Het rekenwerkgesprek

lerarenredactie | bijgewerkt op 12 maart 2013

Het reken(werk)gesprek is een praktisch rekengespreksinstrument, dat leraren kunnen inzetten bij leerlingen met geringe rekenproblemen. In een paar stappen kan de leerkracht, samen met de leerling het rekenwerk analyseren en tot de kern van het rekenprobleem komen. Het gesprek duurt 10-15 minuten, maar kan worden ingekort tot 5 minuten.

De theorie
Bij het voeren van een goed rekengesprek heeft de leraar wel wat theorie nodig. Het is zaak deze theorie te internaliseren, voordat het rekengesprek kan worden gevoerd. Deze theorie bestaat uit een aantal stappen:

  1. Cirkelkaart: op welk gebied bevindt het probleem zich? Om welk domein gaat het (verhoudingen, meten, breuken), welk niveau (paraat hebben, functioneel gebruiken, begrijpen) en in welke fase van de rekenkundige ontwikkeling zit de leerling (begripsvorming, vlot leren rekenen, toepassen etc.)
  2. Werkkaart: waar wringt de schoen? Ligt het aan de aanpak, de bewerking of de reflectie?
  3. IJsbergkaart: op welk handelingsniveau werkt de leerling?
  4. Schaalkaart: hoe schaalt de leerling zijn of haar werk in? Welk cijfer geeft de leerling zich en waar wil de leerling naartoe? Wat heeft hij of zij nodig om deze sprong te maken?
  5. Quick reference kaart: hierop staan extra aandachtspunten over rekenen en leerlingenkenmerken, zoals taal, manier van leren, getalontwikkeling, motivatie en vormen van rekenen.

In deze video laat leraar Hendrik Jan Timmerije, docent op de Scholingsboulevard Enschede zien hoe het rekengesprek werkt in de klas. Expert rekendidactiek en bedenker van de kaarten, Henk Logtenberg, biedt achtergrondinformatie.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.