Omgaan met taal in de rekenles

NRO | bijgewerkt op 05 oktober 2015

Het verhogen van onderwijsopbrengsten staat hoog op de agenda van scholen. Om die bij rekenen te realiseren is het nodig de interactie in de reken-wiskundeles te verbeteren. Deze interactie kan verbeterd worden als er aandacht is voor de rekentaal, de taal die leerlingen in staat stelt te communiceren over rekenen-wiskunde. In het project ‘Professionalisering binnen leergemeenschappen om talige ondersteuning in interactieve reken-wiskundelessen te realiseren’ kortweg het TRaP-project (Taal en Rekenen als Professie) gingen onderzoekers en leraren na hoe zij de aandacht voor de taal in de reken-wiskundeles gezamenlijk kunnen verbeteren. In het project is gewerkt met netwerken van leraren. Dit lijkt een professionaliseringsaanpak die op grotere schaal kan worden ingezet.

Het onderzoek werd uitgevoerd door de Hogeschool iPabo, Hogeschool Saxion, Universiteit Utrecht, en scholen uit stichting Sarkon en stichting OPO. Het onderzoek werd gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

Wat weten we?

Netwerken van expertleraren

Twee gerelateerde onderwerpen zijn cruciaal voor goed rekenonderwijs: interactief onderwijs en ondersteuning van de taal die nodig is om te leren rekenen. Daarom is het nodig dat leraren leerlingen goed ondersteunen bij het leren van de taal die nodig is om goed te leren rekenen.

Het onderzoek leerde dat netwerken van expertleraren, zoals rekencoördinatoren en taalcoördinatoren, kunnen bijdragen aan het realiseren van taalondersteunend rekenonderwijs binnen hun scholen. Een stappenplan dat samen met de expertleraren werd ontwikkeld, stelt hen in staat om ook andere leraren in hun team te helpen bij het realiseren van taalondersteunend rekenonderwijs.

Opbrengsten

Reken- en taalcoördinatoren blijken goed in staat te zijn om taalsteun in de eigen klas tot stand te brengen. Zij maakten een ontwikkeling door van bewustwording van het belang van taal in de reken-wiskundeles naar het systematisch aandacht besteden aan hoe leerlingen rekentaal ontwikkelen.

Een van de leraren zei bijvoorbeeld na drie scholingsbijeenkomsten: ‘Ik probeer meer uit de leerlingen zelf te laten komen. Ik laat leerlingen elkaar meer helpen en aanvullen, waar door ik tijdens de les kan verwijzen naar uitspraken van de leerlingen.’ En na zes bijeenkomsten: ‘Ik denk vooraf meer bewust na over hoe ik de rekentaal kan verduidelijken.’

Ook zagen de  betrokken leraren kans de geboden ondersteuning te vertalen naar activiteiten binnen en met het eigen team, waarmee niet alleen zij deze kennis en vaardigheden hebben opgedaan, maar ook collega’s binnen de scholen.

Dat betekent voor de praktijk

Het project leverde een werkwijze op voor leraren die zij kunnen inzetten om lessen uit de rekenmethode talig te doordenken. Deze werkwijze is vertaald naar een handelingsgericht stappenplan en op een rekentaalkaart (inclusief toelichting) gezet. Het stappenplan beoogt de leraar in vier stappen te ondersteunen in de voorbereiding op een opgave. De leraar die gebruikmaakt van het stappenplan doordenkt op die manier zowel de rekeninhoud of het rekendoel van de activiteit als ook de taal die leerlingen nodig hebben om over de inhoud van gedachten te kunnen wisselen.

Het werken met de rekentaalkaart combineert het nagaan hoe het gestelde rekendoel gehaald kan worden, waarbij gedegen aandacht is voor de benodigde taal. In navolging van het onderzoek van Jantien Smit (2013) duiden de makers dit ondersteunen aan als scaffolding, wat letterlijk betekent ‘in de steigers zetten’. Deze ondersteuning bouwt de leraar af als die niet langer nodig is.

In de video Scaffolding taal in de reken-wiskundeles ziet u uitleg en voorbeeldsituaties in de klas.

Handreikingen

De Rekentaalkaart ondersteunt leraren in vier stappen in de voorbereiding op een opgave. De leraar die gebruikmaakt van het stappenplan doordenkt op die manier zowel de rekeninhoud of het rekendoel van de activiteit als ook de taal die leerlingen nodig hebben om over de inhoud van gedachten te kunnen wisselen.

De rekentaalkaart is een opbrengst van het TRaP-project, uitgevoerd met financiering van het NRO door Hogeschool iPabo, Hogeschool Saxion, Universiteit Utrecht, Stichting Sarkon en Stichting OPO.

Bij het project is tevens de Nascholingsmodule Talige ondersteuning in de interactieve reken-wiskundeles uitgewerkt, een professionaliseringstraject voor expertleraren zoals taal- en rekencoördinatoren. De module kan worden aangeboden door lerarenopleidingen en onderwijsadviesbureaus. De voor lerarenopleiders en onderwijsadviseurs kosteloos beschikbare nascholingsmodule bevat gerichte aanwijzingen voor talige ondersteuning door de leraar en een beschrijving die de lerarenopleider of adviseur helpt het leren van de leraar te ondersteunen.

Links

referenties

Bijlagen

In Gesprek

Voor vragen over het onderzoek of het nascholingsmateriaal kunt u contact opnemen met Ronald Keijzer, projectleider aan de iPabo.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

In Gesprek

Voor vragen over het onderzoek of het nascholingsmateriaal kunt u contact opnemen met Ronald Keijzer, projectleider aan de iPabo.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.