‘AI in de les? Doe maar niet’
po vo mbo so

‘AI in de les? Doe maar niet’

Iedere leraar op elke school zal de vraag herkennen: hoe geef je AI een plek in je lessen? Felienne Hermans, hoogleraar didactiek van de informatica aan de VU en leraar informatica op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, heeft er een uitgesproken antwoord op: doe maar niet. “Verban schermen uit klas en collegezaal. Spreek de creativiteit en authenticiteit van leerlingen aan. Laat ze schrijven met pen en papier en laat ze hun werk mondeling verdedigen. En denk als leraar vooral zélf na over wat leerlingen moeten weten, hoe ze dat leren en hoe ze kunnen laten zien dat ze iets beheersen. Want wíj́ samen bepalen hoe de wereld eruitziet. Niet de algoritmes.”

Niet in discussie met een algoritme

Het is een boodschap die Hermans vaak en graag uitdraagt. Niet alleen in collegezaal of klas, maar ook in haar nieuwsbrief, de columns die ze schrijft voor onder meer de Volkskrant en het Onderwijsblad, haar optredens in andere media en in haar onlangs verschenen boek ‘Vierkante ogen’. Die boodschap mag best stevig worden gebracht, vindt ze. Want eigenlijk staat er weinig minder op het spel dan de ziel van onderwijs en leraarschap. “Als ik voor een klas sta, ben ík de expert die is ingehuurd om de leerlingen iets bij te brengen. Dan wil ik ook grip houden op de informatie die daarbij wordt gebruikt. En niet via mijn leerlingen in discussie gaan met algoritmes die ik niet controleer en die dertig verschillende en niet-geverifieerde andere antwoorden op dezelfde vraag geven. Want dat gebeurt er als ik ze toesta om met een chatbot naar informatie te zoeken. En dat heeft impact op de relatie die ik met een leerling heb. Om ze mee te krijgen met de stof moet er vertrouwen zijn dat ik daar als docent iets van weet. Dat wordt echt lastiger als ik steeds ‘ja maar ChatGPT zei…’ te horen krijg.”

Regie over les staat op het spel

Dat AI die antwoorden zonder moeite ophoest, maakt leerlingen niet alleen gemakzuchtig of zelfs lui. Ze leren er volgens Hermans ook niet door leren. Ze slaan namelijk de zoektocht naar een antwoord over, en daarmee juist het leerproces. Voor leraren staat er daarnaast nog iets anders op het spel: ze verliezen er in de ogen van Hermans ongemerkt de regie over hun lessen door. “Ik had bij een programmeerles een leerling die van ChatGPT een Python-script kreeg. Dat script werkte, maar hij vroeg aan mij hoe, want het was erg geavanceerd. Met flink wat tijd en moeite kwamen we er samen uit. Een geslaagd leermoment, zou je zeggen. Maar achteraf dacht ik: hij was nog lang niet aan dit niveau toe en was dat ook na mijn inbreng niet. Ik zou het zelf nooit deel van deze les hebben gemaakt en het onderwerp komt niet terug in de toets. Maar het heeft me wél een flink deel van de les gekost, en eigenlijk heeft ChatGPT dat besloten.”

Didactiek en pedagogiek niet losknippen

Met de komst van AI steekt in de ogen van Hermans bovendien een oude misvatting over de baten van automatisering in het onderwijs de kop op. “Ook nu wordt weer verondersteld dat de techniek de leraar praktisch werk uit handen neemt, zoals basale informatie uitleggen of toetsen nakijken. De leraar zou zich daardoor eindelijk meer kunnen richten op het ‘echte werk’, namelijk de persoonlijke kant van het vak. Dat zagen we eerder bij andere hypes. Nog niet zo lang geleden hadden we bijvoorbeeld flipping the classroom. Dat veronderstelde dat je leerlingen de informatie kon aanbieden door ze naar online video’s te laten kijken. Ze zouden daardoor dan goed voorbereid in de les verschijnen, waar de leraar vervolgens kon gaan verdiepen. Dat werkte dus niet. Achter dat idee schuilt een groot misverstand over de aard van lesgeven, namelijk dat je didactiek en pedagogiek zomaar van elkaar kunt losknippen. In werkelijkheid lopen die twee kanten juist voortdurend door elkaar heen.”

Drie keer ‘ik weet helemaal niets’

“Neem nakijken. Voor mij ís dat het ‘echte werk’. Als je dat zelf doet, zie je namelijk niet alleen wat een leerling beheerst, maar ook of er misschien iets aan de hand is’’, zegt Hermans. Ze noemt het voorbeeld van een normaal gesproken goed presterende leerling, die bij een toets drie keer ‘ik weet helemaal niets’ opschreef. Ze bleef vooral hangen op de formulering. “Want die ging dus echt verder dan ‘weet ik niet’. Ik heb die leerling gevraagd of er misschien iets aan de hand was. Hij bleek totaal te zijn vastgelopen door de hoeveelheid toetsen en de bijbehorende spanning . Ik denk dan: hier moeten we iets mee, ook in bredere zin. Als een algoritme het nakijken had gedaan, was er alleen een onvoldoende uitgerold en had ik zijn probleem niet gezien. Je leert je leerlingen dus juist écht kennen door hun werk te lezen.”

