onderzoek
po
vo
mbo
so

Directe instructie leidt tot betere leerlingresultaten

Directe instructie is een leraargestuurd model om kennis over te dragen en vaardigheden aan te leren. Het model wordt vooral gebruikt in het primair onderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs. Veel studies wijzen uit dat directe instructie effectief is, vooral (maar niet uitsluitend) bij minder presterende leerlingen. Met name de cognitieve prestaties van leerlingen gaan vooruit. Ook op het vlak van vaardigheden zijn positieve effecten gevonden.

Leraar begeleidt leerlingen in hun opdrachten, terwijl ze met z'n vieren aan een tafel zitten

Directe instructie (DI) is opgebouwd in fases, die elke les opnieuw worden doorlopen. Het model heeft daarmee een cyclisch karakter, waarbij een nieuwe les idealiter voortbouwt op een vorige les. Het DI-model onderscheidt achtereenvolgens deze fases:

  1. Terugblik (op de vorige les) en oriëntatie op het onderwerp
  2. Presentatie en uitleg van de lesstof
  3. Begeleid ‘inoefenen’ van het aangeleerde
  4. Zelfstandige verwerking, met eventueel een verlengde instructie voor de leerlingen die nog moeite hebben met de lesstof
  5. Afronding, met een terugblik cq. evaluatie

Gedurende elke lesfase reflecteert de leraar op zijn lesgeven en de respons van de leerlingen. De leraar koppelt zo nodig terug wat hij ziet en opmerkt.

Didactische technieken

Leraren die werken volgens het DI-model maken vaak gebruik van verschillende didactische technieken, zoals:

  • Het opdelen van de lesstof in kleine en behapbare stukken
  • Handelingen (bijvoorbeeld berekeningen, ontleden van teksten) voordoen. Dit wordt ook wel ‘modelen’ genoemd
  • Hardop denken, denkstappen expliciet maken
  • Steeds nagaan of de leerlingen de stof hebben begrepen
  • (Gerichte) feedback geven

Hoe effectief is directe instructie?

De afgelopen decennia is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van directe instructie (zie o.a. de metastudie van Stockard et al., 2018; Hattie, 2009 – onder het kopje referenties). In veel studies zijn positieve effecten gevonden, met name op cognitief vlak (o.a. lezen, rekenen, spelling). Ook op het gebied van vaardigheden gaan leerlingen erop vooruit. Op affectief vlak/welbevinden zijn de resultaten minder eenduidig. En vooral wat minder begaafde leerlingen lijken baat te hebben bij meer leraargestuurd onderwijs.

Varianten van directe instructie

Er bestaan enkele varianten van het DI-model:

Deze varianten leggen wat andere accenten, met name in het theoretisch model. Soms wordt bijvoorbeeld een extra fase ingebouwd. Maar in de praktijk komt het in grote lijnen op hetzelfde neer.

Leraargestuurd versus leerlinggestuurd onderwijs

DI is ontwikkeld in de jaren ’60 van de vorige eeuw door de Amerikaanse pedagoog Siegfried Engelmann, als tegenhanger van ontwikkelingen die de leraar een steeds kleinere rol in het leerproces toedichtten. DI wordt vaak afgezet tegen leerlinggestuurd onderwijs (zoals onderzoekend of ontdekkend leren). Een geopperd bezwaar tegen DI is dat de leraar dan alles zou voorkauwen, waardoor leerlingen zich de kennis minder goed eigen zouden maken. Van de andere kant zouden de leerlingen bij onderzoekend leren alles zelf maar moeten uitzoeken. De werkelijkheid is genuanceerder: bij directe instructie laat de leraar de leerlingen geleidelijk meer los, bij onderzoekend leren is wel degelijk begeleiding door de leraar nodig. Beide vormen van onderwijs zijn ook te combineren. Wel lijkt onderzoekend leren minder goed te passen bij zwakkere leerlingen. 

Meer weten over directe instructie?

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Instructie


E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.