Zo werkt de oude middelbare school van minister Wiersma aan kansengelijkheid
Een rijke schooldag voor alle leerlingen, dat is het doel van het programma School & Omgeving. De vroegere middelbare school van minister Wiersma geeft daar onder andere invulling aan met de Einstein Class, waar leerlingen in het autistisch spectrum extra begeleiding krijgen. “Even legoën in de pauze kan een groot verschil maken.”
Transcript
Dit is een reportage van het werkbezoek van minister van Primair en Voorgezet Onderwijs, Dennis Wiersma zijn oude middelbare school. De minister wordt geïnterviewd, waarbij de beelden worden afgewisseld met fragmenten uit het bezoek: de praatjes in de aula van de school, terwijl de minister tussen de leerlingen zit, de minister houdt lachend, met twee andere vertegenwoordigers de getekende intentieverklaring Kansengelijkheid voor alle kinderen in Waadhoeke omhoog. Maar de minister wordt ook door de school rondgeleid en spreekt met meerdere leerlingen in de verschillende vaklokalen, maar ook buiten in de tuin.
De minister arriveert in zijn dienstwagen bij de scholengemeenschap Anna Maria van Schurman. Hij wordt vervolgens naar de aula geleid waar leerlingen en medewerkers op hem zitten op te wachten. Hij glimlacht en neemt plaats op een stoel in de zaal.
Beeldtekst: Minister Wiersma over kansengelijkheid toen en nu.
De minister bezoekt zijn oude middelbare school in Franeker. Tijdens het interview staat de minister buiten.
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Het is voor mij belangrijk. En voor het onderwijs superbelangrijk dat het niet uitmaakt wat het inkomen van je ouders is. Welke opleiding ze hebben gehad. Of waar je woont. Voor de school waar je op zit en ook de kansen die je daar en in het leven krijgt. Dat is voor mij kansengelijkheid, maar het is ook zo’n containerbegrip. Het gaat er om dat waar je zit, je ook alle hulp krijgt die je nodig hebt om erachter te komen wat je goed kan. Te leren wat nodig is en een stabiele basis krijgt voor later. Maar ook die hulp vindt die daarbij soms ook hoort. Bijvoorbeeld begeleiding bij je huiswerk en niet alles vind je altijd thuis. Soms kan je ook misschien thuis een sportvereniging niet betalen. Dan is het heel fijn en heel belangrijk dat de school en de omgeving samenwerkt om dat wel te betalen.”
In de aula van scholengemeenschap Anna Maria van Schurman staat de minister met de ondertekende intentieverklaring voor gelijke kansen Waadhoeke in zijn handen.
Beeldtekst: In hoeverre heeft u het gevoel dat u zelf alle kansen heeft gehad?
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Ik ging eerst naar een andere school hier in de buurt. Daar deed ik de MAVO/HAVO en toen kwam ik hier op deze school. Ik vond dit een hele leuke school overigens. Het was niet zo dat ik dacht van wat overkomt me nou en krijg ik wel de kansen die ik zoek. Het is ook een beetje vaag, want je bent als leerling gewoon bezig met alle dingen die moeten. Je vakken halen en je toetsen halen. En ondertussen heb je allemaal gesprekken wat je nog meer leuk vindt en wat je misschien hierna wilt doen. En zo ging dat bij mij ook. Ik merkte ondertussen wel dat er allerlei dingen gebeurde, bijvoorbeeld op tv over politiek en dat ik dat wel interessant begon te vinden. Dat gaat eigenlijk ook hier over. Zo kom er er dan steeds beter achter wat je leuk vindt. Of waar je misschien ook wel goed in bent. Maar dat is ook iets wat gaandeweg gaat. Ik was me daar niet zo heel bewust van toen ik hier zat nee.”
Beeldtekst: Waren die kansen voor alle leerlingen destijds hetzelfde?
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Ik kan me alleen herinneren dat ze er voor zorgden dat er ook veel begeleiding was ook in de lessen. Maar ook daarbuiten. Er waren ook momenten van zelfstudie, maar als je daar die zelfstandigheid niet had of ik was best wel snel afgeleid dan krijg je wel extra hulp om dat dan toch te kunnen.”
