Acht typen intelligenties van de meervoudige intelligentie-theorie van Howard Gardner

lerarenredactie | bijgewerkt op 08 februari 2019

Veel scholen werken met de principes van de meervoudige intelligentie (MI). Deze theorie is ontwikkeld door de Amerikaanse onderwijspsycholoog Howard Gardner. Volgens schooladviseur en MI-expert Marco Bastmeijer zijn deze inzichten nog steeds actueel. In deze video licht hij daarom de acht typen intelligenties die Gardner onderscheidt nog een keer toe.

Marco Bastmeijer legt uit dat volgens Gardner iedereen binnen de acht typen intelligenties zijn of haar eigen persoonlijke voorkeuren ontwikkelt. Dit is waarom hij vindt dat leraren zich niet moeten laten leiden door de methode en slechts één manier van aanbieden van de lesstof. Omdat leerlingen verschillende voorkeuren hebben zouden leraren hierbij moeten aansluiten.

De acht typen intelligenties:

  1. Verbaal-linguïstisch: daardoor gevoelig voor taal.
    Deze leerlingen zijn door hun gevoeligheid voor taal goed in spreken, luisteren en lezen. Ze hebben geluk want veel methodes sluiten aan bij de voorkeur van talige leerlingen.
  2. Visueel-ruimtelijk: daardoor een goed geheugen voor beelden.
    Deze leerlingen leren door ‘af te kijken’. Ze hebben een sterk ontwikkeld topografisch gevoel en zijn ook goed in staat emoties en ervaringen te visualiseren. Door hun voorkeur voor beelden kijken ze graag filmpjes bij het leren.
  3. Logisch-Mathematisch: hierdoor sterk in logisch nadenken.
    Deze leerlingen hebben een voorkeur voor abstract en schematisch denken. Ze houden daarom van ordenen en denken daarbij logisch na: ‘wat komt eerst en wat daarna’.
  4. Naturalistisch-ecologisch: daarom belangstelling voor de natuur.
    Deze leerlingen hebben een voorkeur voor observeren. Bovendien gaan ze graag om met planten en dieren. In hun leren leggen ze daarom het liefst een relatie tussen wat ze leren en de natuur.
  5. Muzikaal-ritmisch: hierdoor gevoelig voor geluid.
    Deze leerlingen maken een koppeling met geluid en hebben daardoor een goed geheugen voor muziek. Leren doen deze leerlingen het liefst op gehoor en dat is waarom ze ook houden van herhaling; het liefst leren ze hardop.
  6. Interpersoonlijk: goed in het begrijpen van anderen.
    Deze leerlingen zijn gericht op anderen en zijn daarbij gevoelig voor stemmingen van anderen. Ze zijn goed in staat anderen te motiveren en kunnen zich daarbij door hun intelligentievoorkeur goed inleven in anderen.
  7. Intrapersoonlijk: hierdoor zelfkennis.
    Deze leerlingen denken graag na over hun eigen handelen. Hierbij trekken ze zich het liefst eerst even terug. Ze passen zich meestal makkelijk aan en doen veel aan persoonlijke ontwikkeling.
  8. Lichamelijk-kinesthetisch: daarmee een doener.
    Deze leerlingen hebben een goede motoriek. Ook hebben ze veel behoefte aan beweging en ze leren vooral door te ervaren. Dit is waarom ze moeilijk stil kunnen zitten en gericht zijn op ‘doen’.

Effectiviteit van Gardners M.I.-theorie

Onder onderwijskundigen wordt de effectiviteit van Gardners theorie in twijfel getrokken. Daarom schreef cognitief psycholoog Daniel Willingham bijvoorbeeld een pittige kritiek. Het NRO heeft hierop een inventarisatie gemaakt van onderzoeken die hebben gekeken naar het effect van het toepassen van Gardners principes. Hierbij zijn weinig aanwijzingen gevonden dat rekening houden met de verschillende intelligenties bijdraagt aan het leren van leerlingen.

Ook interessant:

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.

Leraar24 helpt je graag met kennis over onderzoek en onderwijs in de praktijk.