praktijk
vo
so

Leerlingen krijgen grip op hun gedrag met de vijf G’s

De lessenreeks ‘Ik ben BAAZ over mijn eigen ontwikkeling’ is gericht op het trainen van sociale vaardigheden. Leerlingen krijgen meer inzicht in hun gedrag door het analyseren van situaties met behulp van de vijf G’s. Wat was de gebeurtenis? Wat waren je gedachten en gevoelens? Wat was uiteindelijk je gedrag en wat waren de gevolgen daarvan?

  • Embedcode

Praktijkonderwijs Kranenburg werkt met de lessenreeks ‘Ik ben BAAZ over mijn eigen ontwikkeling’. Deze zelfontworpen lessenreeks bestaat uit ongeveer dertig lessen gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Leerlingen leren van en met elkaar verantwoordelijk te denken en doen. Dat gebeurt door vooral te kijken naar het eigen gedrag. Voorbeeldvragen die je kunt gebruiken zijn:

  • Hoe zien de leerlingen de situatie waarin zij zitten?
  • Hoe denken ze over die situatie?
  • Hoe ervaren ze de situatie en hoe gedragen ze zich daarbij?
  • En wat voelen ze daarbij?

Vanuit deze bewustwording vergroten de leerlingen hun handelingsrepertoire. Dat bevordert het positief zelfbeeld van de leerlingen.

Drie pijlers van Ik ben BAAZ over mijn eigen ontwikkeling

In de lessen wordt er aandacht geschonken aan drie pijlers:

  • Ik weet wie ik ben (ik heb vertrouwen in mezelf).
  • Ik weet wat ik wil (ik kan keuzes maken).
  • Ik weet wat ik kan (ik ga oefenen met wat ik nog beter kan).

De 5 G’s

Om leerlingen meer grip te laten krijgen op hun gedrag, is het belangrijk dat ze weten wat het gedrag veroorzaakt, hoe het gedrag zich opbouwt en welke gedachten invloed hebben op de keuze voor dat gedrag. Om dit inzichtelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van de 5 G’s.

  • Gebeurtenis
  • Gedachten
  • Gevoel
  • Gedrag
  • Gevolgen

Met de 5 G’s wordt elke gebeurtenis geanalyseerd en ontleed door:

  • de gebeurtenis te beschrijven
  • terug te halen welke gedachten daarbij een rol speelden
  • het gevoel te beschrijven,
  • aan te geven welk gedrag er vervolgens bij hoorde en wat de gevolgen van het gedrag waren.

Zo worden leerlingen zich bewust van hun gedrag en zijn in staat het gedrag bij te sturen door andere keuzes te maken. Dit is een belangrijke vaardigheid in het aanleren van positief denken en doen, zeker met doelen gericht op zelfbeeld: weten wie ik ben, wat ik kan en wat ik wil.


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.