Leraar24 logo
10 x zo leer je leerlingen leren
praktijk
vo
mbo

10 x zo leer je leerlingen leren

Door de lockdowns en online lessen zijn leerlingen dit schooljaar veel op zichzelf aangewezen. Vooral als het op leren of de motivatie om te leren aankomt. Niet alle leerlingen hebben de vaardigheden om zelf de lesstof te bestuderen. Hoe kun je ze als docent daarin begeleiden? Wiskundedocent Erik van Haren en Sissi Teunissen (Huiswerkinstituut Amsterdam) geven tips.

Een docent geeft twee leerlingen uitleg op een tablet.
Foto: Marieke Duijsters

Wiskundedocent en genomineerde Leraar van het Jaar 2021 Erik van Haren zag sommige leerlingen extra worstelen in tijden van thuisonderwijs. “Kort door de bocht: je hebt een groep leerlingen die thuis hulp krijgt en een groep die dat niet krijgt. Met name bij die laatste groep is de invloed van de docent groot. Het is belangrijk je dat als docent te realiseren en alles uit de kast te halen om deze leerlingen ‘aan’ te zetten.” 

Sissi Teunissen beaamt dit. Toen zij nog voor de klas stond, gaf ze het liefst les aan groep 8. Leerlingen kwamen het jaar erop vaak bij haar langs om bij te kletsen. “Wat mij regelmatig opviel was dat hun cijfers tegenvielen. Vooral leerlingen met hoge Cito-scores gingen in de brugklas onderuit en haalden ineens veel onvoldoendes. Ik ben me daarin gaan verdiepen en ontdekte dat leren leren een probleem was.” Niet lang daarna richtte Teunissen Huiswerkinstituut Amsterdam op met als doel de overstap tussen groep 8 en de brugklas te versoepelen. Inmiddels weten leerlingen uit alle klassen haar te vinden. 

Hoe kun je leerlingen volgens Van Haren en Teunissen de kneepjes van leren leren bijbrengen? Ze delen hun kennis in deze 10 tips.

Tip 1: Zorg dat leerlingen lekker in hun vel zitten 

Van Haren: “Cognitief doen leerlingen het pas goed als ze lekker in hun vel zitten, voor mij is dat de basis van leren leren. Als docent heb je de verantwoordelijkheid om verbinding met je leerlingen te maken. Observeer ze tijdens de les. Merk je aan cijfers of aan antwoorden die iemand geeft dat het niet goed gaat? Of merk je een veranderende houding of uitstraling op? Zoek een-op-een contact om te ontdekken wat je voor deze leerling kunt betekenen. Let ook op leerlingen die zichzelf overschatten. Die zijn sneller afgeleid, terwijl zij extra hulp of uitdaging juist goed kunnen gebruiken.”

Tip 2: Leren leren bij elk vak 

Teunissen ziet dat er op scholen steeds vaker aandacht is voor leren leren. “Een positieve ontwikkeling, al valt het me op dat het meestal onderdeel is van het mentoruur. Terwijl het juist zo belangrijk is er in alle vakken aandacht aan te besteden. Franse woordjes leren vraagt om een andere aanpak dan een geschiedenistoets voorbereiden. Het maakt niet uit welk vak je geeft: zet leren leren preventief in. Neem voor een toets met de leerlingen door hoe ze die het beste kunnen leren. Maak als het even kan ook een proeftoets met de klas, zodat de leerlingen weten wat ze kunnen verwachten.” 

Tip 3: Begin met een ademhalingsoefening 

Van Haren: “Soms zit het hoofd van leerlingen al vol voordat ze aan de les beginnen. Omdat ze de hele dag leren en daar stress van hebben, of omdat ze om een andere reden gespannen zijn. Haal ze uit die situatie door de les te beginnen met een ademhalingsoefening. Adem bijvoorbeeld tien keer goed in en uit om de hersenen tot rust te laten komen en er weer ruimte ontstaat om na te denken. Benoem dat ook, zodat leerlingen weten waarom ze het doen.”

Tip 4: Leer strategieën aan

“Veel leerlingen die ik begeleid, hebben geen idee hoe ze woordjes moeten leren,” zegt Teunissen. “Ze denken dat het een kwestie is van zes keer de hele woordenlijst doorlezen en zich vervolgens laten overhoren. Ik leer ze dan strategieën aan, zoals de salamitechniek waarbij ze de woordenlijst opdelen en het leerwerk over meerdere dagen verdelen. Zo zien ze ook meteen in hoe belangrijk plannen en op tijd beginnen is. Een hele salami eet je ook niet in één dag op. Vervolgens schrijven ze de woordjes op flitskaarten en leren ze daar elke dag een deel van. Als het lukt, betrek ouders hier dan ook bij. Zij kunnen hun kind begeleiden bij het maken van een planning.”

