Deze school motiveert leerlingen door ze (veel!) autonomie te geven
praktijk
vo

Deze school motiveert leerlingen door ze (veel!) autonomie te geven

In het onderwijsprogramma QUEST ’21 staat autonomiebevorderend onderwijs centraal en bepalen leerlingen voor een groot deel zelf hun leertraject. Vooral dat zelf kiezen draagt bij aan een grote intrinsieke motivatie van leerlingen. Een kijkje achter de schermen bij het onderwijsprogramma QUEST ’21 op het A. Roland Holst College in Hilversum.

  • Deze video kan worden embed
Transcript

Deze video geeft uitleg over de QUEST ’21 methode.

Leerlingen gaan naar binnen bij het A. Roland Holst College.

DOCENT: “Zo lieve Leerlingen van harte welkom. Ik doe de opening vandaag, begin met een gedicht en daarna ga ik vertellen wat jullie dit uur allemaal kunnen gaan doen.”

Sophie te Nuijl, docent Nederlandse taal & literatuur en coach QUEST ’21.

SOPHIE: “Hier op het Roland Holst hebben we QUEST ’21. Wat is nou zo anders aan QUEST ’21? We werken niet met standaard vakken, we hebben niet gewoon aardrijkskunde, maar we hebben het domein mens en maatschappij en vanuit daar werken we met modules.

Het onderwijs is zo ontworpen dat we de kerndoelen die eigenlijk gewoon zijn opgesteld voor de onderbouw HAVO VWO, allemaal in onze leer- en einddoelen hebben verwerkt. In de verplichte modules zitten ook alle kerndoelen. Dus eigenlijk het minimale wat leerlingen aan het eind van de derde HAVO of VWO moeten kunnen, zit in de verplichte modules en die moeten ze dus ook halen. Ze kunnen niet meer, zoals op regulier, een vier ophalen met een acht. Dat kan niet. Ze moeten alle leerdoelen halen. En als het niet is gebeurd, dan moeten ze het opnieuw doen, herkansen, verbeteren of eventueel in een andere module, dezelfde leerdoelen alsnog halen.”

Dex Vogel, docent MVT en coach QUEST ’21.

DEX: “We starten elke dag met een coaching- en begeleidingsuur, waarin wij de leerlingen begeleiden met de keuzes die zij die dag moeten maken. Maar ook over een periode. Welke keuzemodules kiezen zij?”

Dex loopt door de klas.

DEX: “Mocht u nog vragen hebben, wij lopen zo rond. Voor de rest mag je zelfstandig aan de slag met je modules.”

Julia Schaapherder, tweedejaars leerling QUEST ’21.

JULIA: “Bij coaching en begeleiding is het eigenlijk heel fijn dat er altijd wel coaches aanwezig zijn. Dus als je vragen hebt of hulp bij iets nodig hebt, dan zijn ze er altijd voor je. En heel af en toe, bijvoorbeeld één keer per week of zo, dan pakt de docent je even apart voor een coachgesprek. Dan kun je even vertellen hoe het die week is gegaan en of je nog ergens tegenaan loopt. Daar kan je coach je heel goed bij helpen.”

DEX: “Bij QUEST ’21 werken veel leerlingen aan andere opdrachten, dus van de docent vraagt dat wat flexibiliteit. Mocht het wat minder goed gaan is natuurlijk helemaal niet erg, want we zijn hier om te leren. Wij als docent nemen dan iets meer de coachende rol aan om te kijken naar waar gaat het fout en hoe zou dat je het in het vervolg beter kunnen doen?”

JULIA: “Ik heb voor QUEST gekozen omdat het een hele andere en leuke manier is van leren. Je mag veel meer zelf kiezen en je kan ook heel veel samenwerken met je vrienden of vriendinnen. Maar je kan soms ook dingen alleen doen. Dat vind ik er heel erg leuk aan. Je werkt ook heel veel in projecten. Dat is ook heel leuk. Dus je hoeft niet zoveel uit boeken te leren. Wat natuurlijk super saai is. Maar je mag leuke presentaties maken of veel meer creatieve dingen doen.”

