onderzoek
vo

Goede begeleiding startende leraar leidt tot minder uitval

Startende leraren die een speciaal inwerktraject volgen van drie jaar, ontwikkelen zich op pedagogisch-didactisch gebied sneller dan hun collega starters. Bovendien is er minder uitval onder de beginners die mee hebben gedaan aan het inwerktraject dat ontwikkeld is door onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen.

  • Embedcode

Veel beginnende leraren verlaten al snel het beroep. Negen procent van de bevoegde beginners is na drie jaar uitgevallen, zo blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Startende leraren verlaten het beroep omdat zij in hun eerste jaren onnodige beroepsstress ervaren en hun vertrouwen in eigen kunnen daardoor snel afneemt. Dit komt mede doordat zij over minder pedagogisch-didactische vaardigheden beschikken dan hun ervaren collega’s. Daarbij gaat het om basale vaardigheden als ‘het voeren van een efficiënt klasmanagement’, ‘het helder en gestructureerd uitleggen’ en ‘het activeren van leerlingen’. Maar ook ‘een veilig en stimulerend onderwijsleerklimaat creëren’ lukt hen minder goed. Vooral met de meer complexe vaardigheden, zoals het onderwijs afstemmen op verschillen tussen leerlingen, hebben ze moeite.

Inwerktraject voor beginnende leraren

Michelle Helms-Lorenz, Wim van de Grift en Ridwan Maulana van de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten hoe een inwerktraject beginnende leraren beter zou kunnen toerusten, met als doel de uitval te verminderen. Voor het onderzoek werden 338 beginnende leraren van 68 scholen voor voortgezet onderwijs random ingedeeld in een experimentele groep en een controlegroep. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van Onderwijs Bewijs, een project van OCW dat via wetenschappelijke experimenten kennis verzamelt over wat wel en niet werkt in het onderwijs.

Het inwerktraject – ook wel inductiearrangement genoemd – dat de experimentele groep onderging duurde drie jaar. Dit inductieprogramma ondersteunt beginners in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling als leraar. Het voorziet ten eerste in werkdrukvermindering door het takenpakket af te stemmen op de draagkracht van de leraren. Daarnaast maken de starters kennis met de schoolregels en het schoolbeleid. Ook worden zij geobserveerd tijdens hun lessen en krijgen ze daarbij gerichte begeleiding. Tot slot is er aandacht voor hun bredere professionele ontwikkeling.

Effecten van het inwerktraject

De effecten van het programma voor beginnende leraren wordt vastgesteld door de vaardigheden aan het begin en aan het einde van het inwerktraject te meten. Zodoende wordt nagegaan of de starters de basisvaardigheden onder de knie hebben. Daarnaast moeten de starters bewust experimenteren met meer complexe vaardigheden, zoals

  • het onderwijs afstemmen op de verschillen tussen leerlingen
  • leerlingen leren hoe ze iets moeten leren
  • alle leerlingen bij de les betrekken en ze tot nadenken stimuleren

Bovendien ontwikkelen zij tijdens het traject een positieve identiteit als leraar en een eigen lesstijl.

Minder stress en uitval, snellere pedagogisch-didactische ontwikkeling

Het inductiearrangement heeft effect, zo blijkt uit het onderzoek. De starters die meededen aan het inwerktraject, ontwikkelden zich in drie jaar tijd sneller in hun pedagogisch-didactisch handelen dan de leraren in de controlegroep. De experimentele groep had ook minder werkgerelateerde stress. Deze leraren ervoeren meer leermogelijkheden en invloed op hun dagelijks werk. Ze bleken ook meer overtuigd van hun bekwaamheid in de klas. De leraren uit de experimentele groep vielen dan ook minder vaak uit.