Beeldtekst: Wat is er sindsdien veranderd?
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Zoals ze hier vandaag doen met best wel een heel uitgebreid programma aan allerlei mogelijkheden van kunst tot aan natuur en je eigen tuintje hier hebben tot het technieklokaal. Houtbewerking of met drones oefenen. Nou dat hadden ze destijds allemaal niet.”
Een leerling werkt in een vaklokaal op een tablet, terwijl de minister met hem meekijkt.
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Je krijgt hier nu wel een veel bredere waaier aan allerlei praktische vaardigheden. Waarvan mij niet meer zo goed bijstaat of ik die in die tijd ook zo goed gehad heb. Als ik dan nu bedenk dat ze dat hier hebben zou dat wel denk ik voor heel veel leerlingen iets moois zijn. Want het gaat niet alleen maar meer om die boeken, het cognitieve of een vak halen. Want het gaat ook om wat kan je allemaal met je handen en hoe leuk vind je dat. Ja dat doen ze hier specifiek en uitgebreid. En dat werkt denk ik voor heel veel leerlingen erg goed.”
DOCENT: (IN DE AULA): “Toen jij net minister werd, Dennis, toen hadden we…”
MINISTER DENNIS WIERSMA: “Ja mijn oud-docent Taere Haarsma was hier mijn leraar maatschappijleer, maar hij deed ook geschiedenis. En ik begreep vandaag pas dat dat zijn eerste klas was. Hij was toen eigenlijk nog heel jong, maar hij ziet er nog steeds jong uit. Twintig jaar later. Hij zorgde er bij mij voor, dat ondanks dat ik een best lastige tijd had met mijn ouders die in scheiding lagen, dat ik het wel leuk vond om naar school te gaan. Niet alleen om vakken te halen, maar ook opeens bij andere dingen ook ging nadenken. Dat vond ik leuk en hij was heel enthousiast. Kon dingen net op een grappige manier soms vertellen. Wat ik extra leuk vind nu is dat hij ook in deze school daarna ook is bezig geweest met als iemand net wat meer aandacht nodig heeft leerlingen specifiek met autisme die soms deze school heel druk vinden, heeft hij er iets naast gezet. De Einstein Klas. Zelfs ook op een andere locatie waar je soms hier lessen volgt en soms ook daar omdat hij zo alle leerlingen die wat extra’s nodig hebben, dat ook kan bieden. Dat heeft hij hier ook geïnitieerd. Dus ik vind dat wel een goed voorbeeld van iemand, en dat heb ik toen al ervaren, maar iemand die voor veel leerlingen dat verschil wil maken.”
Buiten op de rand van het sportvel naast de school poseert de minister met de leerlingen en medewerkers. Iedereen steekt zijn handen in de lucht.
Op een witte achtergrond staat het logo van Leraar24: een uitroepteken dat op zijn kant ligt. De tekst Leraar24 staat horizontaal in de steel weergegeven. De punt lijkt op een powerknop. Onder het logo verschijnt: www.leraar24.nl.
Leren doe je op school, maar ook daarbuiten ontwikkelen leerlingen zich: teamsport leert je samenwerken, talenten ontdek je spelenderwijs. Daarom trekt het kabinet geld uit voor verrijking van de schoolomgeving met het programma School & Omgeving. Minister Dennis Wiersma wil zorgen dat leerlingen – naast hun reguliere lessen – op en rond de school extra activiteiten en ondersteuning aangeboden krijgen. De organisatie ligt niet alleen bij de scholen, maar wordt gerealiseerd samen met lokale partijen, zoals gemeenten en sportclubs. De invulling verschilt per regio en per doelgroep.
Hoofd leegmaken
Zo heeft het CSG Anna Maria van Schurman in Franeker sinds zes jaar de Einstein Class. Taede Haarsma, vakdocent geschiedenis en maatschappijleer en zorgcoördinator, richtte de klas op. “Het doel van de Einstein Class is om meer- en hoogbegaafde jongeren met autisme langer in het regulier onderwijs te houden. Veel van deze jongeren kwamen thuis te zitten, we zochten naar een manier om dat te voorkomen. Dat kon door het onderwijs meer passend te maken.” De Einstein Class begon onder de naam Project 3.2.3, naar het lokaal waar tien leerlingen twee uur per week samenkwamen. “Tijdens die twee uur hadden we gesprekken, werden ze gezien, was er tijd om te leren leren en konden ze even hun hoofd leegmaken. We merkten al snel dat dat voor deze doelgroep een groot verschil maakte.”