Diederick ’t Hoen, docent biologie en coach QUEST ’21.

DIEDERICK: “Hoe helpen wij de leerlingen bij keuzes maken? Het is denk ik de grootste valkuil binnen zo’n vrij onderwijsconcept dat je als docent of coach het gevoel hebt dat de leerling eigenlijk alles maar mag kiezen of doen. Ik denk dat in de basis daarin het heel belangrijk is om te beseffen als coach en docent, dat het pubers zijn en ze ook echt nog wel hulp nodig hebben bij het maken van keuzes binnen zo’n vrij onderwijsconcept. Dat proberen we zoveel mogelijk in een gesprek van: waarom kies je dit nou? De waarom vraag. En wat wil je daar dan in gaan doen? Vaak komt dat wel tot reflectie, maar soms helpen we ook wel iets meer. Dat we denken van: goh, misschien is het nu toch echt handig om dit er nog bij te kiezen.”

SOPHIE: “We zagen leerlingen die vaak in de hangmat gingen, pas gingen werken als er een harde deadline was aan het einde. En natuurlijk hebben we dat nu ook. Maar we zien ook dat leerlingen, omdat ze zoveel keuzemogelijkheid hebben en ook de keuze om iets niet te doen, dat ze heel bewust kiezen en daardoor ook gemotiveerder zijn.

We kunnen bijvoorbeeld in de eerste klas al derde klas stof aanbieden. In keuzemodule Debatteren bijvoorbeeld, in de brugklas. Normaal behandelen we dat bij Nederlands pas in het derde, argumentatieleer. Nu hebben we de keuzemodule debatteren aangeboden. Of eigenlijk ‘Hoe zorg je dat je altijd gelijk krijgt?’ zo heette die. Daar kozen dus best wel veel leerlingen voor. Daar gaan ze superhard mee aan de slag, omdat ze het zelf hebben gekozen. Ze vinden het leuk om een debat te voeren. Ze vinden het leuk om te leren argumenteren.”

JULIA: “Nou, het leuke aan de lessen van QUEST is bijvoorbeeld dat je zelf mag bepalen hoe je je onderwerp leert. Bijvoorbeeld bij biologie kun je zelf kiezen of je een uitlegfilmpje maakt of een verslag schrijft. Maar je mag ook een oogbal knutselen ofzo. Dus op die manier is het heel vrij in hoe je je onderwerp leert.”

DIEDERICK: “Wat ik heel erg merk in mens en natuur, is dat bij de verplichte modules ik heel veel vaardigheden probeer aan te leren. Dat is natuurlijk gewoon een hele, hele grote uitdaging, want daar moet je meters maken. Bijvoorbeeld bij natuurkunde heb je denk ik, groter dan bij wiskunde, een lange periode waarbij je merkt: ‘Oh chips, ik snap het nog niet, ik loop hier op vast’. En door dat stuk meer speels te maken, fuik je ze een beetje, in toch heel hard ermee aan de slag gaan en dat ze veel sneller komen tot het punt dat het heel erg leuk wordt.”

Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar 24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst leraar 24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop.

Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.

Het A. Roland Holst College biedt het onderwijsprogramma QUEST al 18 jaar aan. De school nam het concept recent onder de loep en voerde een aantal belangrijke wijzigingen door, met als resultaat QUEST ’21. Een leerling met minimaal havoniveau die start op het Roland Holst College, kiest voor regulier of QUEST-onderwijs. Barry Roest, afdelingsleider van QUEST ’21: “We proberen zo laat mogelijk op havo- of vwo-niveau te selecteren. Met een havo-advies kun je dus modules volgen op vwo-niveau.”