Het inwerktraject van de Rijksuniversiteit Groningen is opgenomen in het landelijke programma Begeleiding Startende Leraren (BSL). Het is een van de projecten die worden gebruikt om het lerarentekort in het voortgezet onderwijs tegen te gaan. Het sluit aan bij de afspraken die met scholen zijn gemaakt in de Lerarenagenda 2013-2020.

De vier pijlers van het inwerktraject

Het driejarig inwerktraject is bedoeld voor leraren die net hun diploma hebben gehaald. Lerarenopleidingen werken samen met scholen om het inwerktraject vorm te geven en uit te voeren. In het eerste jaar maakt een begeleider van de lerarenopleiding samen met de school een draaiboek voor de ondersteuning van de beginners. Daarin worden de richtlijnen uit het onderzoek en de wensen van de school opgenomen.

Het inwerktraject stoelt op vier pijlers:

  1. Werkdrukvermindering
  2. De docent wordt ingewijd in het schoolbeleid. Niet te veel in één keer, maar hij of zij moet ‘er een beetje aan ruiken’.
  3. Lesobservatie en feedback
  4. Aandacht voor de brede ontwikkeling van de starter met behulp van professionele ontwikkelingsplannen

1. Werkdrukvermindering

Elementen die de werkdruk verminderen, zijn onder andere: geen extra taken, vrijstelling van taakuren, minder lessen, geen moeilijke klassen, gunstige roosters, rooster waarbij rekening gehouden wordt met het rooster van de mentor of vak-coach, en een geleidelijke opvoering van de werkbelasting naar het normale eindniveau.

2. Inwijding in het schoolbeleid

De nieuwe leraar leert onder andere hoe de organisatie van de school in elkaar steekt en wat de heersende cultuur en onderwijskundige visie is. Maar ook wat het curriculum is, welke achtergrond de leerlingen hebben, wat de maatschappelijke context van de school is. En praktische informatie: wie, wat waar en hoe.

3. Lesobservatie en feedback

De beginnende leraren krijgen individuele begeleiding in de klas van een coach. Daarbij staat het ontwikkelen van meer didactische vaardigheden centraal. Er wordt een individueel ontwikkelplan gemaakt in de zone van de naaste ontwikkeling. De coach zorgt ervoor dat de beginner zich vervolgens stapsgewijs ontwikkelt.

De begeleiding helpt de beginner zijn mogelijkheden te vergroten. Daardoor neemt zijn gevoel van bekwaamheid toe en dat bevordert weer zijn draagkracht.

4. Professionele ontwikkeling

Beginnende leraren werken systematisch aan hun professionele ontwikkeling. Ze weten wat hun huidige kwaliteiten en competenties zijn en vergelijken deze met de competenties die ze moeten ontwikkelen (het ‘eindprofiel’). Vervolgens plannen wat ze de komende periode gaan leren of verder willen ontwikkelen. Hun plannen en vorderingen bespreken zij regelmatig met hun coach.

Een goede begeleiding in de eerste drie jaar, die gestoeld is op deze pijlers, bevordert de ontwikkeling van effectief lerarengedrag van beginnende docenten. En daardoor vallen er minder leraren uit.

Meer weten?

Onderwerpen

Startende leraar

Beschrijving
De tekst bevat twee plannen die gericht zijn op het bevorderen van de professionele ontwikkeling van leraren in het noorden van Nederland, van beginnende en van ervaren leraren.
Auteur(s)
Van de Grift W.J.C.M., Helms-Lorenz, D.W. Maandag & S. de Vries
Jaar
2012

Beschrijving
Samenvatting onderzoek Onderwijs Bewijs.
Auteur(s)
NRO
Jaar
2015



anoniem | 23 juni 2015

Goed iniatief. Mocht ook wel eens tijd worden, want het wordt een groot (maatschappelijk) probleem zo! Hopelijk wordt er binnenkort ook iets aan de beeldvorming over het beroep gedaan, dat zal de leerlingen, ouders en de beroepsgroep zeer veel goed doen ;)!

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.