Huiswerk op school
Haarsma zag tijdens deze uren dat je met kleine aanpassingen grote resultaten kunt behalen. “Autistische jongeren zien school en thuis als twee aparte werelden. Huiswerk hoort voor hen bij school, dus thuis huiswerk maken doen ze niet. Dat leidde tot veel conflicten en soms moesten ze afstromen. Door ze tijd en ruimte te geven om hun huiswerk op school te maken, kun je dat voorkomen.”
Structuur en begeleiding
Inmiddels is de Einstein Class gegroeid en krijgen 104 leerlingen extra begeleiding. De school heeft deze leerlingen in arrangementen ingedeeld die aansluiten bij hun specifieke behoeftes. De leerlingen die in arrangement 1 zitten hebben genoeg aan ondersteuning op afstand. “We hebben ontdekt dat er een sterke relatie is tussen toenemend verzuim en lagere cijfers, dus als een van de twee stijgt, trekken we gelijk aan de bel.”
Arrangement 2-leerlingen worden ook op die manier gevolgd en komen een aantal uur per week in het lokaal huiswerk maken of spelletjes spelen. De leerlingen van arrangement 3 en 4 volgen hun lessen deels of helemaal in het Einsteingebouw, op 500 meter afstand van de school. “Dat zijn de leerlingen die het met alleen regulier onderwijs niet redden, de potentiële thuiszitters. Op deze locatie hebben we een duidelijke structuur, is er begeleiding van jeugdhulp, veel tijd voor het oefenen van sociale vaardigheden, en ook koken en bewegen staan op het rooster. De vakdocenten komen ernaartoe om hun lessen te geven.”
Buiten de gebaande paden
Bij de invulling van het programma School & Omgeving is het de bedoeling dat ook andere partijen dan de school betrokken worden. Voor de arrangement 3- en 4-leerlingen van de Einstein Class is er ondersteuning van jeugdhulpverlening, en ook de gemeente is betrokken bij het programma. “De gemeente ziet de meerwaarde en durft buiten de gebaande paden te treden. We krijgen financiële ondersteuning, terwijl de gemeente eigenlijk alleen persoonsgebonden budgetten heeft, geen groepsbudgetten.”
Niet in het systeem passen
Het buiten de lijntjes kleuren en zoeken naar wat wel kan, is volgens Haarsma de kern van kansengelijkheid. “Bij kansenongelijkheid denken mensen vaak aan een verschil in arm en rijk of achtergrond. Maar ik denk dat het er vooral mee te maken heeft of je in het bestaande systeem past. Met de Einstein Class bieden we vooral sociaal-emotionele kansengelijkheid. Sommige leerlingen komen hier alleen even darten of legoën, in een voor hen veilige omgeving. Daar laden ze van op en dan kunnen ze er de rest van de dag weer tegen.”
Wat wel kan
Na zes jaar is Haarsma het meest trots op wat zijn leerlingen iedere dag bereiken, maar hij denkt ook vaak aan de 20 leerlingen die op de wachtlijst staan. “Ik vind het verontrustend dat we vanuit heel Friesland aanmeldingen hebben, er is voor veel kinderen geen andere plek. Veel ouders hebben een lange reis gemaakt en hebben op meerdere plekken gehoord wat niet kan. Maar het gaat erom wat – met kleine aanpassingen – wel kan.”
Meer weten?
- Lees hoe je het NPO-geld kunt inzetten om maatwerk te bieden.
- Check deze 5 tips voor het omgaan met leerlingen met autisme.
- Lees hoe je als leraar je leerlingen gelijke kansen biedt.
- Kijk het wetenschapscollege van Alexander Smit (Rijksuniversiteit Groningen) bij Expertisepunt digitale geletterdheid over digitale inclusie als voorwaarde om alle leerlingen volwaardig mee te laten doen in het onderwijs.