Bedenken wat een ander nodig heeft

Een vergelijkbare tekortkoming ziet ze bij AI-commentaar op bijvoorbeeld een werkstuk. Een chatbot kan bij een slecht resultaat niet vaststellen of de leerling vanuit een verkeerde onderzoeksvraag is vertrokken. In dat geval heeft het niet veel zin het stuk te beoordelen. “Terwijl een leraar dat wel kan zien, en verder kan kijken dan het product dat er ligt. Waar is het misgegaan? Wat heeft deze leerling nodig om weer verder te kunnen? En hoe kan ik daarbij vanuit mijn expertise en kennis helpen? Het is heel vaak vragen stellen en keuzes maken. En dat is nog best moeilijk, veel moeilijker dan programmeren. Lesgeven is nog altijd mensenwerk. Interpretive labour ook. Het soort werk waarbij het jouw taak is om op basis van waarneming en samenspel te bedenken wat een ander op dat moment nodig heeft en dat aan te bieden. Een computer of een algoritme kan veel, maar per definitie juist niet interpreteren en op basis daarvan handelen.”

Mondeling een concreet project verdedigen

Hermans ziet tot haar genoegen dat steeds meer scholen en leraren dat inzicht delen, en daarom juist van AI en schermgebruik weg bewegen. “Ik heb wat dat betreft echt vertrouwen in mijn collega’s.” Telefoons zijn bijna nergens meer welkom. De UvA verbande onlangs laptops uit de collegezalen en steeds vaker wordt er weer mondeling getoetst. De VU-studenten die Hermans opleidt tot leraren informatica schrijven tegenwoordig een casus uit op de campus, en verdedigen hun andere werk mondeling. Daardoor kunnen hun leraren veel beter vaststellen hoeveel van de lesstof ze echt hebben begrepen. “En op mijn middelbare school maken de leerlingen voor hun profielwerkstuk nu een concreet project dat ze mondeling verdedigen, en geen verslag meer. Dat zouden ze toch maar door AI laten doen, en dan heeft het geen zin.”

Wordingsproces is ook weer tastbaar

Hermans begeleidt nu bijvoorbeeld een groep die een escape room over tien tijdvakken in de geschiedenis ontwerpt. Voor elk tijdvak moet een puzzel worden opgelost om de volgende stap naar de uitgang te zetten. “Ze zijn heel creatief én heel vakinhoudelijk bezig.” Tijdens de verdediging vragen leraren waarom de leerlingen bepaalde keuzes hebben gemaakt, of laten ze hun zelf een van de puzzels oplossen. “Zo komt het gesprek vanzelf op de historische kennis achter het ontwerp en zien we wat ze echt begrijpen.” Ook het wordingsproces is tastbaar. Leerlingen houden een papieren logboek bij waarin ze bronnen verzamelen, teksten plakken en tekeningen maken. Die boekjes blijven op school, zodat de begeleiders de ontwikkeling van het werk kunnen volgen. “We hebben weer zicht op het hele proces. Dit is echt een supergoede interventie die door AI is versneld, maar die voor mij al vijf jaar eerder had mogen komen.”

AI niet zomaar bij elke les inzetten

Heeft AI dan helemaal geen plaats in het onderwijs en in de toolkit van een leraar? “Je kunt leerlingen in lessen informatica of digitale geletterdheid prima bijbrengen hoe ze met AI kunnen omgaan”, zegt Hermans. “Maar dat betekent niet dat iedere leraar het voor elk vak moet inzetten, simpelweg omdat de technologie bestaat en sommige mensen zeggen dat we allemaal mee móeten om niet achter te blijven. Geef je bijvoorbeeld Engels, laat dat soort beweringen dan lekker links liggen en breng je leerlingen Engels bij. Dát is jouw vak en je verantwoordelijkheid, niet om ze te leren hoe ze AI kunnen inzetten. En voel je toch druk om dat te doen, bijvoorbeeld van de schoolleiding, vraag dan eerst maar eens naar het bewijs dat leerlingen er beter door leren. Scholen werken namelijk heel graag evidence-informed, en ik denk niet dat er nu al veel bewijs voor te vinden is.”

Minder geld voor AI, meer voor leraren

“Los van die inhoudelijke kant zou ik willen dat scholen kritischer naar de kosten kijken. Ik hou van technologie en het is mijn vakgebied. Maar ik zie ook dat dure systemen keer op keer worden verkocht met de belofte dat ze het onderwijs eenvoudiger en efficiënter maken, terwijl het tegendeel vaak waar is. Ze leveren leraren juist extra werk of nieuwe afhankelijkheden op. The Economist, toch geen rebels blaadje, sloot onlangs een verhaal over automatisering op scholen af met de vraag: wat als we al het geld dat we daar de afgelopen 20 jaar in hebben gestoken aan de onderwijskwaliteit hadden besteed? In die geest zou ik willen zeggen: geef minder uit aan nog niet bewezen AI, en meer aan leraren en aan de dingen die zij goed of belangrijk vinden. Daar wordt het onderwijs in mijn ogen veel beter van.”

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang elke maand de beste artikelen en video’s van Leraar24 in je mailbox.