Zelf modules kiezen

Het verschil met het reguliere onderwijs is volgens Sophie te Nuijl, leraar Nederlands en projectleider QUEST ’21, vooral dat leerlingen veel meer keuze hebben. “Het programma bestaat uit verplichte modules en keuzemodules. Tijdens de verplichte modules worden de kerndoelen van de domeinen behaald, in de keuzemodules mogen leerlingen hun onderwijs zelf inrichten. Ik geef bijvoorbeeld de verplichte module Nieuws voor het vak Nederlands, waarbij lezen en schrijfvaardigheid centraal staan. En in de brugklas geef ik de keuzemodule Debatteren. We hebben ook een keuzemodule Spelling voor leerlingen die daar moeite mee hebben, en een keuzemodule Leesvaardigheid.” 

Samenhang tussen de leergebieden

Elke leerling begint bij QUEST ’21 het eerste schooluur met coaching en begeleiding. Tijdens dit uur is er ook tijd voor het aanleren van andere vaardigheden, zoals leren leren en samenwerken. Soms krijgt een leerling in overleg met de coach het advies om een extra module spelling te volgen als dat nodig is. QUEST ’21 kent geen vakken, maar leergebieden zoals: mens en maatschappij, en mens en natuur. Dit zijn leergebieden die SLO ook hanteert. Roest: “We willen dat leerlingen de samenhang zien tussen een vak als biologie en natuurkunde. Dat brengen we dan bijvoorbeeld onder in het leergebied mens, waar leerlingen de module Licht volgen.” 

De vorm is vrij 

Het hebben van veel keuze draagt volgens Te Nuijl bij aan de motivatie van leerlingen. “Er is niet alleen keuze in modules, maar ook in hoe je bijvoorbeeld een uitleg wilt volgen: in een groepje of individueel. Leerlingen mogen soms ook zelf kiezen in welke vorm ze willen laten zien wat ze geleerd hebben. Ik vraag ze bijvoorbeeld wel allemaal een eindposter te ontwerpen, maar ze mogen zelf bedenken over welk onderwerp hun poster gaat. Of ze hebben wel allemaal hetzelfde onderwerp, maar de vorm of het medium is vrij. Leerlingen zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze maken en bepalen zelf wat ze interessant vinden om mee aan de slag te gaan.” 

Geen cijfers

De leerlingen halen geen cijfers voor hun modules en moeten alle modules met een voldoende afronden. Lukt dat niet?  Dan krijgen de leerlingen de kans om de leerdoelen van de modules alsnog te behalen, hun werk te verbeteren of eventueel de leerdoelen te halen in een andere module met overeenkomende leerdoelen. Leerlingen krijgen feedback van de docent op wat ze gemaakt hebben. Ook wordt er veel gewerkt met tussentijdse formatieve momenten. De afronding van de modules vindt plaats door middel van eindproduct en soms met een toets.

Durven loslaten

Dat dit wel wat van je lerarenteam vraagt, beseft Barry Roest heel goed. “We hebben achttien vaste docenten bij QUEST ’21, plus een aantal leraren die hoofdzakelijk in het regulier onderwijs lesgeven en af en toe hier. De meeste vaste leraren hebben meegewerkt aan het concept voor QUEST ’21. Zij hebben het goed in de vingers, al blijft het ook zoeken naar waar het beter kan. Het is heel leuk om met elkaar uit te vinden hoe we nog meer autonomie aan de leerlingen kunnen geven. Je moet durven loslaten en durven ontwerpen. Leraren die liever werken vanuit een methode, zullen dit onderwijsprogramma heel ingewikkeld vinden.”

Samen aan de tekentafel

Sophie te Nuijl vertelt dat leraren zelf al het lesmateriaal bij QUEST ’21 maken en de modules zelf schrijven. Tijdens de lessen nemen ze meer een coachende rol in. “We zitten als team echt met elkaar aan de tekentafel en zijn soms best zoekende hoe we het moeten aanpakken. We hebben veel vergader- en afstemtijd als team. Het is goed om te horen hoe iedereen het aanpakt en of wat we met elkaar hebben bedacht ook echt werkt. Er zijn altijd punten voor verbetering en daarin leren we van elkaar, en van de leerlingen.” 

Meer weten?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.