Tip 5: Verleid je leerlingen 

Van Haren: “Zorg dat je leren aantrekkelijk maakt. Dat doe je door leerlingen het nut van de lesstof te laten inzien. Wil je leerlingen intrinsiek motiveren om te leren? Dan is het belangrijk dat ze de stof graag willen leren, leuk vinden of dat ze weten waarvoor ze het nodig hebben. Daarnaast is het belangrijk dat ze met de stof aan de slag durven gaan. Voor dat durven is zelfvertrouwen nodig. Er zijn leerlingen die iets niet durven omdat ze denken dat ze het niet kunnen, maar je hebt ook leerlingen die denken dat het te makkelijk is. Dat zijn leerlingen die de stof niet begrijpen of die te weinig geoefend hebben. Vaak zijn ze onbewust onbekwaam. Verleid deze leerlingen zo, dat ze zelf achter het antwoord willen komen. Lok ze uit de tent door ze een opdracht te geven of een vraag te stellen met een laagdrempelige instap, maar een hoog plafond.”

Tip 6: Train het beantwoorden van vragen

Teunissen: “Veel leerlingen vinden het moeilijk om een vraag goed te lezen. Leer ze aan dat ze de vraag twee keer lezen voordat ze deze beantwoorden. En laat ze de vraag herhalen in het antwoord, zodat ze niets over het hoofd zien. Staat er bijvoorbeeld in een vraag dat je twee oorzaken moet opschrijven, dan zie je soms dat leerlingen er maar een opschrijven omdat ze te snel gelezen hebben. Dat kun je voorkomen door de vraag in je antwoord te herhalen omdat je er dan aan herinnerd wordt.”

Tip 7: Ga mee in gedachten

Van Haren: “Je kunt als docent geen gedachten lezen, maar wel meegaan in de gedachtegang van een leerling. Lees de leerling en probeer erachter te komen wat hij wel of niet begrijpt en hoe dat komt. Vraag niet alleen naar het antwoord, maar begin bij de weg naar dat antwoord toe. Als het dan onderweg fout gaat, weet je waar hij de verkeerde afslag neemt en kun je makkelijker achterhalen wat hij nodig heeft om weer op het juiste pad te komen.”

Tip 8: Vind focus

Teunissen ziet veel leerlingen die zich de hele dag opsluiten op hun kamer. Die in hun hoofd bezig zijn met wat ze moeten doen voor school, maar die continu worden afgeleid en niet weten hoe ze hun dag moeten indelen. “Ik leer leerlingen dan de pomodorotechniek aan. Daarbij schrijven ze van tevoren hun huiswerktaken op. Vervolgens gaat de telefoon aan de kant en krijgen ze een wekker die na 25 minuten afgaat. Tijdens die 25 minuten werken ze geconcentreerd aan hun taak. Meestal hebben ze die taak al af zodra de wekker gaat. Die kunnen ze afvinken en vervolgens nemen ze een korte pauze voordat ze met de volgende taak starten. Als leerlingen op deze manier werken, hebben ze hun taken vaak in twee uur af en houden ze ineens veel meer tijd over om te ontspannen en wat leuks te doen.”

Tip 9: Leer van je fouten

Van Haren prijst zijn eigen fouten en die van anderen. “Maak leerlingen ervan bewust dat je van fouten leert en dat het daarom alleen maar goed is ze te maken. Ik vraag leerlingen weleens naar hun mooiste fout. Zelf bijt ik dan het spits af en laat ik zien wat de fout zo interessant maakt en wat ik ervan heb geleerd. Ik benadruk dat die ontdekking een prachtig moment is, want als je een fout maakt en daar zit emotie bij, vergeet je het nooit meer en heb je voor de rest van je leven iets geleerd.” 

Tip 10: Stimuleer rust en beweging

Ten slotte zijn Van Haren en Teunissen het er allebei over eens dat het brein rust en beweging nodig heeft. Van Haren: “Het is goed leerlingen erop te wijzen dat een goede nachtrust beter is dan ‘s nachts studeren.” Overdag is het juist belangrijk dat het brein beweging krijgt, zegt Teunissen. “Stimuleer leerlingen tussendoor een rondje te lopen, bijvoorbeeld door de hond van de buren uit te laten of een rondje te skaten.”

Meer weten? 

Thema

Didactiek

Onderwerpen

Zelfgestuurd leren

E-mailadres wordt niet gepubliceerd. Hiermee kunnen wij reageren op je bericht.


Leraar24 is een samenwerking van