewijzen door middel van empirische testen. Het is dus nooit bewezen dat het inzetten van deze theorie ook maar enigszins een groter leereffect heeft. Daarnaast zijn de verschillende intelligentiecategorieën zo nauw aan elkaar verwant, dat ze moeilijk afgebakend kunnen worden.”
Waarom wordt deze theorie toch zoveel ingezet in het onderwijs?
“Het is een aantrekkelijk idee dat je, ook als je niet hoog scoort op een klassieke IQ-test, op andere vlakken intelligent kunt zijn. Het onderstreept dat alle kinderen gelijk zijn maar ook uniek, en dat past heel erg bij de sociaal-democratische filosofieën die sinds de jaren tachtig populair zijn: de gedachte dat we allemaal op onze eigen manier een Einstein zijn. Omdat dat aanspreekt, heeft de theorie zich – ondanks gebrek aan wetenschappelijk bewijs – wijd verspreid in het onderwijs.”
Wat is het verschil met klassieke intelligentie die te meten is met een IQ-test?
“De IQ-test is ontwikkeld in Frankrijk, toen de leerplicht werd ingevoerd en de overheid een test wilde om te weten op welke vlakken een leerling ondersteuning nodig had. Een IQ-test heeft dus een voorspellende waarde. Een MI-test heeft dat niet, die gaat alleen over wat een leerling graag doet, maar dat betekent niet dat hij daar ook goed in is.”
Wat moet je als leraar weten over MI?
“Als leraar zou je vooral de verschillen tussen leerlingen moeten erkennen. Maar het heeft weinig nut om een MI-test af te leggen om bepaalde sterktes of zwaktes bij leerlingen vast te leggen. Wat je al helemaal niet moet doen, is je onderwijs afstemmen op die talenten. Als iemand in muziek geïnteresseerd is, dan hoef je die leerling daarin niet af te remmen. Maar ga er niet vanuit dat hij alles door middel van liedjes moet leren. Want een potentieel gevaar is dat je een leerling daarmee beknot in zijn ontwikkeling, omdat andere capaciteiten minder aandacht krijgen. Erkennen van talenten kan altijd, maar blijf leerlingen stimuleren om al hun capaciteiten te ontwikkelen.”
Pedro de Bruyckere schreef twee boeken over onderwijsmythes, waarin hij ook de meervoudige intelligentietheorie van Gardner bespreekt: Jongens zijn slimmer dan meisjes en Juffen zijn toffer dan meesters.
Meer weten?
- Waarom het belangrijk is om hoge verwachtingen te hebben van leerlingen.
- Hoe je gemakkelijk kunt differentiëren in het vo.
- Het antwoord op de vraag Verhoogt het inzetten op meervoudige intelligentie de leerresultaten? vind je bij de Kennisrotonde.