Coöperatief leren

lerarenredactie | bijgewerkt op 08 september 2009

Samenwerken is een belangrijke vaardigheid omdat leerlingen deze nodig hebben om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Doordat op scholen coöperatief leren ingezet wordt, kunnen leerlingen deze vaardigheid in de praktijk oefenen. Je hoeft hier niet mee te wachten tot de leerlingen in de bovenbouw zitten, maar al in groep 1-2 kun je ermee beginnen.

Leerlingen die coöperatief leren, werken op een gestructureerde manier samen terwijl ze in kleine, meestal heterogeen samengestelde groepen zitten. Zo leren de leerlingen niet alleen van de interactie met de leraar, maar ook van de interactie met elkaar. Doordat de werkvormen zo zijn opgezet dat alle leerlingen evenveel inbreng hebben stimuleert dit het leren. Daardoor zijn de leerlingen actief met de leerstof bezig. Ze praten er bijvoorbeeld met elkaar over, waardoor de inhoud van de stof meer betekenis voor hen krijgt. Bovendien leren de leerlingen door de samenwerking in een groepje ook samenwerken.

Zeven sleutels coöperatief werken

Er zijn zeven sleutels waardoor deze manier van werken succesvol is: dit zijn didactische structuren, teams, klassenmanagement, klasbouwers, teambouwers, sociale vaardigheden en tot slot de basisprincipes GIPS.

GIPS staat voor:

  • G: Gelijkwaardige deelname, want voor leerlingen is duidelijk wanneer en op welke manier ze iets moeten doen.
  • I: Individuele aansprakelijkheid omdat dit wordt bereikt doordat alle leerlingen meedoen.
  • P: Positieve wederzijdse afhankelijkheid omdat dit wordt bereikt doordat leerlingen elkaar nodig hebben om tot een goed resultaat te komen.
  • S: Simultane interactie, want alle leerlingen zijn zoveel mogelijk tegelijk actief.

Sterker door verschillen

Verschillen tussen leerlingen kun je benutten doordat je ze laat samenwerken. De ‘sterke’ leerlingen zijn immers een voorbeeld voor de ‘zwakkere’ leerlingen en zij helpen hen. Aan de andere kant leren de ’sterke’ leerlingen van de ‘zwakkere’ leerlingen doordat ze hen uitleg geven. Doordat ze samenwerken, leren de leerlingen in een groep elkaar ook beter kennen, waardoor een klimaat in de klas ontstaat waarin leerlingen elkaar waarderen, begrip voor elkaar hebben en elkaar willen helpen.

Hoge leeropbrengst

Vergeleken met meer traditionele vormen van lesgeven waarbij de leraar bijvoorbeeld klassikaal les geeft, krijgen leerlingen veel beurten. Bij directe instructie en klassikaal aanbieden van lesstof gaat de leraar verder met het volgende onderwerp wanneer de leerling die de beurt krijgt het juiste antwoord geeft omdat de leraar er van uitgaat dat dit dan kan. Hij gaat er van uit dat alle leerlingen de les volgen, betrokken zijn en ook blijven. Maar bij coöperatieve werkvormen, zijn alle leerlingen tegelijk actief met de lesstof bezig. Ze krijgen hierdoor meer tijd om zich de lesstof eigen te maken en praten er samen ook over. Daardoor blijft meer kennis hangen en krijgen de leerlingen hierdoor meer inzicht in de stof.

Toepassing

Deze vorm van werken is goed te gebruiken, want bij alle vakken kun je deze vorm van werken toepassen. Dit kan niet alleen bij bijvoorbeeld rekenen maar ook bij onderdelen van taalvaardigheid zoals spelling  en begrijpend lezen. Hierbij is het belangrijk dat zowel de leraar als de leerlingen enthousiast zijn en vervolgens ook meewerken.

Bijlagen met theorie over en praktische tips voor coöperatief leren

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.